De lancering van ‘Lama Kelsang Chöpel’

shutterstock_278271185
Rob Hogendoorn
Written by Rob Hogendoorn

15 minuten

Boeddhistische journalisten die het optreden van Gerhard Mattioli als ‘Lama Kelsang Chöpel’ in een vroeg stadium konden onderzoeken lieten dit na. Eerst ontging boeddhistische media dat tegen Mattioli’s functioneren als boeddhistisch leraar meteen al serieuze bedenkingen bestonden, vervolgens legden ze gerichte waarschuwingen van Mattioli’s volgelingen over seksueel misbruik, manipulatie, intimidatie en verstoting naast zich neer. Na de lancering van zijn Boeddhistisch Mahayana-Centrum in Middelburg bezorgden deze journalisten de zelfbenoemde ‘lama’ volop bekendheid, maar kritische volgelingen die om hulp vroegen, kregen nul op het rekest.

Toen het centrum in 2007 plotseling werd opgeheven en ‘Lama Kelsang Chöpel’ met onbekende bestemming verdween, zagen dezelfde journalisten nog steeds werkeloos toe: ook achteraf gaven zij over de gebeurtenissen rondom de Zeeuwse ‘lama’ geen openheid van zaken. Daardoor ging van de ontsporingen in Middelburg—en van hun eigen falen—geen waarschuwende werking uit.

Volgens voormalige volgelingen misbruikte Mattioli tussen 2001 en 2007 minstens acht vrouwelijke leerlingen. Verschillende vrouwen zijn daardoor ernstig getraumatiseerd. Bij één vrouw verwekte Mattioli een kind. Mattioli’s ’tantrische seksuele oefeningen’ maakten een eind aan verschillende huwelijken. Eén voormalige leerling met wie hij geen seksuele relatie had pleegde in 2009 zelfmoord.

Reconstructie

De pleziervaart brengt Oostenrijker Gerhard Mattioli (geb. 16 maart 1949, Innsbruck) eind jaren 80 naar Nederland. Vanaf 1990 woont hij in Middelburg: eerst aan boord van het motorschip Ilias aan de Londensekaai, daarna in een woning aan het Prinses Marijkeplein. In dat woonhuis begint hij eind 2001 als ’Lama Kelsang Chöpel’ het Boeddhistisch Mahayana-Centrum. Ruim zes jaar later heffen Mattioli’s volgelingen het centrum op: ‘Uit gesprekken blijkt dat Mattioli zich bezig hield met ernstige en systematische manipulatie, seksueel misbruik bij meerdere vrouwen (soms met zwangerschap tot gevolg) en andere ernstige vergrijpen’ (20 december 2007). Onlangs besteedden de NOS (‘Alarmsignalen misbruik boeddhisten werden genegeerd‘ en ‘Zelfs de dalai lama worstelt met thema seksueel misbruik‘) en Omroep Zeeland uitgebreid aandacht aan Mattioli en zijn centrum. Gerhard Mattioli heeft volgens eigen zeggen een Nederlands paspoort. Zijn huidige verblijfplaats is onbekend.

Een reconstructie op basis van archiefonderzoek en gesprekken met rechtstreeks met  betrokkenen toont aan dat Mattioli’s optreden als ‘Lama Kelsang Chöpel’ in het Boeddhistische Mahayana-Centrum in Middelburg (2001-2007) een lange voorgeschiedenis heeft. (De identiteit van anoniem weergegeven bronnen is bij de redactie bekend.)

Patroon

Mattioli’s gedrag past in een patroon: voordat hij zijn woning in een boeddhistisch centrum verandert biedt hij in regionale kranten jarenlang een bonte verzameling alternatieve behandelingen aan. En: voordat hij zich Tibetaans boeddhistische lama noemt richt Mattioli zich via advertenties ook al op psychisch kwetsbare vrouwen met problemen.

Opvallend is dat Mattioli in de jaren die hij als Lama Kelsang Chöpel in Middelburg doorbrengt stopt met adverteren. Daarna begint hij weer.

