Hoe is het om een boeddha te zijn?

Het grote vertrek (Parabaik, Mandalay, Myanmar, 19de eeuw)
Rob Hogendoorn
Written by Rob Hogendoorn

6 minuten

De unieke, verfrissende tentoonstelling ‘De Boeddha: van levensverhaal tot inspiratiebron’ toont het levensverhaal van de historische Boeddha en verbindt dat met degenen die zich in het hier en nu door hem laten inspireren. De bezoekers van het Volkenkunde Museum in Leiden wacht een lust voor het oog en een balsem voor de geest! Zo’n verbinding tussen heden en verleden is echter wel een reuzenstap, die in één keer ruim twee millennia boeddhisme overbrugt. De Boeddha verdient het serieus genoeg te worden genomen om kritisch te zijn. Daarom wil ik bezoekers voorhouden hoe zij deze ervaring—want dat is het—kunnen beleven zonder de verscheidenheid en het zoekende, bovenal ménselijke karakter van 25 eeuwen boeddhistische beoefening uit het oog te verliezen.

Traditionele antwoorden

Op 11 februari 2016 opende de Thaise geestelijke Phra Thep Buddhimonkun (1929) de tentoonstelling ‘De Boeddha: van levensverhaal tot inspiratiebron’ in het Volkenkunde Museum in Leiden. Phra Thep Buddhimonkun is sinds 1991 hoofdmonnik van de Buddharama tempel in Waalwijk, waar hij gewoonlijk wordt aangesproken als Luang Pho—Thais voor: ’eerwaarde vader’. Niet eerder bracht een museum de verbindende kracht van de Boeddha op deze manier in kaart. Bezoekers maken een reis langs historische plekken op aarde waar het boeddhisme lang geleden betekenisvol was en waar het nu nog volop leeft. Aan de hand van unieke voorwerpen, foto’s, reportages en interviews met boeddhisten, ook in Nederland, worden bezoekers meegenomen in het kleurrijke levensverhaal van de Boeddha en de religieuze beleving van boeddhisten wereldwijd. Tijdens de openingsplechtigheid hield onderzoeksjournalist en publicist Rob Hogendoorn een toespraak die hier integraal wordt weergegeven.

‘Wie is boeddhist?’ Dat is letterlijk de eerste vraag die ik een boeddhist, een orthodoxe Tibetaanse geestelijke, ooit stelde. Hij dacht even na, en antwoordde toen, breed lachend: ‘Nga’! Dat is Tibetaans voor: ‘Ik’! Verder dan dat wilde hij niet gaan.

Ik wilde natuurlijk weten wat boeddhisten onderscheidt van niet-boeddhisten, maar díe bal ketste de Tibetaan behendig terug. Misschien daarom heeft de vraag me nooit verlaten: ‘Wie is boeddhist?’

Ik ook, maar wie ziet dat? Mijn kinderen niet: toen ik voor het eerst op de radio kwam, noemde de verslaggever mij ‘boeddhist’. Mijn toen 11-jarige oudste zoon keek me stomverbaasd aan: dat was hem tot dan toe volledig ontgaan.

Het traditionele antwoord luidt: boeddhist is degene die—al dan niet op rituele wijze—toevlucht neemt tot de Boeddha, de dharma—dat wat de Boeddha onderwees—en de sangha—de gemeenschap die om hem heen ontstond. Maar wat zegt ‘toevlucht nemen’ over het leven van alledag of iemands staat van geest?

Een ander traditioneel antwoord luidt dat een boeddhist ‘de vier edele waarheden’ in praktijk brengt. Dat geloof ik best, maar waaraan merk ik dat? Haal je hen er in een groep zo uit? Hoe dan, precies?

En, nu ik toch bezig ben: hoe is het om een Boeddha te zijn? De aanduiding ‘boeddha’ betekent immers ‘ontwaakte’ of ‘verlichte’. Wie in de voetsporen van de Boeddha treedt, wil net zo verlicht raken als hij.

Wetenschappelijk antwoorden

Maar, wat betekent het om zélf verlicht te zijn? Is het alles of niets? Kun je ook een beetje verlicht zijn? Zijn er soms wetenschappers die zulke vragen beantwoorden? Dat zou ik moeten weten, want ik volg de interacties tussen boeddhisten en wetenschappers al jaren op de voet.

