Matthieu Ricard: misdragingen Sogyal Lakar ‘ontoelaatbaar’

Marianne.net - Scandale
Rob Hogendoorn
Written by Rob Hogendoorn

7 minuten

Onlangs beschuldigden acht prominente volgelingen hun Tibetaanse leraar Sogyal Lakar in een brief van mishandeling en seksueel misbruik. Volgens hen is Sogyals gedrag strafbaar. De bekende Franse monnik Matthieu Ricard noemt de misdragingen van de Tibetaan nu ‘ontoelaatbaar’. Hij zegt twee ondertekenaars van de brief persoonlijk te kennen, en noemt hun woorden ‘eerlijk’ en ‘betrouwbaar’. Ricard deed zijn uitspraken tegenover verslaggever Elodie Emery van het Franse opinieblad ‘Marianne’. Sogyal prent zijn volgelingen in dat hij een boeddha is die ‘crazy wisdom’ beoefent. Ricard noemt dat gedrag echter de bron van ‘heel veel lijden’. Volgens hem zijn de mishandeling en het misbruik niet alleen laakbaar volgens de westerse moraal, maar ook vanuit de boeddhistische ethiek. Net als de veertiende dalai lama weigerde Ricard tot op heden openlijk afstand te nemen van Sogyal en diens internationale organisatie Rigpa. Hij wijst elke verantwoordelijkheid voor hun stilzwijgen echter van de hand: volgens Ricard is het aan zijn volgelingen—en aan hen alleen—om Sogyal te ontmaskeren en aan te geven bij de politie.

Groot gezag

Hoewel Matthieu Ricard het belang van zijn oordeel bagatelliseert en zichzelf in Marianne omschrijft als een ‘arme monnik die van rechts naar links dwaalt’, geniet hij als veelgevraagd spreker wereldwijd groot gezag.

Zijn ‘TED talk’ over de ‘gewoontes van geluk’ uit 2004, bijvoorbeeld, werd meer dan 7 miljoen keer bekeken. In Nederland is Ricard vooral bekend als auteur van De monnik en de filosoof (1998) en Altruïsme: de kracht van compassie (2015).

Elodie Emery verwacht dat Ricards huidige commentaar het nodige effect zal hebben: niet alleen op de ongeveer 600.000 boeddhisten in Frankrijk, maar ook op slachtoffers die bang zijn dat hun kritiek op Sogyal het Tibetaans boeddhisme schaadt.

‘Geen zedenpolitie’

De Franse monnik Matthieu Ricard geniet wereldwijd grote bekendheid als auteur, fotograaf, vertaler en deelnemer aan wetenschappelijk onderzoek naar boeddhistische meditatie. Vanaf 2003 verwierf hij faam als ‘de gelukkigste man op aarde’ omdat empirisch onderzoek met fMRI-apparatuur zou hebben aangetoond dat het mediteren Ricards hersenen ongewoon bevattelijk voor vreugde geluk zou hebben gemaakt. In Nederland staat Matthieu Ricard vooral beken als auteur van De monnik en de filosoof (1998), De monnik en de wetenschapper in gesprek over boeddhisme en de aard van het heelal (2001), Altruïsme: de kracht van compassie (2015) en Waarom ik mijn vrienden niet opeet: pleidooi vor dier, mens en aarde (2015). Ricard neemt geregeld deel aan wetenschappelijke conferenties met de veertiende dalai lama, en treedt op als diens vertaler in het Frans taalgebied. Verslaggeefster Elodie Emery schreef in Marianne al eerder over de beschuldigingen aan het van Sogyal Lakar: ‘Pas si zen, ces bouddhistes…’ (2011), ‘Bouddhisme: l’imposture Sogyal Rinpoché’ (2016) en ‘Tout ce secret et cette manipulation de l’information me pesaient’ (2016). Onlangs verschenen van haar hand: ‘Exclusif – Violences, abus sexuels… le scandale qui déshonore le bouddhisme’ (27 juli 2017) en ‘Scandale chez les bouddhistes: Matthieu Ricard recommande aux disciples plus de vigilance’ (28 juli 2017).

Toen de Franse verslaggever Elodie Emery telefonisch contact met Ricard opnam en vroeg waarom hij tot op heden over Sogyal heeft gezwegen, betoogde hij ‘dat het boeddhisme geen zedenpolitie kent’.

Volgens hem moeten volgelingen daarom misstanden zelf aan de kaak stellen en strafbare feiten zelf bij justitie melden.

Dat hij in 2008 samen met de dalai lama zijn opwachting maakte bij de plechtige opening van de Rigpa-tempel Lerab Ling in Zuid-Frankrijk is daarvan los te zien, aldus Ricard:

Het is niet onze rol om als handhavers van het recht op te treden.