Mattioli’s optreden als boeddhistisch leraar roept van meet af aan vragen op. Verschillende omstanders uiten daartegen ernstige bezwaren. Zo ontneemt de Tibetaanse geestelijke die hem in 2001 tot monnik wijdde Mattioli binnen een jaar het monnikschap. De reden: toen hij geen boeddhistische lessen mocht geven, dreigde Mattioli met ‘zwarte magie’.

Vanaf 2003 beschuldigen verschillende volgelingen ‘monnik’ Mattioli openlijk van het schenden van het celibaat. Zij roepen boeddhistische media tussen 2004 en 2006 herhaaldelijk op in actie te komen. Maar ze spreken voor dovemansoren: boeddhistische journalisten, ook degenen die van journalistiek hun beroep maakten, zien geen reden op onderzoek uit te gaan.

Ondertussen creëert Mattioli in zijn centrum een klimaat vol bijgeloof en angst: hij bedreigt volgelingen afwisselend met rechtszaken of met een wedergeboorte in de hel. ‘Lama Chöpel’ maakt sommige leerlingen wijs dat hij hen ook bij leven kan schaden: langs telepathische weg, door middel van—alweer—’zwarte magie’.

Pleziervaart

Gerhard Mattioli begint zijn Zeeuwse carrière als schipper in de pleziervaart. Vanaf 1990 adverteert hij in regionale kranten met scheepvaartbenodigdheden. Tevens biedt hij als eigenaar van Mattioli Word-Wide Yacht/Ship-Delivery zijn diensten als schipper aan: ‘G. Mattioli jachttransporten, onderhoudswerkzaamheden of winterklaarmaken van uw jacht.’

Behalve een nieuwe bewerking van het Schippers Handbuch für die Niederlande und Belgien geeft Mattioli in die tijd bij Uitgeverij Hollandia enkele vaarwijzers in het Nederlands uit: Frankrijk (1988), De Engelse Oost- en Zuidkust (1990) en De Franse West- en Zuidkust (1991).

Desgevraagd zegt Mattioli’s toenmalige fondsredacteur dat Hollandia de boeken begin jaren 90 van de fondslijst haalde. Ze werden in de vakpers negatief besproken en verkochten matig. Bovendien had de fondsredacteur de stellige indruk dat Mattioli veel havens die hij beschreef nooit had bezocht.

Therapieën

Midden jaren 90 vindt Mattioli een andere bezigheid. Vanaf 1994 plaatst hij meer dan 30 advertenties in de regionale kranten De Faam-De Vlissinger, De Scheldebode en de Provinciale Zeeuwse Courant. Hij biedt daarin een bonte verzameling therapieën aan: paranormale behandeling; oosterse geneeswijzen; mind-control; acupunctuur—’ook zonder naalden’— en acupressuur; ‘pijnloze laser-acupunctuur’; A-methode; bodyscan, energie-, polariteit-, merediaan-, chakra– en alfabehandeling; magneet-, telepathie-, en GM-therapie, ‘en/of andere geneeskundige therapieën’.

Uit de advertenties rijst het beeld op van een zelfbenoemd hulpverlener in het alternatieve circuit. Zonder enig toezicht zoekt Mattioli contact met psychische kwetsbare, afhankelijke personen met acute problemen. Hij prijst zichzelf afwisselend aan als genezend medium, therapeut, alternatief behandelaar, ‘een ingewijde’ en ‘ervaren meditatiemeester’.

Mattioli behandelt cliënten thuis, maar ook buiten hun aanwezigheid—door middel van ‘telepathie-therapie’.

Zijn doelgroep bestaat afwisselend uit personen met ‘psychische, lichamelijke en organische klachten’; ‘angsten en fobieën’; persoonlijke problemen; ‘gewichts- en alcoholproblemen, stoppen met roken enz.’ en ‘therminale [sic] kanker’.

Stichting Alternatieve Geneeshulp

Aanvankelijk adverteert Mattioli onder zijn eigen naam. Vanaf 1995 echter verdwijnt hij achter de Stichting Aanvullende Geneeshulp (“AGH”) of een postbus- of telefoonnummer.