Opening 'De Boeddha: van levensverhaal tot inspiratiebron'

Luang Pho, Stijn Schoonderwoerd (directeur), Marijke Klokke (conservator)

Zo bezit ik een twee uur lange video uit 1983, over het bezoek van de dalai lama aan deeltjesversneller CERN in de Franse Alpen. Hij sprak er met een groep natuurkundigen onder meer over de grondslagen van de kwantumfysica.

Het gemak waarmee de Tibetaanse geestelijke—net als veel andere boeddhisten, trouwens—over de werking van de menselijke geest spreekt, ontlokte de directeur van CERN een reactie die meer scepsis verraadt dan de dalai lama leek te beseffen.

De directeur stelde vast dat verschijnselen zoals ‘leven’ en ‘bewustzijn’ moeilijk voorstelbaar zijn zonder materie, en waarschuwde: ‘Ons gaat het onderzoek naar materie al boven de pet, en die andere twee problemen zijn nog veel lastiger!’

Meditatie-onderzoek

Die complexiteit heeft neurowetenschappers, psychologen en psychiaters de jaren daarna echter niet afgeschrikt.

Met fMRI-scanners brengen zij het brein van mediterende boeddhisten in kaart; bloedonderzoek meet de sterkte van hun immuunsysteem; vragenlijsten bepalen hun welbevinden; en statistieken houden het recidief bij van aandoeningen zoals depressiviteit.

Zo wordt de bewustzijnsfilosofie die men aan de Boeddha toeschrijft dus al jaren empirisch getoetst en in peer reviewed tijdschriften gedocumenteerd. Over inspiratie gesproken! Hoeveel denkers uit de klassieke oudheid zeggen de Boeddha dát na?

Hype

Zulk onderzoek werd zelfs een hype. Zo concludeerden sommige media dat in het hoofd van een boeddhistische monnik de ‘zetel van het geluk’ was ontdekt. Andere bombardeerden diezelfde monnik tot ‘de gelukkigste man op aarde’.

Opening 'De Boeddha' (11 februari 2016)Tegelijk noemden sommige westers boeddhisten het boeddhisme een ‘wetenschap van de geest’, en roemden zij de Boeddha als ‘geboren wetenschapper’. Daarover zou ik die natuurkundigen bij CERN nog wel eens willen horen!

De aanvankelijke euforie over dit onderzoek is verdwenen. Meta-analyses brachten serieuze verbeterpunten aan het licht en tegenwoordig worden ook schadelijke effecten van meditatie onderzocht.

Verder kwamen boeddhisten ook negatief in het nieuws: in Azië, maar ook in Nederland. Sommige boeddhistische leraren blijkt niets menselijks vreemd: ze hechten net zo goed aan geld, macht, aanzien, sex & drugs & rock ’n’ roll.

Al met al hebben wetenschappers de vraag hoe is het om een boeddha te zijn dus nog lang niet beantwoord.

‘Gebrul van een leeuw’

In de aan hem toegeschreven teksten vergelijkt de Boeddha wat hij over zijn eigen verlichting zegt wel eens met het ‘gebrul van een leeuw.’

Het geval wil dat de Oostenrijkse filosoof Ludwig Wittgenstein ooit opmerkte: ’Als een leeuw kon praten, zouden we hem niet begrijpen.’

Zijn Amerikaanse collega Daniel Dennett antwoordde daarop: ‘De geest van een leeuw die kan praten, verschilt zo van die van andere leeuwen dat we hém misschien wel kunnen verstaan, maar uit zijn woorden amper iets over gewone leeuwen leren.’

Wat kunnen wij dan uit het ‘leeuwengebrul’ van de Boeddha opmaken?

Beeldvorming

Gendun Chöpel, enfant terrible van de Tibetaans kloosterorde waartoe ook de dalai lama behoort, waarschuwde dat de Boeddha zich door ons zo makkelijk niet laat temmen. Volgens hem valt de kloof tussen een boeddha en niet-boeddha zelfs helemaal niet te overbruggen.

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn

Waarom niet? Omdat we de voorstelling die wij ons van een boeddha maken, volledig aan onze niet-verlichte belevingswereld ontlenen. Zelfs zijn tijdgenoten schiepen dus een beeld van de Boeddha dat meer over hen zegt, dan over hem.

Dat klínkt vreemder dan het is: de subjectieve ervaring van de mensen om ons heen is voor ons even ontoegankelijk.

In feite is de historische Boeddha voor ons dus geen grotere vreemde dan ieder ander.

