De monnik, de poet en de penose

Alms bowl
Rob Hogendoorn
Written by Rob Hogendoorn

11 minuten

De van seksueel misbruik beschuldigde Thaise leraar Mettavihari († 2007) verrichtte vanaf begin jaren 90 voor meer dan 1,4 miljoen euro aan vastgoedtransacties. Hij schond stelselmatig het celibaat, maar bleef zich voordoen als monnik. Tegelijk deed hij zaken met de Amsterdamse penose: in 1997 vestigde stichting Buddhavihara een tempel in het pand dat Mettavihari kocht van ‘facilitator van de onderwereld’ Marco P. en de verdwenen crimineel Rudy van Efferen. Mettavihari’s Marokkaanse chauffeur, tevens bestuurslid van Buddhavihara, opende op het adres van die tempel een vestiging van zijn erotische ‘massagesalon’ Phoe Thai Privé in Rotterdam. Mettavihari’s handel in vastgoed, zijn connecties in de criminaliteit en prostitutie, en grote leningen van volgeling Jotika Hermsen roepen vragen op over de herkomst van het door stichting Buddhavihara opgebouwde vermogen. Zelf sprak Mettavihari daarover alleen in raadselen: ‘Het geld komt naar me toe. Het geld zoekt mij op, ik zoek niet naar geld.’

Stichting Buddhavihara

Sinds februari 2015 werken onderzoeksredacteur Bas de Vries (NOS Net) en onderzoeksjournalist Rob Hogendoorn (correspondent NOS Net) samen in een onderzoek naar het seksueel misbruik door de vipassana-leraar Mettavihari († 2007). Ze publiceren daarover via hun eigen medium, onafhankelijk van elkaar. Meer dan twintig voormalige leerlingen beschuldigen de Thaise leraar van seksueel misbruik dat plaats had in de jaren 70, 80 en 90. Veel slachtoffers waren jongvolwassen mannen, enkelen waren volgens de wet minderjarig. Na de eerste uitzending van het NOS Journaal beschuldigde een voormalige buurjongen Mettavihari ervan dat hij als 12-jarig kind door hem werd misbruikt. Mettavihari was van 1973 tot en met 1983 hoofdmonnik van de Buddharama tempel in Waalwijk. Toen hij in 1983 gedwongen werd uit Waalwijk te vertrekken, ving een kleine groep Nederlandse volgelingen de Thaise leraar op. Mettavihari richtte in 1985 de stichting Buddhavihara op, en liet zich tot voorzitter voor het leven benoemen. Hoewel hij tot zijn dood veinsde dat hij monnik was, schond Mettavihari stelselmatig het celibaat. En hij bleef leerlingen seksueel misbruiken: in zijn eigen tempel Buddhavihara, in boeddhistische centra van volgelingen en tijdens retraites op tijdelijk gehuurde locaties. De 14 Nederlanders die Mettavihari in 2006 tot leraar benoemde, verzwegen het misbruik tot ver na dood. Toen het NOS Achtuurjournaal begin mei 2015 een reportage over Mettavihari voorbereidde, maakten zes van hen het seksueel misbruik openbaar. De reportages leidden tot veel publiciteit. De Tweede Kamerleden Magda Berndsen en Vera Bergkamp (beiden D66) stelden Kamervragen. Deze werden onlangs door minister Van der Steur (veiligheid en justitie, VVD) beantwoord.

Nadat hij in 1983 voorgoed uit de Buddharama tempel in Waalwijk werd weggestuurd, richtte Mettavihari op 28 februari 1985 de Stichting Vipassana Meditatiecentrum op, in het Handelsregister ingeschreven als stichting Buddhavihara. Een jaar jaar later betrok Mettavihari zijn eerste tempel annex woonhuis in een gehuurd pand aan de Sint Pieterspoortsteeg 29-1 in Amsterdam.

In Waalwijk moest Mettavihari het bestuurslidmaatschap van de stichting The Buddharama Temple tweemaal opgeven. Dat kon hem in zijn eigen stichting niet gebeuren—daar was zijn woord wet. In de oprichtingsakte wordt Mettavihari tot voorzitter voor het leven benoemd, met de titel Patroon. Artikel 6 bepaalt nog eens: ‘De Patroon kan niet worden ontslagen.’