De stichting “AGH” heeft als adres het motorschip ‘Ilias’ aan de Londensekaai in Middelburg. Mattioli is secretaris van deze stichting, zijn toenmalige partner penningmeester. Ze bewonen de ‘Ilias’ samen met Mattioli’s in Innsbruck geboren zoon. Een bevriende schipper fungeert als voorzitter. Maar wel buiten diens medeweten: desgevraagd zegt de ‘voorzitter’ dat Mattioli hem nooit over de oprichting van een stichting heeft ingelicht. De stichting wordt binnen acht maanden weer ontbonden.

De drie kennen elkaar uit de Middelburgse haven, waar de ‘voorzitter’ net als Mattioli en diens partner een motorschip bewoont. Hij is voor de oprichting van Stichting “AGH” volgens eigen zeggen even bij Mattioli in de leer, maar neemt afscheid omdat diens ‘eeuwige behoefte aan verheerlijking’ hem begint tegen te staan. Mattioli’s partner († 2001) was volgens hem psychisch labiel, ze leed aan een extreme mate van pleinvrees.

Hij herinnert zich dat Mattioli tijdens gezelligheidsbezoeken vaak in het vooronder bleef, omdat hij dacht dat zijn meditatie hem dicht bij ‘verlichting’ had gebracht. Volgens hem bezocht Mattioli in die tijd vooral vrouwelijke cliënten, liefst thuis. Hij ontving hen nooit op het schip.

Tibetaans boeddhisme

Eind jaren 90 maakt Mattioli tijdens een les van de Nederlandse non Gen Kelsang Dechok in Middelburg (1997) of Kloetinge (1999) kennis met het Tibetaans boeddhisme.

Dechok behoort tot de Nieuwe Kadampa Traditie (NKT), geleid door de Tibetaanse geestelijke Geshe Kelsang Gyatso. Meteen nadat het hoofd van NKT Mattioli tijdens het Spring Festival van de NKT in het Engelse Manjushri Institute (15-17 juni 2001) tot monnik wijdt, ontstaat een conflict. Een NKT-woordvoerder in Schin op Geul licht toe dat Mattioli als monnik zonder toestemming wilde doorgaan met het geven van boeddhistische lessen.

Toen zijn begeleiders binnen de NKT hiermee niet akkoord gingen dreigde Mattioli hen met ‘zwarte magie’ te zullen treffen.

Geshe Kelsang Gyatso ontneemt Mattioli om deze reden op 6 juni 2002 het monniksschap. Ook mag Mattioli zijn boeddhistische naam Kelsang Chöpel niet langer gebruiken en niet namens de NKT optreden.

Mattioli beantwoordt Gyatso’s brief twee weken later: volgens hem kan niemand het monniksschap van hem afnemen. Na ‘zestien jaar boeddhistische leringen en meditaties’ vindt hij zichzelf voldoende gekwalificeerd om leerlingen aan te nemen.

Boeddhistisch Mahayana-Centrum

Vanaf eind jaren 90 tot en met 2004 heeft Gerhard Mattioli—op de eerste maanden van zijn monnikschap na—onafgebroken een relatie met een vrouw. Op 30 december 2000 beëindigt Mattioli hun verhouding: hij wil monnik worden. Een paar maanden na zijn wijding laat Mattioli de vrouw—moeder van twee kinderen—weten dat hij zich geestelijk zo heeft ontwikkeld dat hij haar nodig heeft voor de beoefening van Tibetaans boeddhistische tantra. Ze stemt daarmee in en fungeert vanaf dat moment als ‘tantrisch metgezel’ bij Mattioli’s seksuele oefeningen. Ze richten de woonkamer van Mattioli’s huis aan het Prinses Marijkeplein in als Tibetaans boeddhistische tempel: het Boeddhistisch Mahayana-Centrum. Voor grotere bijeenkomsten huren zij een zaal elders in Middelburg. Omdat het centrum zonder rechtsvorm blijft, ziet niemand toe op Mattioli’s functioneren.

