Een pij als dekmantel: geld, gokhuizen, zandstranden en ‘ladyboys’

Alms round
Rob Hogendoorn
Written by Rob Hogendoorn

10 minuten

Eigen onderzoek door Toine van Beek, voorzitter van de Buddharama tempel in Waalwijk, levert een ontluisterend beeld van de Thaise meditatie-leraar Mettavihari († 2007). Hoewel hij de monastieke leefregels met voeten trad en decennialang seksueel misbruik pleegde, deed Mettavihari zich tot zijn dood voor als monnik. Jarenlang spendeerde hij de vrijgevigheid of dana die hem ten deel viel naar eigen goeddunken—alsof het persoonlijk inkomen betrof. Effectief toezicht ontbrak, zodat Mettavihari ongehinderd Rotterdamse gokhuizen en ‘ladyboys’ in de Amsterdamse sex-scene kon bezoeken. Ook vierde hij vakanties aan zandstranden op verre bestemmingen—in burgerkleren. De Thaise leraar moet zijn buitensporige uitgavenpatroon al in Waalwijk op ’onorthodoxe’ manieren hebben gefinancierd: oud-bestuurslid Patrick Franssen beschuldigt hem van het aannemen van drugsgeld. Mettavihari’s leven aan de zelfkant, maar ook zijn oneigenlijke beroep op de vrijgevigheid van leken-boeddhisten, roepen nieuwe vragen op. Niet alleen over zijn persoonlijke moraal, maar ook over volgelingen die Mettavihari de ruimte gaven deze moraal uit te leven. Geconfronteerd met nieuwe feiten over Mettavihari’s handel in vastgoed en connecties met criminaliteit en prostitutie concludeert Van Beek: ‘Deze nep-monnik was een schurk die zijn pij als dekmantel gebruikte.’

Slachtoffers eerst

De van seksueel misbruik beschuldigde Thaise leraar Mettavihari († 2007) verrichtte vanaf begin jaren 90 voor meer dan 1,4 miljoen euro aan vastgoedtransacties. Hij schond stelselmatig het celibaat, maar bleef zich voordoen als monnik. Tegelijk deed hij zaken met de Amsterdamse penose. In 1997 vestigde hij een boeddhistische tempel in het pand dat stichting Buddhavihara kocht van ‘facilitator van de onderwereld’ Marco P. en de verdwenen crimineel Rudy van Efferen. Mettavihari’s chauffeur, tevens bestuurslid van Buddhavihara, opende op het adres van de tempel een vestiging van een erotische ‘massagesalon’. De handel in vastgoed en Mettavihari’s connecties met de onderwereld roepen vragen op over de herkomst van het door stichting Buddhavihara opgebouwde vermogen. De huidige tempel van deze stichting is Wat Metta in Purmerend.

Toen het bestuur van de Buddharama tempel in mei 2015 met het seksueel misbruik door Mettavihari werd geconfronteerd, begon het als eerste met het organiseren van een bijeenkomst voor slachtoffers.

Die bijeenkomst heeft op 19 september 2015 plaats. Op verzoek van de slachtoffers wordt deze in de Buddharama tempel aan de Loeffstraat in Waalwijk gehouden. De ontmoeting wordt begeleid door onder meer maatschappelijk werker Lia Miltenburg en boeddhistisch leraar Frank Uyttebroeck.

Ook neemt de Thaise tempel het initiatief tot het instellen van een onafhankelijk ‘Meldpunt seksueel misbruik boeddhistische gemeenschap’. Buddharama raadpleegt bij het opzetten van dat meldpunt onder meer medewerkers van Slachtofferhulp en de zedenpolitie.

Ondertussen begon voorzitter Toine van Beek, die in de NOS-reportages en andere media namens de Buddharama tempel het woord voert, een uitgebreid onderzoek naar het dagelijks leven van voormalige hoofdmonnik Mettavihari.

Strafrechtelijk onderzoek

Dit voorjaar werd bekend dat de politie vorig jaar een strafrechtelijk onderzoek begon naar een Thaise monnik van Wat Metta in Purmerend, de huidige tempel van Mettavihari’s stichting Buddhavihara.

