“Doe de deur op slot”: Mimi was toegewijd aan Sogyal, tot ze ontkwam

mala
Rob Hogendoorn
Written by Rob Hogendoorn

10 minuten

Sogyal Rinpoche (68) is een in heel Europa bekende Tibetaanse boeddhistische meester, die wordt erkend door de dalai lama. Deze machtige geestelijke reist nooit zonder zijn ‘dakini’s‘, vrouwen die geacht worden hem aan ‘openbaringen’ te helpen. Mimi was een van hen. Ze vertelt hoe deze Tibetaanse meester haarzelf en haar metgezellen psychisch en fysiek mishandelde, tot ze daaraan wist te ontsnappen. Journaliste Julia Mourri van het Franse tijdschrift l’Obs tekende het verhaal van Mimi op, dat hier vertaald wordt weergegeven. Op 16 november 2016 geeft Sogyal een openbare lezing in de RAI Amsterdam.

‘Het boeddhisme, zoals dit door Sogyal in Europa wordt onderwezen, meent dat we allemaal in staat zijn om een ideale, volstrekt rechtvaardige maatschappij vol mededogen te creëren. Dat we ons moeten bevrijden uit de spiraal van het materialisme, die ons allen afhoudt van onze natuur die in diepste wezen goed is.

De puberteit kan het diepe verlangen naar het realiseren van een dergelijk ideaal voeden. Althans dat gold voor mij. Toen ik 14 jaar was werd mijn vader een volgeling van de grote boeddhistische meester Sogyal Rinpoche. Ik ging met hem mee op retraite om bij hem te zijn. Dat vond hij fijn. Na enkele jaren, tijdens lessen in Duitsland, merkte Sogyal Rinpoche mij op en liet me bij zich komen. Hij verklaarde dat ik goed karma had en dat ik per direct in zijn persoonlijke nabijheid mocht verkeren.

Een week lang nodigde hij me iedere avond uit in zijn kamer om zijn handen te masseren wanneer hij televisie keek. Zijn lijfwacht deed het voorkomen alsof het een voorrecht was dat hij tegen me sprak, dat ik deze incarnatie van het goddelijke kon aanraken.

Mijn vader was er trots op, en ik wist dat ik hem er een enorm plezier mee deed. Het beeld dat ik van de meester had werd geïdealiseerd door het zijne. Aan het einde van het verblijf, toen hij in zijn limousine stapte, gaf de meester me zijn werkschema voor het komende jaar en zei: “Je kunt naar me toe komen waar ik ook ben. Ik wil je graag zien. Ik ga een tijdje les geven in Australië.”

Ik was toen 22 jaar.

Meisjes volgen hem overal

Sogyal Rinpoche (ook wel: Sogyal Lakar) is een Tibetaans boeddhistische leraar, die wordt erkend door de dalai lama. Hij is auteur van de bestseller Het Tibetaanse boek van leven en sterven. Sogyal staat aan het hoofd van de organisatie Rigpa, een wereldwijd netwerk van centra die zijn Tibetaans boeddhistische leer onderwijzen. Mimi’s ervaringen met Sogyal—Mimi is haar ware naam—werden gedeeltelijk opgenomen in het onlangs verschenen Les Dévots du Bouddhisme (Max Milo) van de Franse antropologe Marion Dapsance (Columbia University, New York). In Frankrijk ontstond hierover zoveel ophef, dat Sogyal zich genoodzaakt zag de conferentie ‘Living with Cancer’ in het Rigpa-hoofdkwartier Lerab Ling in Zuid-Frankrijk af te zeggen. In dit artikel geeft Mimi een persoonlijke toelichting op de gebeurtenissen die in Dapsances boek zijn beschreven. Het gesprek met Mimi verscheen op 6 november 2016 in het Franse tijdschrift l’Obs, en werd met toestemming van auteur Julia Mourri in het Nederlands vertaald door mw. M.G.J. Schaffers. Sogyal geeft op 16 november 2016 een openbare lezing in de RAI in Amsterdam.

Ik ben naar hem toe gegaan. Ik werd als een prinses ontvangen. Sogyal Rinpoche had vakantiehuizen aan zee gehuurd. Het was een verlaten plaats. Ik bracht mijn dagen aan het strand door. Ik deed mee aan de gebeden, zonder fanatiek te zijn. Ik zag de meester maar een paar uur per dag bij de maaltijden. Hij werd vergezeld door twee mannen, zijn chauffeurs en door meerdere meisjes, wel acht.