Mattioli breekt definitief met de NKT—’om redenen die ik verder niet noem’—en schrijft Gyatso dat hij zijn bezigheden ‘onder eigen verantwoordelijkheid’ voortzet. Dit markeert feitelijk het begin van zijn optreden als ‘Lama Kelsang Chöpel’ van het Boeddhistisch Mahayana-Centrum.

Vanaf dat moment is Mattioli letterlijk baas in eigen huis. Met hulp van zijn ‘tantrisch metgezel’ verandert hij zijn woning in een Tibetaanse gompa.

Volgens de Nederlandse woordvoerder gaf de NKT in 2002 geen ruchtbaarheid aan Gyatso’s besluit om Mattioli weg te sturen. Wel blijft de NKT in Middelburg eigen boeddhistische lessen aanbieden: na de non Gen Kelsang Dechok worden deze verzorgd door de monnik Gen Kelsang Dragpa.

Mattioli’s gebruik van de naam Kelsang Chöpel en het ontstaan van diens Mahayana-Centrum kan deze leraren niet zijn ontgaan—kennelijk legt Geshe Kelsang Gyatso zich erbij neer dat Mattioli zijn besluit negeert.

Publiciteit

Het Kwartaalblad Boeddhisme (later Vorm & Leegte en BoeddhaMagazine) is in de periode 2001-2007 het enige algemeen boeddhistisch tijdschrift in het Nederlands taalgebied. Het houdt op de website een agenda bij waarin boeddhistische leraren en organisaties hun activiteiten aankondigen. De redactie plaatst Mattioli’s annonces tot zijn centrum in 2007 wordt opgeheven. Oprichter Joop Hoek (1946) van het Boeddhistisch Dagblad was volgens eigen zeggen van 2002 tot 2012 vaste medewerker van deze tijdschriften. Hoek en Mattioli behoorden enige tijd tot dezelfde sangha: ze waren alle twee leerling van de non Gen Kelsang Dechok. Hoek volgde Dechoks lessen ’een paar jaar’ en ontmoette Mattioli in die tijd ’in een gompa en in Noord-Engeland’. Hoek was ook aanwezig toen Mattioli tijdens het Spring Festival in het Manjushri Institute tot monnik werd gewijd.

Mattioli zoekt daarop de publiciteit. Met succes: de redactie van het Kwartaalblad Boeddhisme vermeldt Mattioli’s bezigheden als ‘Lama Kelsang Chöpel’ vanaf eind 2002 in de agenda van het tijdschrift en op de website.

Eén van de medewerkers van het blad is Joop Hoek, rechtbankverslaggever bij het dagblad BN/De Stem. Op 5 juni 2003 noemt hij Mattioli in een reportage voor BN/De Stem. Hij zet ‘Lama Kelsang Chöpel’ daarin op één rij met Tibetaanse leraren zoals Dagpo Rinpoche en Geshe Konchog Lhundup.

Ook noemt Hoek het centrum in Middelburg in een adem met boeddhistische centra zoals de Thaise tempel in Waalwijk en de Tibetaanse centra Gaden Chokor Ling in Heijningen, Jewel Heart in  Nijmegen en het ’befaamde’ Maitreya Instituut:

’En in Middelburg doceert lama Chopel de leer aan zijn leerlingen’.

Uit Hoeks artikel valt niet op te maken dat Mattioli in 2002 uit de NKT werd gezet—óf waarom. Dit is opvallend: Mattioli en Hoek waren de jaren daarvoor beiden leerling van Gen Kelsang Dechok. Ze bezochten alle twee het NKT-festival tijdens welk Mattioli tot monnik werd gewijd.

Aanranding

Kort voordat Hoeks artikel in BN/De Stem verschijnt, beschuldigt een vrouwelijke volgeling Gerhard Mattioli van aanranding tijdens een acupunctuur-sessie bij hem thuis.

Op 23 maart 2003 schrijft Mattioli de vrouw een brief: ’Ik vraag je vriendelijk om direct te stoppen met kwaadspreken, negatieve uitspraken en het verspreiden van onwaarheden betreffende mijn persoon waardoor de Boeddhistische Sangha schade ondervind.’ Hij dreigt een advocaat te zullen inschakelen.