De monnik werd ervan beschuldigd dat hij op 12 juli 2014 een negenjarige jongen seksueel heeft misbruikt. Hij werd daarop drie dagen vastgezet en verhoord. De Amsterdamse zedenrecherche ondervroeg het kind.

Nadat het openbaar ministerie de zaak in januari 2015 seponeerde wegens gebrek aan bewijs, nam de monnik voor langere tijd zijn intrek in de tempel in Purmerend.

Voorzitter Van Beek en hoofdmonnik Phra Thep Buddhimonkun van de Buddharama tempel verzetten zich daartegen. Ze wisten het bestuur van Buddhavihara ervan te overtuigen dat de monnik, ‘gelet op de consternatie rondom dit gevoelige onderwerp’, ons land beter kon verlaten.

Geen jaarrekeningen

De afgelopen maanden onderzocht Van Beek de administratie van de Buddharama tempel. Ook besprak hij Mettavihari’s leven in Waalwijk, Amsterdam, Den Ilp en Landsmeer uitvoerig met personen in zijn achterban die hem in de jaren 70 tot en met 00 van nabij meemaakten—onder wie één oud-bestuurslid. Hun identiteit is bekend, maar op hun verzoek beschermt Van Beek hun anonimiteit.

Opvallend is dat Mettavihari over alle inkomsten van de Buddharama tempel—dat veelal als contant geld binnenkwam—beschikte alsof het zijn persoonlijk inkomen was.

Er zijn echter geen aanwijzingen dat Mettavihari ooit inkomstenbelasting heeft betaald.

Van Beek heeft niet kunnen vaststellen dat Mettavihari als hoofdmonnik en voorzitter van de tempel in Waalwijk tussen 1974 en 1980 een administratie voerde en jaarrekeningen opstelde. De vroegst teruggevonden jaarrekening dateert uit 1980.

Mettavihari bewaarde al het geld dat binnenkwam op zijn kamer. Het is dan ook niet duidelijk welk toezicht het Buddharama-bestuur van Henk Barendrecht op Mettavihari’s inkomsten en uitgaven uitoefende.

Mettavihari overleed op 25 maart 2007 aan een hartstilstand. De huidige secretaris van stichting Buddhavihara, Terry Hoekstra, verklaart desgevraagd dat de jaarrekeningen vanaf de oprichting in 1985 tot en met 2007 in het archief van stichting Buddhavihara ontbreken. Oud-penningmeester Aad Verboom (1987-1994) van stichting Buddhavihara is niet bereikbaar voor commentaar.

Gokhuizen

Toine van Beek: ‘Mettavihari hield al het geld dat de tempel als dana van de Thai ontvingen bij zich. Hij ging vaak in burgerkleding op pad, en reed dan bijvoorbeeld zelf met de auto naar Rotterdam. Daar gaf hij geld uit in illegale gokhuizen. Ook werd hij in uitgaanskleding in een Amsterdamse discotheek gezien.’

De vinaya staan niet toe dat een Thaise monnik burgerkleding draagt.

Oud-bestuurslid Patrick Franssen bevestigt dat Mettavihari in burger op stap ging en over veel cash beschikte: ‘Er ging heel veel contant geld door zijn handen. Dat gaf hij uit aan alles dat hij leuk vond: drie, vier jassen, dat soort dingen. Hij had ook kleding om als leek door de stad te kunnen gaan. Hij droeg dan kleding die zo’n beetje dezelfde kleur had. Als de Thai dat uitvinden, dan volgen disciplinaire maatregelen. Dat kun je niet maken, je bent verplicht de pij te dragen. Die kleding droeg hij om op te gaan in de massa.’

Verder leende Mettavihari vaak geld uit aan Thai met financiële problemen, volgens Van Beek tegen een ‘Thaise rente’ van 5 à 10 procent per maand. Zijn familie in Thailand gaf hij geld om dure dingen zoals auto’s te kopen. Mettavihari had ook heel hoge telefoonrekeningen, van 4.000 gulden of 5.000 gulden per maand.’