Stichting Buddhavihara stelt zich tot doel: ‘de instandhouding van een centrum waar de meditatie op grond van de vipassana kan worden beoefend. De stichting streeft onder meer haar doel na door verwerving in eigendom of door het huren van onroerende goederen, waarin het meditatiecentrum kan worden gevestigd.’

1,4 miljoen

Bij elkaar verrichte Mettavihari als voorzitter van de stichting Buddhavihara tussen 1992 en 2006 voor meer dan 1,4 miljoen euro aan vastgoedtransacties. Over de verkrijging, vervreemding en financiering van deze panden bestaat veel onduidelijkheid.

De bij het Kadaster geregistreerde notariële akten tonen aan dat Mettavihari steeds in eigen persoon bij de notaris verschijnt. Behalve zijn naam komt in enkele koop-, verkoop- en hypotheekakten ook de naam van een Nederlands bestuurslid voor. Deze persoon woonde als monnik van 1986 tot en met 1996 bij Mettavihari in.

Verder wordt in sommige akten de naam van een Marrokaans bestuurslid vermeld. Over hem zei Mettavihari tegen Pauline de Bok: ”’Als jongen was hij al bij mij’, zegt de monnik tevreden. ‘Hij is een boeddhistische islamiet.”‘ Dit bestuurslid treedt behalve als penningmeester van stichting Buddhavihara (1996-2007) tevens op als Mettavihari’s privéchauffeur.

De namen van eerdere penningmeesters komen in de notariële akten niet voor. De laatste vastgoedtransacties verricht Mettavihari helemaal alleen.

Boerderij Den Ilp

Mettavihari’s eerste aankoop was een boerderij in Den Ilp. De koopprijs van dat pand, Den Ilp 38, was 495.000 gulden. De hypotheek op het pand bedroeg 360.000 gulden tegen 9,5 procent rente (2.850 gulden) per maand.

Stichting Buddhavihara beschikte op het moment van de koop (23 januari 1992) dus over minstens 135.000 gulden eigen geld.

Dit bedrag moet in vijf jaar zijn gespaard. In diezelfde periode moest de stichting ook Mettavihari’s levensonderhoud en de huur en vaste lasten van de tempel aan de Sint Pieterspoortsteeg betalen, terwijl voor iedere retraite een locatie elders moesten worden gehuurd.

Waar al dit geld vandaan kwam, is niet duidelijk: volgens voorzitter Toine van Beek van de Buddharama tempel werden Mettavihari’s banden met de vrijgevige Thaise gemeenschap door zijn gedwongen vertrek uit Waalwijk zo goed als geheel verbroken, en het aantal Nederlandse volgelingen was in die jaren klein.

Jotika Hermsen

Behalve de rente en aflossing van de tweede tempel in Den Ilp en Mettavihari’s levensonderhoud, moest Buddhavihara de jaren daarop, conform een overeenkomst van geldlening van 5 december 1995, ook een grote schuld aan Mettavihari’s volgeling Jotika Hermsen voldoen: 75.000 gulden, af te lossen met 4.000 gulden per jaar.

Tot zekerheid van die terugbetaling kreeg Hermsen een recht van hypotheek op de tempel in Den Ilp. Tussen Hermsen en haar leraar bestond behalve een financiële ook een hiërarchische band: toen Mettavihari in 1992 naar Den Ilp vertrok, werd Hermsen onder zijn toezicht verantwoordelijk voor het beheer van de eerste tempel aan de Sint Pieterspoortsteeg.

Ze richtte daartoe in 1993 de stichting Sangha Metta op, en werd net als Mettavihari tot bestuurslid voor het leven benoemd.

In een radio-interview met Fred Gales (28 maart 2004) stelde Mettavihari dat hij Den Ilp verkocht omdat de verbouwing tot tempel ‘veel te duur’ was. Omdat op deze locatie ook geen retraites konden worden georganiseerd, is onduidelijk waartoe de koop—behalve als belegging en woonhuis voor Mettavihari en een Nederlandse monnik—precies diende.

Twee hypotheken

Toen Den Ilp 38 werd verkocht (27 februari 1998), bleek het 205.000 gulden in waarde te zijn gestegen. Die verkoop had echter pas plaats lang nadat de stichting op 27 mei 1997 een nieuw pand aan de Papaverweg 7 B-C in Amsterdam-Noord kocht: koopprijs 550.000 gulden, hypotheek 500.000 gulden.

Op de opbrengst van Den Ilp (700.000 gulden) moest Mettavihari na de koop van zijn derde tempel dus nog acht maanden wachten.