De vrouw uitte de beschuldiging onder meer tegenover de eigenaar van de Stupa winkel voor Aziatische kunst en gebruiksvoorwerpen en medewerkers van de in het naastgelegen pand actieve Stichting Padma Zeeland. Mattioli en zijn leerlingen bezoeken deze winkel aan de Nieuwstraat in Middelburg regelmatig: ze kopen er Tibetaanse wierook, religieuze afbeeldingen, gebedssnoeren en andere Tibetaanse snuisterijen.

De Stupa-eigenaar herinnert zich dat Mattioli eens beweerde dat een gebedssnoer in de etalage in een vorig leven van hem was geweest.

Hij bevestigt dat hij na dit voorval meerdere bezoekers voor Mattioli en het Boeddhistisch Mahayana-Centrum waarschuwde.

Radio-reportage

Op 19 juni 2004 zendt de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) een radioreportage over Mattioli’s centrum uit. Verslaggeefster Marlous Lazal interviewt Mattioli en zijn leerling Kelsang Samlo in hun gompa aan het Prinses Marijkeplein.

Mattioli stelt dat hij tot de Tibetaanse gelug-traditie behoort. Hij zegt dat hij zijn volgelingen tot boeddhist wijdt en hen een boeddhistische naam geeft. Ook vertelt hij over het ’leerprogramma’ en de stervensbegeleiding die hij geeft.

Desgevraagd merkt Mattioli op dat hij in Oostenrijk is opgegroeid. Nadat hij als berggids en skileraar had gewerkt, voelde Mattioli zich ’op een dag’ aangetrokken tot het water en de scheepvaart.

Hij belandde volgens eigen zeggen in Nederland omdat ’hier veel water is.’

Mattioli zegt in India kennis te hebben gemaakt met guru’s, swami’s en sadhu’s die hem les gaven in yoga en ademhalingstechnieken. Hij beweert daarna in Duitsland een Tibetaanse leraar te hebben gehad: Dhondup Wangchuk.

Opvallend is dat Mattioli in het interview Geshe Kelsang Gyatso zijn belangrijkste leraar noemt terwijl hij hem hooguit enkele dagen heeft meegemaakt en door de Tibetaan uit de NKT is gezet.

De reportage heeft meer het karakter van een toeristisch portret dan van een journalistiek verslag: Lazal neemt al Mattioli’s beweringen zonder meer aan.

‘Tantrisch metgezel’

Ruim twee weken na deze uitzending, op 8 augustus 2004, zet Mattioli zijn ‘tantrische metgezel’ uit het Mahayana-Centrum. Tot dat moment kent de sangha haar alleen als secretaris van het centrum en rechterhand van Mattioli.

Diezelfde avond doet de vrouw overstuur haar verhaal bij sangha-genoten Frans de Reeper en diens vrouw. Zij horen voor het eerst dat Mattioli al jaren ‘tantrische seks’  beoefent en zich ten onrechte als monnik voordoet: kort na zijn monnikswijding begon Mattioli en zijn partner op zijn initiatief met hem ‘tantrische seksuele oefeningen’.

De vrouw zegt dat deze ‘tantrische oefeningen’ de jaren daarop vaak plaats hadden en dat Mattioli daarna steevast bleef slapen.

Ze zagen elkaar vrijwel dagelijks en gingen met haar kinderen op vakantie. De vrouw zegt verder dat Mattioli haar vaak kleineerde en intimideerde. Tijdens hun laatste vakantie kwam de spanning tot ontlading en barstte zij in woede uit. Ze schakelde de politie in, waarop Mattioli met aangifte dreigde.

Eén dag later deelt Mattioli tijdens een bijeenkomst van Mahayana-Centrum mee dat hij de vrouw ’om persoonlijke redenen’ had weggestuurd. Hij meent dat het voor haar beter is dat andere volgelingen de vrouw niet, of in elk geval voorlopig niet, benaderen.

‘Een soort sekte’

Op 8 september 2004 schrijven Frans de Reeper en zijn vrouw een brief aan de andere leden van hun sangha. Ze benadrukken hun aanvankelijke ongeloof: ’Was dit de Lama Choephel in wie we zoveel vertrouwen hadden?’

