Boeddhisme en de ongelijkheid tussen man en vrouw

Written by Wil van Esch

2 minuten

In een artikel in de Volkskrant (20 februari 2018) schetst Olaf Tempelman de kwetsbare positie van vrouwen in het (Tibetaans) boeddhisme. Hij verwijst naar een strafaanklacht van een Zwitserse vrouw tegen de Tibetaans boeddhistische leraar Namkha Rinpoche wegens omvangrijk seksueel misbruik. De leraar verdedigde zich onder meer met het argument dat de wijsheid van de meester via seksuele handelingen gedeeld wordt met leerlingen. En als je kwaadspreekt over de meester, ben je een ‘samaya-breker’, een schender van geloftes. Een achtervolging van demonen is dan je deel.

Wil van Esch (1946) studeerde M.O. Duits en daarna sociologie/culturele antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was tijdens zijn werkzame leven onderzoeker bij verschillende (universitaire) onderzoeksinstituten. Ongelijkheid van onderwijs en de rol van beroepsonderwijs (vmbo, mbo, hbo) vormde daarbij een rode draad in zijn onderzoekswerk. Tijdens zijn studie volgde hij filosofie bij Hans Achterhuis. Zijn belangstelling voor filosofie verdiepte zich door de jaren heen. In toenemende mate raakte hij doordrongen van het belang en de betekenis van het oosters gedachtegoed. Die belangstelling mondde na zijn pensionering uit in een boek Palet van oosters en westers denken: tegenspraak of samenspraak? (2017, Uitgeverij Aspekt).

Ook Nederlandse vrouwen zijn door Namkha Rinpoche onder druk gezet om seks met hem te hebben. In het artikel geeft Rob Hogendoorn aan dat het vaak om handelsreizigers gaat en om vrouwen die door leed extra kwetsbaar zijn. Leraren—mannen uiteraard—praten hun gedrag goed onder het mom van ‘speciale praktijken’ en ‘gekke wijsheid’. Leraren oefenen een grote macht uit over meestal onwetende leerlingen, aldus Rob Hogendoorn. Meer openheid over de misstanden draagt ertoe bij dat seksueel misbruik wordt teruggedrongen.

Ongelijkheid

In mijn boek Palet van oosters en westers denken: tegenspraak of samenspraak? (2017) beschrijf ik onder andere het veelkleurig palet aan boeddhistische stromingen. Naast de inspirerende leringen van het boeddhisme heb ik oog voor de schaduwkanten ervan. Bernard Faure heeft deze in het boek Unmasking Buddhism (2009) haarscherp verwoord.* Een van die schaduwzijden is ongelijkheid.

Boeddhisme wordt vaak aangeduid als een pad naar bevrijding dat openligt voor iedereen. Dit in reactie op het Indiase kastenstelsel. In de praktijk werd bij de toelating tot de sangha (boeddhistische gemeenschap) wel degelijk gelet op sociale klasse. Over de visie van Boeddha op vrouwen en de toelating tot de sangha doen verschillende verhalen de ronde. Zo wordt verhaald dat de Boeddha aanvankelijk weigerde zijn tante van moederszijde en zijn adoptiemoeder tot de orde toe te laten. Hij vreesde voor kwaadaardig commentaar. Na aandringen van zijn neef Ananda stemde hij toe in de wijding van vrouwen, maar ze dienden wel aan strengere regels te voldoen. De reden? De imperfectie van vrouwen.

Vrouwvijandig

De mindset in de tijd van Boeddha was vrouwvijandig, nonnen waren inferieur en onderworpen aan monniken. Door hen het spirituele gezag te ontzeggen, kregen ze geen donaties van leken-volgers. Het gevolg was dat ze in een toestand van afhankelijkheid en armoede geraakten.
Ook thans zijn volgens Faure nonnen in het kloosterleven ondergeschikt aan monniken.

Er is wel enige verbetering onder invloed van de moderniteit, maar ook nog het nodige verzet. Nog steeds wordt vrouwen in Tibet en Japan de toegang tot heilige plaatsen ontzegd. Vanwege hun vermeende onreinheid mogen ze geen pelgrimages ondernemen naar bepaalde bergen. Wat heet: de vermeende onreinheid van menstruatie en geboorte bracht met zich mee dat vrouwen veroordeeld waren tot een speciaal soort hel, de Bloedplas hel. In sommige boeddhistische stromingen zijn vrouwelijke goden ondergeschikt aan mannelijke.

Vonk van ontwaken

De boeddhistische theorie is dat redding mogelijk is voor alle levende wezens en dat iedereen een vonk van ontwaken in zich draagt. Kennelijk is de vonk van de man toch net iets beter dan die van de vrouw. In de praktijk heeft ook boeddhisme zich te verstaan met culturele opvattingen over de verhouding man-vrouw, opvattingen van eeuwen her.

In instituties waar sprake is van grote machtsongelijkheid (tussen man-vrouw, volwassene-kind), waar sprake is van beslotenheid en een cultuur van wegkijken en toedekken is de kans levensgroot aanwezig van misstanden. Dat geldt voor oost en west. Dat geldt ook voor instituties die pretenderen het pad naar wijsheid te kennen en te bewandelen.

Het boeddhisme heeft veel moois te bieden, maar niet alles is even fraai, het blijft mensenwerk en zo lang vrouwonvriendelijkheid in de leer en cultuur de boventoon voert ligt misbruik op de loer.

* In zijn eerdere boek The Red Thread: Buddhist Approaches to Sexuality (1998) geeft Bernard Faure een overzicht van de ambivalente houding van boeddhistische stromingen ten aanzien van seksualiteit.

About the author

Wil van Esch