Het is niet duidelijk hoe stichting Buddhavihara twee hypotheken tegelijk kon afsluiten.

Ook is niet duidelijk hoe de stichting, behalve de aflossing van de schuld aan Hermsen, acht maanden lang twee hypotheken tegelijk kon betalen.

Bovendien leende Buddhavihara volgens een overeenkomst van geldlening op 6 maart 1998 nog eens 100.000 gulden van Hermsen: de verplichte aflossing daarvan bedroeg 1.000 gulden per maand. Ook op de tempel aan de Papaverweg werd Hermsen een hypotheekrecht verleend.

Amsterdamse penose

De onduidelijkheid over de financiering van Mettavihari’s derde tempel klemt temeer omdat de verkopers van de Papaverweg 7 B-C bekende Amsterdamse criminelen waren: Rudy van Efferen en Marco P.

Van Efferens vrouw trad bij de verkoop op als diens gevolmachtigde. Dat kon niet anders, want Van Efferen zelf is op 4 augustus 1995 spoorloos verdwenen. Van Efferens vrouw liet hem in november 2001 dood verklaren.

Over zijn verdwijning doen in kringen van de Amsterdamse penose verschillende verhalen de ronde. Van Efferen behoorde tot de organisatie van Mink Kok, Jan Femer († 2000) en Stanley Hillis († 2011).

Enkele bronnen in het criminele milieu beweren dat Van Efferen in een getuigenbeschermingsprogramma zit. Een oud-lid van de Hells Angels meent dat hij door twee mannen door het hoofd is geschoten en in een vat met zoutzuur is gedompeld. Daarna zouden de resten in Spaarnwoude zijn begraven.

‘Koning van Amsterdam-Noord’

Vastgoedhandelaar Marco P. behoorde volgens misdaadverslaggevers van Panorama in de jaren 90 tot het Octopus-syndicaat van Johan V.—bijnaam: de Hakkelaar. Tijdens een rechtszaak in 2010 wordt P. behalve met Willem Holleeder en Evert Hingst ook in verband gebracht met bekende criminelen als Michael Vane († 1993), Jules Jie († 2003)—bijnaam: Jules Bami—en John Mieremet († 2005).

De rechter veroordeelt P. tot een gevangenisstraf van 3,5 jaar wegens witwassen. De rechtbank acht bewezen ‘dat P. jarenlang heeft gefungeerd als ‘facilitator’ van lieden uit het criminele milieu, onder meer door op aanzienlijke schaal crimineel geld wit te wassen. “Door opbrengsten van misdrijven aan het daglicht te onttrekken en daaraan een schijnbaar legale herkomst te verschaffen, wordt de integriteit van het financieel en economisch verkeer aangetast”, aldus de rechtbank.’

Volgens de rechtbank bleek uit het opsporingsonderzoek dat het vastgoedbedrijf van P. ‘vooral heeft gediend als dekmantel voor diverse strafbare feiten.’

Na zijn veroordeling werd P. er ook van beschuldigd dat hij met de van cocaïnesmokkel verdachte Heino B. een criminele organisatie vormde.

‘Witwasadres’

Misdaadverslaggevers Marian Husken en Harry Lensink schreven over de omgeving van de Papaverweg in Vrij Nederland het artikel ‘Moord in Noord’ (29 mei 2010):

Hier heerst Marco P., bijgenaamd “de koning van Amsterdam-Noord”.

‘Hij heeft er een garage, handelt er in auto’s en bezit er verschillende panden. Van Efferen deed zaken met Marco P. Zelfs na zijn verdwijning. Want op 27 mei 1997, bijna twee jaar na dato, verkopen ze samen Papaverweg 7c aan de boeddhistische stichting Buddhavihara. Althans, zo staat het in de notariële leveringsakte’, aldus Husken en Lensink.

In het artikel ‘Verdwenen crimineel verkoopt huis’ merken ze verder op: ‘Het adres Papaverweg 7 C had in de jaren negentig al de warme belangstelling van de opsporingsdiensten. In oude processen-verbaal worden meerdere vennootschappen genoemd als eigenaar van het pand, dat in korte tijd van hand tot hand ging.’

De recherche vermoedde dat de Papaverweg een ‘witwasadres’ was.

‘Een van de betrokken partijen was volgens de politie onder meer de in 2009 vermoorde vastgoedman Peter Petersen‘, aldus Husken en Lensink.