Chinese drugscriminelen

Van Beek: ‘Mettavihari ging graag met rijke mensen om, van allerlei nationaliteiten. Onder hen waren ook Chinezen.’ Franssen vult dit aan met zijn eigen observaties: ‘In de jaren 70 ontving Mettavihari in Waalwijk geregeld Chinese criminelen. Ze kwamen bij hem ‘biechten’ en kochten hun zonden af met dana‘. Franssen en andere bewoners bespraken toen al met elkaar of de tempel drugsgeld wel kon aannemen, maar Mettavihari zag daarin geen enkel probleem.

Franssen herinnert zich een incident uit de tijd van van de Amsterdamse ‘heroïne epidemie’. De heroïnehandel was toen grotendeels in handen van de zogeheten Chinese triaden. Behalve de smokkel van heroïne waren deze triaden ook verantwoordelijk voor illegale gokhuizen in Amsterdam.

Franssen: ‘Een paar Chinezen die geregeld in Waalwijk kwamen, werden toen gearresteerd vanwege een drugstransport van een paar honderd kilo heroïne. Op dat moment was het de grootste drugsvangst ooit. Als dekmantel hadden ze een reisbureau met een heel gewone naam aan het begin van de Zeedijk.’ Zo zetten de Chinese criminele een drugslijn Bangkok-Amsterdam op, waarin olievaten met heroïne in vliegtuigen werden vervoerd.

Vertrek

Mettavihari reageerde volgens getuigen heel emotioneel op zijn gedwongen vertrek uit Waalwijk, met huilbuien. Van Beek: ‘Maar zijn vertrek confronteerde de Buddharama tempel direct met grote financiële problemen. Op dat moment stond er maar 3.000 gulden op de bank, terwijl op korte termijn 30.000 gulden moest worden betaald.’

Zo maakte Mettavihari’s vertrek duidelijk dat tegenover de hypotheekrente en -aflossing die de Buddharama tempel moest betalen onvoldoende dana vanuit de Thaise achterban stond: de begroting was niet langer sluitend.

Een redelijke verklaring hiervoor is dat met zijn vertrek ook Mettavihari’s ‘alternatieve inkomsten’ wegvielen, al is niet precies bekend welke dat waren. Voorzitter Van Beek noemt het ‘opvallend’ dat uit de jaarrekeningen vanaf 1980 blijkt dat het banksaldo van de tempel na Mettavihari’s vertrek snel toenam en de reis- en verblijfskosten drastisch afnamen.

‘Ladyboys’

Van Beek’s bronnen stellen dat Mettavihari in de Buddhavihara-tempels in Amsterdam en Den Ilp weinig bezoek van praktiserende Thaise boeddhisten ontving: ‘Hij had aan de Sint Pieterspoortsteeg in Amsterdam wel veel contacten met Thaise ‘ladyboys.

Patrick Franssen bevestigt dit: ‘Toen hij aan de Sint Pieterspoortsteeg woonde had Mettavihari buiten Amsterdam altijd iemand nodig die hem vervoerde, dus ik denk niet dat hij ‘in burger’ ontmoetingsplaatsen voor homoseksuelen bezocht. Maar, ik heb wel het sterke vermoeden dat hij om die reden op de Wallen zat. Daar zaten in die tijd Thaise ‘ladyboys‘ en met die groep heeft hij zeker contacten gehad.’

Franssen is er zeker van dat dit de reden is waarom Mettavihari na zijn vertrek uit Waalwijk die buurt uitkoos. ‘De Sint Pieterspoortsteeg is namelijk geen slimme lokatie: je kunt er geen auto parkeren, en er zitten aan die plek heel weinig voordelen. Er woonden ook geen Thai vlakbij. Die nabijheid van de Amsterdamse sex-scene was een reden, én de nabijheid van Chinezen.’