Door de eeuwen heen gaven boeddhisten niet alleen relieken, woorden, afbeeldingen en beelden van de Boeddha aan elkaar door, maar ook hun persoonlijke indrukken: nabeeld, zelfbeeld, evenbeeld, tegenbeeld, voorbeeld, tijdsbeeld, toekomstbeeld.

Zo dichtbij, en toch zo ver weg. Zo ver weg, en toch zo dichtbij.

De Achelse Kluis

Er is nog iets.

Nadat ik een jaar tussen de Tibetanen in India had gewoond, hield ik op de grens met België een paar keer een retraite in het klooster ‘De Achelse Kluis’.

Als leek volgde ik daar van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat de dagorde van cisterciënzer monniken: metten, lauden, hoogmis, vespers, eucharistie, dagsluiting.

In dat klooster leken al mijn zintuigen scherper: nog voor ik een pilaar in de kerk aanraakte, wist ik hoe deze zou aanvoelen. Nog voor ik de winterkapel betrad, wist ik hoe deze zou ruiken. En nog voor ik het koorgebed hoorde, wist ik hoe het zou klinken.

Die zintuiglijke vertrouwdheid—en daarmee de religieuze, culturele en symbolische nabijheid—die ik in de Achelse Kluis voelde, gaat na 25 jaar nog steeds dieper dan wat ik tijdens bezoeken aan boeddhistische tempels ervaar.

Homo historicus

De dalai lama lijkt zich hiervan bewust: hij vindt dat westerlingen de in hun eigen samenleving en cultuur gewortelde geestelijke stromingen beter niet kunnen verlaten. Wie—zoals ik—toch voor het boeddhisme kiest, vraagt hij zich niet af te zetten tegen de levensbeschouwelijke nalatenschap van hun jeugd.

Floor Scholte (tentoonstellingsmaker, links)

Floor Scholte (tentoonstellingsmaker, links)

Zulke voorzichtigheid is meer dan een vorm van interreligieuze of interculturele wellevendheid: ze wordt ingegeven door werkelijkheidszin.

Wij behoren immers tot het ras van de homo historicus: tussen geboorte en dood schept ons bewustzijn uit gefragmenteerde, selectieve waarnemingen steeds weer een schijnbaar geheel waarin zich verleden, heden en toekomst aftekenen.

Wie probeert zich van zijn verleden te ontdoen door zich daartegen af te zetten, roept vooral weerstand en vervreemding op—in zichzelf én in anderen.

Glad ijs

Om hieraan een oerhollandse draai te geven: denk aan de klassieke schaatsbeweging.

'De Boeddha: van levensverhaal tot inspiratiebron'Iedereen die voor het eerst op noren staat, maakt dezelfde fout: naar achteren afzetten. Dat doen we tijdens het lopen, rennen of fietsen immers ook. De juiste afzet is echter: zijwaarts, haaks op de glijrichting.

Leren schaatsen is het afleren van de achterwaartse afzet. Hoe? Door ingesleten bewegingspatronen op te merken en los te laten—iedere schaatspas weer. Pas dan kom je echt vooruit.

Ik wil maar zeggen: wie zich tot het boeddhisme bekeert, begeeft zich op glad ijs. Het is best mogelijk je op die manier geestelijk te ontwikkelen, maar alleen door nauwlettend gade te slaan hoe het verleden, heden en toekomst in je denken elkaar bepalen.

Kritische zin

Het zal niet verbazen: mij persoonlijk inspireert de kritische zin van de Boeddha het meest. Ik zie hem als een zelfstandig denker en filosofisch ontregelaar pur sang. Hij zegt de dingen die niemand wil horen—en niemand anders durft te zeggen.

Ik zou bijna zeggen: de Boeddha was een geboren onderzoeksjournalist!

'De Boeddha: van levensverhaal tot inspiratiebron'In Dagblad Trouw las ik dat de Duitse filosoof Peter Sloterdijk ‘macht’ omschrijft als het vermogen om feiten op de vlucht te jagen. De Boeddha, daarentegen, toonde aan hoe bevrijdend het is om de feiten te zien zoals ze zijn.

Daarom: laat u in Leiden door de Boeddha inspireren! Ga op onderzoek uit! Geef uw ogen en oren de kost, maar slik niets voor zoete koek!

En, bovenal, loop in gedachten af en toe een stukje terug, om op de plek waar u vandaan kwam nog eens met nieuwe ogen rond te kijken: wat een gift!

About the author

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn (1964) is onderzoeksjournalist en wetenschapper. Hij richt zich onder meer op de receptie van boeddhisme, boeddhisme en wetenschap, en onderzoek naar meditatie.