Ze worden dakini’s genoemd. Deze vrouwen worden geacht de meester te helpen bij het ontvangen van ‘openbaringen’. Zij volgen hem overal.

Ik was toen voor het eerst getuige van zijn woedeaanvallen. Ik deelde even een huis met een van de dakini’s, dat wat afgelegen lag. Zij had een kind. Ik dacht dat het een kind van de meester was.

Tijdens dit verblijf stuurde mijn vriendje me bloemen voor Valentijnsdag. De meisjes vielen over me heen: “Zeg vooral niet dat een jongen je die rozen heeft gestuurd! Offer ze aan de meester, hij zal geloven dat ze voor hem zijn.”

Die avond had Sogyal een Valentijnsdiner laten organiseren. De twee chauffeurs waren niet uitgenodigd. Hij was alleen met ons, de meisjes. Ik vond dat vreemd, maar ik voelde me best vrij. Er stond niets op het spel. Mijn vader had mijn vliegticket betaald en ik behield mijn financiële onafhankelijkheid jegens hem. Ik kon vertrekken wanneer ik maar wilde.

Toewijding, de klok rond

Enkele maanden later begon alles te wankelen, toen ik mijn grootmoeder verloor. Haar dood was een schok voor me en ik werd ziek. Sogyal Rinpoche kwam me opzoeken bij mijn moeder thuis, in gezelschap van drie meisjes. Ik had net voor de tweede keer rodehond gekregen en was drie weken aan bed gekluisterd. Hij nodigde me uit de hele zomer bij hem te zijn in het centrum Lerab Ling, in de Hérault, om persoonlijk leringen van hem te ontvangen. Daar heb ik ja op gezegd.

Vanaf het moment dat ik daar aan kwam, ging alles heel snel. De andere dakini’s hadden er meerdere jaren over gedaan om de functie te verkrijgen die mij die zomer werd toegedeeld. Binnen enkele weken hield ik toezicht op alle meisjesgroepen. Hij had mij de walkietalkies en de mobiele telefoons gegeven en uiteindelijk was ik 24 uur per dag bij hem.

Ik vergezelde hem overal naar toe, behalve wanneer Sogyal lessen gaf. Op die momenten moest ik regelen dat zijn appartement werd schoongemaakt en zijn was werd gedaan; zijn paperassen en kasten opruimen; zijn maaltijden bestellen en zijn vervoer reserveren; zijn tassen klaarmaken en zijn verdere lijst met eisen uitvoeren.

Ik was uitgeput, maar ik doorstond de test. Zijn eisen werden steeds excessiever, maar ik zei niets. De regel was om heel toegewijd te zijn, om zo aanspraak te krijgen op verlichting. Ik denk vooral dat het me emotioneel opluchtte dat ik geen tijd had om na te denken. Ik was in de rouw en had het gevoel dat de verantwoordelijkheden me hielpen om aan belangrijkere dingen te denken. Eigenlijk was ik bezig mezelf op te branden.

“Doe de deur op slot”

De eerste keer dat we seksueel contact hadden, voelde ik me nauwelijks bewust van mezelf. Hij zei tegen me: “Doe de deur op slot”. Er wachtte een grote delegatie op ons in de auto’s. Alleen hij en ik waren er nog niet.

Ik sliep al twee maanden heel weinig. Ik was eraan gewend geraakt me door zijn eisen en woorden te laten ringeloren. We accepteerden alles. Ik luisterde niet meer. Ik deed wat ik moest doen, en stelde geen vragen meer. Ik was bevangen door de adrenaline van de haast en een continue vermoeidheid. Na het eerste seksuele contact heeft hij zeer expliciete bedreigingen geuit, waarbij hij me verbood er met wie dan ook over te praten.

Alle dakini’s wisten het, maar we mochten het onderwerp niet aanroeren. Toch wisselden we elkaar af om op het huis te passen wanneer een van ons in de slaapkamer van de meester was. Niemand mocht naderbij komen. Hoe ouder de meisjes werden, hoe meer zij het einde voelden naderen. Ze werden angstig.

Loyaliteit aan de groep

Aan het einde van de zomer bleef mijn menstruatie een tijd uit, en ik was bang dat ik zwanger was. Ik heb er met een medeleerling die arts was over gesproken. Omdat ik het meisje was dat het dichtst bij Sogyal Rinpoche stond, was het onmogelijk nog een andere relatie te hebben. De arts schreef me een bloedonderzoek voor zonder verdere vragen te stellen. In de Rigpa centra is loyaliteit aan de groep belangrijker dan al het andere.