Ze schrijven dat hen het gevoel bekruipt in ’een soort sekte’ te zijn beland, ’waar iemand gewoon verbannen kon worden en met wie absoluut geen contact meer gelegd mocht worden.’

Ze brengen de sangha verslag uit van het onderzoek dat zij instelden: De Reeper en zijn vrouw raadpleegden verschillende publicaties over de leefregels van monniken en wonnen informatie in bij de hoofdmonnik van het International Mahayana Institute, een wereldwijde organisatie van westerse monniken en nonnen. Ook raadpleegden ze een Nederlander die in 1987 tot Tibetaans boeddhistische monnik werd gewijd.

Op hun vragen gaf Mattioli geen antwoord, schrijven zij. Op 31 augustus 2004 schreef hij ’zich niet te hoeven rechtvaardigen tegenover leugens.’ Volgens hem betroffen de vragen ’privé-zaken’. Zijn advies luidde: ’er zijn nog vele andere dharmacentra.’

Na een tweede verzoek om antwoord deelt Mattioli hen mee dat hij aan niemand ondergeschikt is en van niemand afhankelijk is—ook niet van de dalai lama.

‘Wedergeboorte in de hel’

De Reeper en zijn vrouw concluderen in hun brief dat Mattioli zich ten onrechte als monnik voordoet en ’zonder gedegen opleiding en ook zonder begeleiding van een spirituele leraar het centrum leidt.’

Op 7 september 2004 ontvangen zij net als de rest van de sangha een brief van Lama Chöpel. Hij houdt zijn volgelingen daarin voor wat de gevolgen zijn van het verbreken van de relatie met de ’spirituele gids’:

‘Met een kritische of boze geest tegenover onze Spirituele Gids’ zal onze beoefening van Geheime Mantra de oorzaak worden van een wedergeboorte in de hel.’

Volgens De Reeper en zijn vrouw lijkt het vertrek van de ‘tantrisch metgezel’ op het voorval in 2003, toen de vrouw die Mattioli van aanranding beschuldigde op eenzelfde manier werd ‘verstoten.’ Ze noemen de dreigementen ‘bangmakerij.’

Ze manen in hun brief hun voormalige sangha-genoten dat zij terughoudend en voorzichtig moeten zijn. Ook kondigen ze aan dat zij verschillende boeddhistische instellingen zullen vragen geen aandacht meer aan het centrum te besteden.

Waarschuwingen

Ze voegen meteen de daad bij het woord. Op 8 en 9 september 2004 waarschuwen Frans de Reeper en zijn vrouw BOS-directeur Jean Karel Hylkema en de redactie van het Kwartaalblad Boeddhisme voor de situatie die in Middelburg is ontstaan. Ze voegen hun brief aan de rest van hun sangha toe als bijlage.

De Reeper en zijn vrouw schrijven dat ze een ’uitvoerig dossier’ hebben aangelegd, en bieden dit ter inzage aan. Ook verklaren zij zich bereid het dossier persoonlijk toe te lichten.

Over Mattioli’s seksuele contacten zijn ze duidelijk: ’In het kort komt het er op neer dat Gerhard Mattioli, die zich ‘Lama Kelsang Choephel’ noemt en zich aan ons nooit anders dan in monnikskleren heeft vertoond, zich volgens één van zijn leerlingen, met wie hij een jarenlange relatie heeft gehad voordat hij monnik werd, niet heeft gehouden aan de monniksgeloften m.b.t. het celibaat.’

Zij vragen de BOS en de redactie van het Kwartaalblad Boeddhisme ‘voor uzelf goed te overwegen of verdere aandacht voor dit centrum niet beter achterwege gelaten kan worden.’