Nu nog is aan de Sint Pieterspoortsteeg voor Chinese boeddhisten een speciaal hoekje ingericht.

Zandstranden

Van Beek’s bronnen merken op dat Mettavihari erg reislustig was: ‘Hij ging tweemaal per jaar op vakantie, meestal naar Arabische landen met zandstranden, maar ook naar Sri Lanka, bijvoorbeeld. Eenmaal trof iemand bij hem een reiskoffer vol burgerkleding aan, en verbrak om die reden het contact: het is monniken niet toegestaan om zulke kleding te dragen.’

In zijn tempel aan de Amsterdamse Papaverweg omringde Mettavihari zich vooral met Marokkaanse mannen in de leeftijd van 20, 25 jaar.

Van Beek: ‘Meerdere personen spreken over “criminele praktijken” die veel problemen veroorzaakten. Mettavihari kocht in die tijd een Kever en een Mercedes, en ging ’s avonds vaak in burger met die Marokkaanse jongens op stap. Vanaf toen leende hij zelf ook geld: van Marokkanen en van Thai.’ En op het adres van de tempel in Amsterdam-Noord werd in mei 1999 een vestiging van een Rotterdams bordeel geopend.

Schulden

De zes maanden voor zijn dood in de tempel in Landsmeer leek Mettavihari’s gedrag onberispelijk, maar toch ging hij ’s avonds nog steeds op pad. In deze tempel kwamen behalve één bestuurslid geen Marokkanen meer over de vloer.

Van Beek:

Na zijn dood in 2007 meldden zich bij de Buddhavihara wel enkele Marokkanen die op een dwingende manier geld opeisten.

Omdat niets op papier stond, kregen zij niets. Sommige Thai hadden wel een contract, en hun vordering is volgens Van Beeks bronnen door stichting Buddhavihara afgelost.

Moraal

Van Beeks bevindingen roepen nieuwe vragen op. Niet alleen over Mettavihari’s persoonlijke moraal, maar ook over de redenen voor zijn aanspraak op het monnikschap. De Thaise leraar gaf zich tot zijn dood immers uit voor monnik terwijl hij de vinaya evident met voeten trad.

Volgens de huidige hoofdmonnik van de Buddharama tempel, Phra Thep Buddhimonkun, was Mettavihari geen monnik meer vanaf zijn eerste seksuele contact.

Dit betekent dat hij zichzelf vanaf midden jaren 70—en mogelijk daarvoor in Thailand en andere landen—valselijk als monnik voordeed.

Dit standpunt strookt met de vinaya en met de Thaise monastieke traditie, maar Mettavihari en zijn Nederlandse volgelingen, onder wie door hem benoemde vipassana-leraren die het misbruik sinds begin jaren 80 verzwegen, legden de traditionele ethiek of sila naast zich neer.

Financieel motief

Voor hun stilzwijgen bestond ook een financieel motief: omdat monniken in de ogen van boeddhistische leken waardiger ontvangers zijn dan niet-monniken, ontvangen ze meer: zowel in natura—voedsel, kleding, onderdak, hulp, aandacht—als in contant geld.

Doordat Mettavihari’s volgelingen het misbruik tot lang na diens dood verzwegen en hij zichzelf steevast als monnik presenteerde, deden hij en zijn sangha altijd hun voordeel met de traditioneel boeddhistische vrijgevigheid of dana die monniken ten deel valt, zowel van Thai als van Nederlanders.

Religieuze handeling

Net als het aanbieden van voedsel aan de sangha is het aanbieden van geld of goederen in de ogen van boeddhisten een religieuze handeling.

Door de gift te accepteren stellen monniken leken in staat verdienste te verzamelen. Maar dat laatste geldt niet voor pseudo-monniken.

Aannemelijk is dat Mettavihari door het goeddeels wegvallen van zijn Thaise achterban—en hun dana—op zoek ging naar ’onorthodoxe’ manieren om zijn buitensporige bestedingen te kunnen volhouden.