Toch gaat het om een gemeenschap van mensen die vaak zeer goed opgeleid zijn: artsen, rechters, advocaten, zakenmensen of zelfs piloten. Deze boeddhistische meester zoekt geen Tibetanen die in India van drie dollar moeten leven, maar blanken in het Westen met geld.

Om het aan te kunnen, creëren de volwassenen die zich in dit milieu begeven hun eigen werkelijkheid. Ze spreken de hele dag over mededogen, terwijl ze zien hoe mensen in het openbaar worden vernederd. Ze gaan twijfelen, en onderdrukken vervolgens elke vorm van intuïtie of gevoel. Wat ze met elkaar gemeen hebben is rancune en woede om een leven vol onverwerkte teleurstellingen.

Om die frustratie het hoofd te bieden, moedigt de meester hen aan minder mee te voelen met hun familie en persoonlijke omgeving. De leegte die hierdoor ontstaat, vult hij met een andere vorm van mededogen, waarin de plaats van menselijkheid wordt ingenomen door een concept—abstract en ver weg.

Ik dacht dat ik dood ging

Met smoesjes nam ik geleidelijk meer afstand van de groep. Ik denk dat ik er definitief mee gebroken heb toen ik zanglessen nam. Een operazangeres had me horen zingen en besloot me gratis les te gaan geven. Ze had me gebeld om te zeggen dat ik langs moest komen en drong daarop ook aan. Hierdoor hervond ik toen mijn eigen emoties.

Jarenlang was ik niet in staat toe te geven wat me is overkomen. Dat gebeurde pas toen het mijn dromen en mijn gezondheid begon aan te tasten. Ik had iedere nacht nachtmerries. Ik kreeg astma en had geregeld koorts. Ik had het gevoel dat ik dood zou gaan als ik alles voor mezelf zou houden.

In een opwelling ben ik teruggegaan naar Londen, op uitnodiging van de meester. Een van zijn chauffeurs heeft me opgehaald en ik vroeg hem: “Je weet heel goed dat alle meisjes met hem slapen, vind je dat normaal?” Hij antwoordde: “Jullie zouden allemaal prostituees en drugsverslaafden zijn geweest als jullie deze meester niet hadden ontmoet. Je moet jezelf gelukkig prijzen, je kunt hem niets verwijten.”

Zijn reactie sterkte me in het idee dat ik de juiste beslissing had genomen. Toen ik aankwam heb ik de meester een tekening aangeboden die ik de nacht daarvoor had gemaakt. Ik had hem neergezet in het midden, met mij bovenop hem in de lotushouding. Rondom ons had ik de naam van elke dakini genoteerd. Hij begreep het onmiddellijk en vroeg me of ik geld wilde. Ik ben vertrokken.

De ware woede achter het valse mededogen

Mijn vertrek veroorzaakte paniek. De kracht ligt in de groep, niet in de meester. Sogyal Rinpoche is onontwikkeld, en niet erg intelligent. Wat hij vooral heeft, zijn honderdduizenden mensen die hem zijn soevereiniteit verschaffen. Ik betwijfel of hij zelf wel overtuigd is van wat hij zegt. Hij vertelt de mensen wat zij willen horen.

Plots was de groep bang zelf in twijfel te worden getrokken, zich bloot te moeten geven. Ik hoop dat men zich realiseert dat de leerlingen hun dagen doorbrengen aan de voeten van een meester die nooit naar school is geweest en die rondwandelt met een hoop jonge meiden die hij vernedert. Ik hoop dat men de woede zal ontdekken die, onder een dekmantel van mededogen, de ware drijvende kracht is binnen deze gemeenschap.

Lange tijd heb ik geloofd dat ik als enige gek was. Hoe was het mogelijk dat wereldwijd zoveel mensen Sogyal Rinpoche adoreerden en dat ik als enige van zijn aanwezigheid walgde?

De bedreigingen die ik na mijn vertrek over me heen heb gekregen, hebben me echter gerustgesteld: ik heb de juiste beslissing genomen.

“Teveel ego”

Het is mogelijk dat Sogyal Rinpoche op een nogal verwrongen manier verliefd is geweest, ik weet het niet. Zelfs toen hij me opsloot, zelfs toen alleen zijn gerief aan bod kwam. Ik weet niet hoe hij deze situaties beleeft en herbeleeft. Ik denk dat hij zichzelf hecht, omdat hij emotioneel zeer geïsoleerd is.

In ieder geval ontwikkelde hij met ons een vorm van vertrouwen en een affectieve relatie die hem in staat stelden ons fysiek en psychisch voortdurend te misbruiken.