Massagesalon Wat Pho

Aan het begin van de Papaverweg ontstond in de jaren 90 een kleine Thaise enclave. Op huisnummer 1 F werden twee op Thaise import en export gerichte handelsondernemingen van een Nederlandse eigenaar gevestigd: de Thai-Asia Market en Tawan Enterprises.

Nadat stichting Buddhavihara in 1997 de Papaverweg 7 B-C kocht, werd op het adres van de tempel in mei 1999 de massagesalon Wat Pho gevestigd.

De doelstelling ervan luidde: ‘Het verzorgen van meditatiecursussen en traditionele massages.’

Volgens het Handelsregister was Wat Pho een vestiging van ‘massagesalon en privéhuis’ Phoe Thai Privé in het Oude Noorden van Rotterdam.

Deze ‘privésalon’ aan de Zaagmolenstraat prijst zichzelf op de website aan met de tekst: ‘Phoe Thai Privé is een gezellig en knus privéhuis in Rotterdam. Je kunt bij ons vrijblijvend naar binnen komen om met de Thaise dames te praten. Mocht een van de dames jou bevallen dan kun je natuurlijk jouw stoutste fantasieën werkelijkheid laten worden!’

Thais bordeel

Recensies op Hooker.nl en Kinky.nl laten weinig aan duidelijkheid te wensen over: Phoe Thai Privé is een Thais bordeel.

Vanaf 2007 zette een andere eigenaar van Phoe Thai Privé de bedrijfsactiviteiten van Wat Pho op hetzelfde adres, onder dezelfde naam, met dezelfde doelstelling voort. De huidige website vermeldt uitdrukkelijk: ‘Bij ons zijn GEEN sex- en/of erotisch getinte massages mogelijk.’

Tussen Phoe Thai Privé en Wat Pho bestaat nog een belangrijk verband: volgens het Handelsregister werd de Rotterdamse ‘privésalon’ tot 25 april 2001 gedreven voor rekening van de Marokkaanse penningmeester van stichting Buddhavihara, tevens privé chauffeur van Mettavihari.

Overval en brand

Mettavihari’s leven in Amsterdam-Noord was in meerdere opzichten veelbewogen. In 2004 werd hij onder nooit opgehelderde omstandigheden in zijn tempel overvallen en bedreigd.

Op 9 augustus 2004 schrijft Het Parool:

De Buddhavihara Tempel, een boeddhistische tempel aan de Papaverweg, is zaterdagnacht overvallen door meerdere mannen.

De krant vervolgt: ‘Een zestigjarige aanwezige man werd onder bedreiging van een mes en vuurwapen vastgebonden. Waarschijnlijk drie mannen namen daarna verschillende spullen mee. Het slachtoffer kon zich later losmaken. Hij bleef ongedeerd.’

Een jaar later, op 5 augustus 2005, brak brand uit in massagesalon Wat Pho. Ook de tempel vatte vlam en brandde geheel uit. Daarbij raakten drie bewoners en twee brandweerlieden gewond. Eén vrouw, een tijdelijk inwonende Duitse non, werd bewusteloos aangetroffen en moest worden gereanimeerd. Ze overleed enkele dagen later.

‘Door de brand uit de brand’

Het was niet de eerste brand in Mettavihari’s sangha. Op 31 mei 1991 werd de verbouwde stadsboerderij van Vipassana-Meditatie Groningen aan de Parallelweg 38-39a ook al grotendeels door brand verwoest.

De Stichting Vipassana-Meditatie Groningen verkreeg die boerderij negen maanden eerder voor 67.500 gulden, maar de Groningse brandweer schat de schade op 225.000 gulden.

Het Nieuwsblad van het Noorden schrijft (1 juni 1991): ‘De brandweer sluit niet uit dat de brand is ontstaan door nalatigheid tijdens bouwwerkzaamheden en houdt rekening met brandstichting.’

In een rondschrijven bericht Johan Tinge ‘als gunstig aspect van de brand dat werkzaamheden die later gepland waren nu in een keer goed aangepakt kunnen worden.’

In Simsara (juni 2004) verklaart Frits Koster: ‘De grond die vrijkwam wekte de interesse van de gemeente, happig als ze was op bouwruimte. Die heeft het schooltje waar het centrum tegenwoordig zit, als ruilobject aangeboden, een goedkope en praktische zet. Bovendien werd het centrum succesvol. Dóór de brand uit de brand dus.’