Niets doen

Dick Verstegen (1940) werkte 41 jaar in de dagbladjournalistiek. Hij was actief bij de Nieuwe Haagse Courant, NRC Handelsblad en VNU-dagbladen. Daarna werkte hij als sociaal-economisch redacteur op de Haagse en Parlementaire redactie van Brabant Pers. Verder was hij hoofdredacteur van Het Nieuwsblad, dagblad voor Midden-Brabant en hoofdredacteur in algemene dienst van de VNU-dagbladen. Verstegen was vanaf 1997 redactielid en columnist bij het Kwartaalblad BoeddhismeVorm & Leegte en BoeddhaMagazine. Momenteel is hij medewerker en columnist bij het Boeddhistisch Dagblad van Joop Hoek. Ook treedt hij op als zenleraar. 

De BOS volstaat met niets doen. Dat wil zeggen: directeur Hylkema schrijft dat de BOS niet opnieuw aandacht aan het centrum zal besteden. De omroep ziet echter geen reden Mattioli’s functioneren als boeddhistisch leraar aan een journalistiek onderzoek te onderwerpen.

Redacteur Dick Verstegen van het Kwartaalblad Boeddhisme neemt na ontvangst van de brief telefonisch contact met De Reeper op.

Hij zegt dat de redactie geen onderzoek instelt: volgens Verstegen zijn zij niet verantwoordelijk voor gebeurtenissen in de centra die het blad aanprijst.

Het Kwartaalblad Boeddhisme en later Vorm & Leegte blijven de activiteiten van Lama Kelsang Chöpel en het Zeeuwse centrum tot het einde toe aankondigen.

Rappel

De Reepers rappel aan Vorm & Leegte op 25 april 2005 brengt daarin geen verandering. Hij zegt daarin dat Mattioli ‘nog steeds mensen beschadigt en in moeilijkheden brengt en ze dan vervolgens weer verstoot.’ De Reeper oppert dat Dick Verstegen tijdens een voorgenomen bezoek aan Middelburg ‘de heer Mattioli’ een interview zou kunnen afnemen. Verstegen gaat er niet op in.

Ongewild wordt hij toch nog op Mattioli aangesproken: wanneer Verstegen op uitnodiging van Zen in Zeeland als ‘zenexpert’ een training in Middelburg geeft wordt hij apart genomen door een vrouwelijk lid van het Boeddhistisch Mahayana-Centrum.

De vrouw vestigt nogmaals Verstegens aandacht op de ontsporingen rondom Mattioli. Hij wijst haar verzoek om de kwestie te onderzoeken bruusk af met de woorden dat hij daarvoor niet naar Zeeland is gekomen.

Opheffing

Een jaar later, op 20 december 2007, heffen Mattioli’s volgelingen het centrum op. De aanleiding is de zwangerschap van een van de vrouwen die door hem tot ‘tantrische seks’ was bewogen.

De affaire kost Mattioli ook zijn baan: zodra bekend wordt dat een volgeling zwanger van hem is, stelt de directeur van de middelbare school waar hij als conciërge werkt Mattioli op non-actief.

Daarvoor had de directeur enkele vrouwelijke medewerkers van de school die tot Mattioli’s leerlingen behoorden al gewaarschuwd dat hij hun omgang met Mattioli op school ‘te intiem’ vond.

Nadat de schooldirecteur hem laat weten dat hij niet op school kan terugkeren, neemt Mattioli zelf ontslag.

Doodsbang

Tweeëneenhalf jaar later, op 3 juli 2009 spoelt op het Nollestrand, vlakbij het Windorgel op de Nollepier, het levenloze lichaam aan van een 56-jarige vrouw. Ze was de week daarvoor als vermist opgegeven. De politie stelt vast dat de vrouw zichzelf van het leven heeft beroofd.

Deze vrouw was een van Mattioli’s meest getroubleerde volgelingen. Ze verkeerde al jaren in grote psychische nood. Volgens voormalige sangha-genoten was ze labiel en kwetsbaar. Toch voegde Mattioli de vrouw eens toe dat het met haar ‘nooit meer iets zou worden op het boeddhistische pad.’

Toen de vrouw kraamhulp verleende bij een leerkracht van de middelbare school waar Mattioli concièrge was liet ze de jonge vader herhaaldelijk weten dat zij doodsbang was voor Mattioli’s ‘zwarte magie’.

