De kritiek die hier aan mijn tekst wordt gewijd is niet terecht. Het is juist het verwarren van vorm en inhoud dat tot ellende voert.

Wanneer je de titel en de prestaties van iemand niet uit elkaar houdt, dan wekt dat een aantal geschetste problemen in de hand.

Waarom werden het schoolhoofd en de priester niet aangepakt? Omdat zij door hun titel als betrouwbaarder werden geschetst dan de doofstomme kinderen. Waarom vielen de misbruikende leraren niet eerder door de mand? Omdat ze beschermd werden door hun titel.

Mijn voorstel om vorm en inhoud niet te verwarren snijdt aan twee kanten. Het voorkomt dat mensen zonder kwaliteit, op grond van hun titel, met misstanden weg kunnen komen en dat mensen met kwaliteit, omwille van het ontbreken van een titel niet gehoord worden.

Als een leraar iets mis gedaan heeft moet dat aan de kaak gesteld worden, maar dan wel dat wat hij misdaan heeft.

De redactie van • open boeddhisme • meent ten onrechte dat ik zeg dat de titelkwestie beoordeeld moet worden op grond van de kwaliteit van de inhoud. Ik pleit ervoor ze afzonderlijk te beoordelen. Het terecht voeren van een titel levert evenmin een garantie op kwaliteit als het onterecht voeren van een titel het ontbreken van kwaliteit garandeert. De woorden van een putjesschepper kunnen wijzer blijken dan van een president.

Dit zegt niks over de kwestie zelf, enkel over mijn idee hoe je tot je oordeel kunt komen. Over de kwestie zelf heb ik niet genoeg informatie. Ongetwijfeld kunnen juristen nog veel beter uitleggen dat bij het vormen van een oordeel zorgvuldig moet worden gewogen wat relevant is, en wat niet.