Landsmeer

Na de brand verkocht stichting Buddhavihara de Papaverweg 7 B-C op 5 september 2006 voor 290.000 euro. Dit betekent dat het ten opzichte van de koopprijs, ondanks de brand, 40.420 euro in waarde is gestegen.

Van het bestuur verscheen alleen Mettavihari bij de notaris. Diezelfde dag kocht hij het adres Zuideinde 120 in Landsmeer voor 320.000 euro—opnieuw alleen. Opvallend is dat op dit laatste pand geen recht van hypotheek is verleend.

Het was Mettavihari’s laatste koop: op 25 maart 2007 overleed hij in de badkamer van zijn vierde tempel aan een hartstilstand.

789.661 euro

Kennelijk lukte het stichting Buddhavihara in ruim tien jaar met de opbrengst van Den Ilp 38 (Den Ilp) en de Papaverweg 7 B-C (Amsterdam)—bij elkaar 607.646 euro—schulden van 163.360 euro (Den Ilp), 226.890 euro (Papaverweg), 79.411 euro (Jotika Hermsen) af te lossen en de koopprijs van 320.000 euro van Mettavihari’s laatste tempel in Landsmeer op te brengen—bij elkaar 789.661 euro.

Welk aandeel de opbrengst van de Thaise massagesalons hierin leverde is niet duidelijk.

Behalve dit bedrag moest de stichting tegelijk alle andere kosten—hypotheekrente, gas, water, licht, levensonderhoud, verzekeringen, reiskosten, retraitekosten enzovoorts—opbrengen, zónder substantiële financiële steun vanuit de Thaise gemeenschap.

Thaise gemeenschap

Volgens voorzitter Van Beek van de Buddharama tempel werden de banden van stichting Buddhavihara met de Thaise gemeenschap pas na Mettavihari’s overlijden aangehaald.

Hij merkt op dat de Thaise Sangha de tempel van Buddhavihara pas toen weer formeel als Wat erkende.

Tegenwoordig is stichting Buddhavihara eigenaar van Wat Metta in Purmerend. De voormalige tempel in Landsmeer staat te koop op Funda.nl: vraagprijs 275.000 euro.

‘Het geld komt naar me toe’

In een interview met Henk van Voorst in Simsara (januari 2006) liet Mettavihari zich over zijn inkomsten cryptisch uit: ‘Wereldse zaken geven geen geluk, wel zorgen. Dat zie je aan mij met de Papaverweg. Ik zei tegen mijn penningmeester: er komt geen eind aan al die rekeningen. Je hebt zoveel materiële ondersteuning nodig.’

Alleen jij kan dat volhouden”, zei hij, geen enkele andere monnik.

Hij vervolgde: Sinds ik naar Nederland kwam heb ik 3 of 4 huizen gekocht en er tempels van gemaakt. Ik heb nooit om geld gevraagd. Het geld komt naar me toe. Het geld zoekt mij op, ik zoek niet naar geld.’

Jaarrekeningen

Stichting Buddhavihara is een algemeen nut beogende instelling (ANBI). De stichting heeft nooit jaarrekeningen in het Handelsregister gedeponeerd.

De huidige secretaris van de stichting, Terry Hoekstra, verklaart desgevraagd dat hij niet weet waar de Buddhavihara-jaarrekeningen uit het tijdperk Mettavihari (1985-2007) zich bevinden. Hij zegde toe daarnaar op zoek te gaan.

Oud-penningmeester Aad Verboom (1987-1994) van stichting Buddhavihara is niet bereikbaar voor commentaar.

Update 09-09-2015, 14.25 u.: Secretaris Terry Hoekstra verklaart desgevraagd dat de jaarrekeningen vanaf de oprichting in 1985 tot en met 2007 in het archief van stichting Buddhavihara ontbreken.

 

Klik op de onderstaande afbeelding voor een uitgebreide, interactieve tijdlijn over Mettavihari.

De tijdlijn wordt regelmatig bijgewerkt. Stuur correcties of aanvullingen naar: rob.hogendoorn@openboeddhisme.nl

Tijdlijn Mettavihari (1944-2015)

About the author

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn (1964) is onderzoeksjournalist en wetenschapper. Hij richt zich onder meer op de receptie van boeddhisme, boeddhisme en wetenschap, en onderzoek naar meditatie.