Welke invloed haar ervaringen met Mattioli op de latere zelfdoding hadden valt niet na te gaan, maar het drama illustreert hoe gevaarlijk de situatie was die tussen 2001 en 2007 in het Boeddhistisch Mahayana-Centrum ontstond.

In een klimaat van angst en bijgeloof begeleidde de ‘lama’ zonder enige expertise, zonder supervisie, intervisie of extern toezicht, personen met ernstige psychische en emotionele problemen.

Risico’s

Verstegen, Hoek en Lazal en hun redacties hebben evident niet beseft welke risico’s Mattioli’s volgelingen liepen. Hun professionele achtergrond maakte daarbij geen verschil: mogelijk stond een te rooskleurig beeld van boeddhisme de kritische distantie van deze journalisten in de weg.

De feiten zijn: omdat niemand onderzoek deed, boden boeddhistische media Lama Kelsang Chöpel wel een platform, maar diens slachtoffers niet.

Ook niet achteraf: toen de sangha in Middelburg zichzelf had opgeheven, plaatste de BOS een waarschuwing bij de gearchiveerde radio-reportage van 19 juni 2004: ‘Heden (17 december 2007) heeft de BOS het bericht bereikt dat er mogelijk ongewenste incidenten hebben plaatsgevonden in het Mahayana-Centrum Middelburg.’

Het fijne weten wij er niet van maar wees zorgvuldig als u in contact wilt treden met dit centrum.

Verder lieten de BOS en Vorm & Leegte de zaak rusten.

Bagatelliseren

Boeddhistisch journalist Joop Hoek bagatelliseert de zaak rondom ‘Lama Kelsang Chöpel’ nu nog.

Hij blijft Mattioli in het Boeddhistisch Dagblad hardnekkig ’Lama Chöpel’ noemen. Tegelijk vraagt hij zich ’of de lama deze feiten heeft gepleegd als boeddhistische leraar.’

Op 6 juni 2015 meent hij zich te herinneren dat Mattioli ’in 1981 of daaromtrent’ de bevoegdheid tot lesgeven is ontnomen en concludeert: ’Het is onduidelijk.’

Kennelijk ontgaat Hoek dat het Tibetaanse woord ‘lama’ de betekenis ‘boeddhistisch leraar’ heeft. Ook beseft hij niet dat Mattioli daadwerkelijk boeddhistische ‘lessen’ gaf—volgens De Reeper las ‘lama’ voor uit boeken van de dalai lama en een NKT-multomap—en monniken en nonnen inwijdde.

Hoek vermeldt nergens dat hij Mattioli’s lancering als ’Lama Kelsang Chöpel’ van dichtbij kon volgen: eerst als sangha-genoot bij de NKT. Daarna als journalist die hem bij BN/De Stem een wervend platform bood. Vervolgens als medewerker van de tijdschriften Kwartaalblad Boeddhisme en Vorm & Leegte die na een reeks indringende waarschuwingen weigerden onderzoek in te stellen.

Hoek meent dat alleen ‘het Openbaar Ministerie’ de feiten over ‘Lama Chöpel’ kan vaststellen: ‘als de slachtoffers aangifte doen van het plegen van een strafbaar feit. Maar dat doen ze niet.’

De werkzaamheden van onderzoeksjournalisten Joep Dohmen (NRC Handelsblad) en Robert Chesal (Wereldomroep), de commissie Deetman en het Meldpunt seksueel misbruik rooms-katholieke kerk hebben het geloof van boeddhistisch journalist Joop Hoek niet aan het wankelen gebracht: ander bewijs dan strafrechtelijk bewijs bestaat niet voor hem.

 

Klik op de onderstaande afbeelding voor een uitgebreide, interactieve tijdlijn over ‘Lama Kelsang Chöpel’ (Gerhard Mattioli).

De tijdlijn wordt regelmatig bijgewerkt. Stuur correcties of aanvullingen naar rob.hogendoorn@openboeddhisme.nl.

 

Tijdlijn 'Lama Kelsang Chöpel'

About the author

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn (1964) is onderzoeksjournalist en wetenschapper. Hij richt zich onder meer op de receptie van boeddhisme, boeddhisme en wetenschap, en onderzoek naar meditatie.