Sogyal Rinpoche slaat de dakini’s en toont trots hun littekens. Zulke vernederingen vinden altijd plaats en plein public. Ik herinner me de keer dat we allemaal om hem heen stonden in zijn privétuin. Een van de meisjes verzamelde de dode bladeren. Ze liep langzaam, en beetje als een Braziliaanse. Hij greep haar bij haar haren en sleepte haar over de grond alvorens haar tegen de muur te slaan om haar te straffen voor het hebben van “teveel ego”.

Getroubleerde relatie

In mijn geval, en zeker in het geval van de andere dakini’s, is sprake van een moeilijke relatie met de vader. Daardoor vertrouw je jezelf toe aan een man die het idee heeft dat je alles voor hem kunt doen en dat je alles voor hem moet doen. Je vader is blij wanneer je een bevoorrechte relatie onderhoudt met deze meester, die ouder is en autoritair. Hij weet dat je geïsoleerd bent, dat je in dezelfde kamer slaapt, maar stelt geen vragen. Hij waarschuwt niet: “Pas wel op, want…”

Vandaag de dag heb ik met met mijn vader gebroken. Ik denk dat hij me voor gek verslijt, voor iemand die teveel emoties heeft. Hij denkt dat de enige fout van de meester is dat hij me niet voldoende ‘crazy wisdom‘ heeft bijgebracht. [Julia Mourri: ‘crazy wisdom‘ is begrip dat Sogyal Rinpoche presenteert als een soort gekte die van de meester een wijze maakt, zodat hij bevrijd is van sociale conventies.]

Geen enkel vertrouwen in justitie

Ik heb Sogyal Rinpoche niet voor het gerecht willen slepen. Een van zijn dakini’s heeft dit wel gedaan in Californië, jaren geleden. Ze heeft er nog steeds spijt van. Het heeft haar huwelijk, haar gezin, kapot gemaakt. Ze is weer vanaf nul begonnen.

Ik heb trouwens geen enkel vertrouwen in justitie. Mijn getuigenverklaringen hebben nooit geleid tot een gerechtelijke procedure. Marion Dapsance, de schrijfster van Les Dévots du Bouddhisme, heeft meerdere malen een dossier gestuurd naar de interministeriële onderzoekscommissie voor waakzaamheid en strijd tegen sektarisch misbruik (Miviludes). Ze heeft er niets op gehoord.

Zodra Sogyal Rinpoche er niet meer is, neemt een ander zijn plaats in. Het kost mensen kennelijk veel moeite dit beeld van het boeddhisme te accepteren. Velen zullen het niet willen geloven. Ze zullen denken dat ik degene ben die de meester heeft verraden, dat ik omkoopbaar ben. Echter, wie begint te twijfelen, zal uitvinden dat ik niet de enige ben: informatie over het tegendeel is vrij toegankelijk.

Een oud-directeur van Rigpa (die, net als een groot aantal andere kaderleden en prominenten binnen Rigpa, voorheen talrijke voorrechten genoot, waaronder—voor sommigen—het recht om als ‘meerdere met de mindere te slapen’) keerde zich dit jaar onverwacht tegen Sogyal Rinpoche.

Hij deed een boekje open over de uitwassen en de psychologische dwang die Sogyal Rinpoch uitoefent op zijn omgeving, met name op de vrouwen, en het geweld waaraan hij hen blootstelt. Hij stelt ook de seksuele gunsten aan de kaak en het domineren door te manipuleren.

Wreed, slecht, foltering

Voor mij is op dit moment het meest belangrijke dat ik trouw aan mijzelf gebleven ben. Deze gebeurtenissen hebben me laten voelen hoe fragiel het innerlijke evenwicht in ieder van ons is. Dat wij ten alle tijde waakzaam moeten zijn, geen enkele ruimte moeten geven aan twijfel, en het wegnemen ervan nog minder aan anderen moeten overlaten.

Dat is een gevoel dat heel sterk bij me leeft. In iedere persoon die ik ontmoet, zie ik nu iemand die in staat is wreed of slecht te zijn. Of in een folteraar te veranderen, al naar gelang zijn of haar vermogen zichzelf emotioneel te accepteren danwel tot een groep te willen behoren.

Ik zie zowel het goede als het slechte in de keuzes die men maakt tussen berusting en eigenliefde.’

About the author

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn (1964) is onderzoeksjournalist en wetenschapper. Hij richt zich onder meer op de receptie van boeddhisme, boeddhisme en wetenschap, en onderzoek naar meditatie.