Per e-mail vervolgde hij: ‘Er zijn in de wereld duizenden boeddhistische centra die onafhankelijk van elkaar bestaan. Het boeddhisme kent geen hiërarchische organisatie zoals bijvoorbeeld de katholieke kerk.’

‘Innemen van vergif’

De Franse monnik hamert erop dat het boeddhisme onderricht dat leerlingen niet de eerste de beste boeddhist als leraar moeten aannemen.

Volgens Ricard moeten zij de gangen van boeddhistische leraren eerst ‘minutieus’ nagaan: ‘Aanvankelijk op afstand, door bij derden informatie in te winnen, vervolgens van nabij door zelf na te gaan of de over die leraar gevormde mening strookt met de werkelijkheid. Er wordt zelfs aangeraden enkele jaren te wachten voordat men een meester zijn vertrouwen schenkt en diens onderricht volgt. Daaraan wordt toegevoegd dat het zich toevertrouwen aan een niet-gekwalificeerde meester hetzelfde is als het innemen van vergif.’

Gewekt vertrouwen

In een brief van 19 juli 2017 wijst de Tibetaan Sogyal Lakar elke persoonlijke verantwoordelijkheid voor zijn misdragingen van de hand. Hij wijt de huidige ophef over de mishandeling en het misbruik waarvan hij beschuldigd wordt aan de stand van de sterren. Sogyal ontkent het gewraakte gedrag niet, maar gaat ook niet in op de beschuldigingen. Zijn internationale organisatie Rigpa stelde Sogyals gedrag de voorbije decennia steevast voor als de ‘crazy wisdom‘ van een volmaakt verlichte, onfeilbare boeddha. Het verduren van mishandeling en misbruik zou een vorm van ‘guru devotie’ zijn. De Nederlandse vestiging van Rigpa is nauw verweven met andere boeddhistische instellingen. Op 13 juni 2017 bracht onderzoeksjournalist Dirk Mostert in de actualiteitenrubriek Brandpunt (KRO-NCRV) verslag uit van zijn onderzoek naar de beschuldigingen tegen Sogyal. Op 22 juni 2017 verscheen daarover op de voorpagina van De Telegraaf een artikel van Anna Mees en Silvan Schoonhoven.

Ricards betoog gaat eraan voorbij dat veel volgelingen afgaan op het door de de dalai lama zelf gewekte vertrouwen in Sogyal.
De dalai lama schreef in 1992 het voorwoord in Sogyals bestseller Het Tibetaanse boek van leven en sterven (1992).

Sogyals Facebook-pagina vermeldt nog steeds prominent: ‘Foreword by the Dalai Lama

Hoewel vanaf begin jaren 90 door gezaghebbende media over Sogyals misdragingen is gepubliceerd, zegende de dalai lama in 2008 toch nog Sogyals tempel Lerab Ling in, het hoofdkwartier van Rigpa in de Hérault, Frankrijk. Matthieu Ricard fungeerde bij die gelegenheid als zijn vertaler.

Enkele jaren later, in 2010, financierde Sogyal het naar de dalai lama genoemde Tenzin Gyatso Institute. Dit instituut werd van aanvang af geadviseerd door de dalai lama’s vertrouwelingen Samdhong Rinpoche (oud-premier in ballingschap) en Lodi Gyari (diplomatiek gezant).

Drempelverhogend

In Elodie Emery’s eerdere artikel over Sogyal Lakar in Marianne, komt Olivier Raurich, ex-directeur van Rigpa Frankrijk, aan het woord.

Raurich wijst op dat het feit dat de hoogste instanties in het Tibetaans boeddhisme steeds weet hadden van Sogyals misdragingen maar zich daarvan niet distantieerden en dat dit drempelverhogend werkt. Raurich:

Het is moeilijk zich dit te realiseren wanneer je hier buiten staat, maar deze mensen hebben hun hele leven aan Rigpa gewijd, de greep is heel sterk. Het is erg moeilijk.

Inmiddels regelt Raurich psychologische ondersteuning voor de tientallen ontredderde leerlingen die contact met hem zochten.

Elodie Emery toont zich kritisch over de rol van Matthieu Ricard, die lang onbereikbaar bleef toen zij hem om commentaar vroeg: ‘Waar hij ook is, het ziet er niet naar uit dat de profeet van welwillendheid zich heeft gehaast om partij voor de slachtoffers van Sogyal Rinpoche te kiezen.’

Financiële motieven

Raurich vermoedt financiële motieven en zegt over Sogyal: ‘Hij heeft zich onmisbaar weten te maken door veel geld te verdienen en door dit aan iedereen te geven.’