Dit zou het openen van een vestiging van de erotische ‘massagesalon’ Phoe Thai Privé in zijn tempel aan de Papaverweg kunnen verklaren. En hierin past ook dat Mettavihari aan het eind van zijn leven geld moest lenen, in plaats van het uit te lenen.

‘Vinaya is vinaya’

Phra Thep Buddhimonkun

Phra Thep Buddhimonkun

Phra Thep Buddhimonkun, veelal aangeduid met Luang Pho, de huidige hoofdmonnik in de Buddharama tempel, is duidelijk: ’Vinaya is vinaya. Een monnik die de vinaya niet volgt is geen monnik. Belangrijke regels uit de vinaya die monniken onderscheiden van leken zijn bijvoorbeeld niet stelen—ook niet als het maar één euro is—en geen seksueel contact. Dat blijft altijd zo, en deze regels moeten worden gehandhaafd. In kleine dingen kunnen we soepel zijn.’

Hij noemt als voorbeeld dat een monnik in Nederland, omdat het koud is, de regel uit de vinaya dat één schouder altijd bloot moet blijven wel mag overtreden: hij mag onder zijn pij een shirt of trui dragen. Maar hij mag zijn pij niet uittrekken.

‘De regels die gericht zijn op gedrag dat slecht is moeten altijd worden gehandhaafd. In dit geval hadden zijn Nederlandse volgelingen kunnen weten dat Mettavihari’s gedrag niet goed was. In welk land je ook bent: je weet wat goed of slecht is. Je moet je aanpassen aan het land, maar de grote lijn is overal duidelijk. Hij overtrad de vinaya, maar ook regels die voor iedereen duidelijk zijn.’

Pij als dekmantel

Behalve met zijn eigen bevindingen werd voorzitter Toine van Beek ook geconfronteerd met nieuwe feiten rondom Mettavihari’s handel in vastgoed en zijn connectie met criminaliteit en prostitutie.

Desgevraagd concludeert hij: ”Mettavihari gebruikte zijn pij niet alleen als dekmantel voor criminele activiteiten.’

Hij gebruikte zijn pij ook om bij zijn slachtoffers vertrouwen te wekken. Dat vertrouwen misbruikte hij op een verschrikkelijke manier: niet alleen voor het plegen van seksueel misbruik, maar ook om donaties voor de tempel te bemachtigen.

Van Beek: ‘Die giften waren er zeker niet voor bedoeld om het dubbelleven van een nep monnik te bekostigen.’

Imagoschade

Hij realiseert zich dat het verleden van stichting Buddhavihara ook het imago van de tempel Wat Metta in Purmerend kan beschadigen.

‘Ik hoop dat het Buddhavihara-bestuur beseft dat in dit geval maar een weg naar Rome leidt: openheid en schoon schip maken. Het is niet mogelijk de gebeurtenissen terug te draaien, maar de Thaise en boeddhistische gemeenschap hebben er recht op dat orde op zaken wordt gesteld,’ aldus Van Beek.

Ook wijst hij op de morele plicht van het Buddhavihara-bestuur tegenover Mettavihari’s slachtoffers.

Onlangs ontving Van Beek een nieuwe melding van een man die als 14 of 15-jarig kind door Mettavihari is misbruikt: ‘Het is niet te beschrijven hoeveel leed Mettavihari bij slachtoffers veroorzaakte. Verplaats je in de gevoelens van deze mensen, die tot in het diepst van hun ziel zijn gekwetst. Sluit je even af van je omgeving en denk aan dat misbruikte kind, alleen met Mettavihari. En beeld je de gevoelens van dat kind in.’

Klik op de onderstaande afbeelding voor een uitgebreide, interactieve tijdlijn over Mettavihari.

De tijdlijn wordt regelmatig bijgewerkt. Stuur correcties of aanvullingen naar: rob.hogendoorn@openboeddhisme.nl

Tijdlijn Mettavihari (1944-2015)

About the author

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn (1964) is onderzoeksjournalist en wetenschapper. Hij richt zich onder meer op de receptie van boeddhisme, boeddhisme en wetenschap, en onderzoek naar meditatie.