Matthieu Ricard spreekt in Marianne echter uitdrukkelijk tegen dat de dalai lama Sogyal om financiële redenen de hand boven het hoofd houdt.

Volgens hem is de enige rol van leraren van zijn statuur, ‘als voorbeeld te dienen door te onderrichten en belichamen wat je moet doen en laten om een waardige beoefenaar van het boeddhisme te zijn’.
Dat Rigpa voorkomt op de donateurslijst van zijn eigen stichting Karuna-Shechen verklaart Ricard uit een donatie van ruim 5.000 euro in 2015, ten behoeve van de slachtoffers van de aardbeving in Nepal.

Update (30 juli 2017)

Na het verschijnen van de artikelen van Elodie Emery in Marianne en dit artikel gaf Matthieu Ricard zijn zienswijze uitvoerig weer op zijn eigen website Matthieuricard.org.
Ricard stelt dat hij Sogyals tempel driemaal heeft bezocht om daar te vertalen voor de dalai lama en andere Tibetaanse lama’s: ‘Deze korte bezoeken boden me geen gelegenheid een indruk te krijgen van het dagelijks leven in Lerab Ling. Ik ben, met andere woorden, geen “insider” en net als veel andere mensen werd ik me alleen bewust van de vreselijke situatie door de getuigenissen die in het publieke domein circuleren.’

Ricard houdt nog steeds rekening met de mogelijkheid dat Sogyals misdragingen onopzettelijk waren, maar uit zijn betoog wordt niet duidelijk welke betekenis aan die ‘onopzettelijkheid’ moet worden gehecht:

Ik kan de intenties van Sogyal Rinpoche niet beoordelen, en kan dus niet zeggen of hij zijn leerlingen daadwerkelijk kwaad wilde berokkenen.

Volgens Ricard fungeren boeddhistische instellingen volstrekt onafhankelijk van elkaar: ‘Zelfs binnen de Tibetaans boeddhistische gemeenschap, komen de patriarchen van de vier voornaamste scholen—de eerbied voor spirituele gezag ten spijt—niet tussenbeide in het bestuur van de kloosters die als autonome instellingen fungeren. Als een van de Tibetaanse meesters geniet zijne heiligheid de veertiende dalai lama evident alom respect. De leringen en adviezen die hij geeft kunnen zeker als een bron van diepe inspiratie gelden, maar worden nooit als geboden beschouwd. Er is geen gezagsorgaan dat er op toeziet of een specifiek klooster zijn advies daadwerkelijk opvolgt.’

Ricard meent dat de dalai lama niet over het misbruik zwijgt om het imago van het boeddhisme te beschermen: ‘Hij zegt vaak dat hij niets te verbergen heeft, en dat hij open staat—zonder enige aarzeling—voor enig formeel onderzoek naar zijn eigen leven en optreden. Hij herhaalt regelmatig dat integere personen zich onberispelijk moeten gedragen, zowel publiek als privé. Op de eerste plaats als mens, en daarnaast als monnik, hecht hij veel belang aan het naleven van geloften en een wijze van leven die oprecht is en open. Als iemand die hem de afgelopen 25 jaar heeft gediend, kan ik ervan getuigen dat hij zeer allergisch is voor welk soort dubbelhartigheid of valse schijn ook.’

Ricard concludeert over de verantwoordelijkheid van de dalai lama inzake mishandeling en seksueel misbruik dan ook:

Het is niet zijn rol als internationale boeddhistische politieman op te treden.

Volgens Ricard kent het boeddhisme geen centrale hiërarchie zoals de rooms-katholieke kerk en zijn Tibetaans boeddhistische leraren en centra in het Westen om die reden aan niemand—ook de dalai lama niet—verantwoording verschuldigd:

Alleen de mensen die in zulke centra leven, of deze regelmatig bezoeken, zijn in staat te beoordelen of daar gedrag voorkomt dat in strijd is met boeddhistische beginselen.

Ricard merkt tot besluit op dat hij blij is dat hij de komende weken onbereikbaar zal zijn, zodat hij zich ‘kan onttrekken aan de ‘controverses in media die bovenal een bron van vijandigheid en lijden zijn.’

Op Ricards eigen commentaar volgt een citaat van Rigdzin Jigme Lingpa (1729-1798) in Treasury of Precious Qualities (1975) toe, waarin de kwaliteiten van een authentieke leraar en de tekortkomingen van een valse leraar worden beschreven.

About the author

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn (1964) is onderzoeksjournalist en wetenschapper. Hij richt zich onder meer op de receptie van boeddhisme, boeddhisme en wetenschap, en onderzoek naar meditatie.