Media-aandacht seksueel misbruik overvalt boeddhisten

Foto5
Rob Hogendoorn
Written by Rob Hogendoorn

4 minuten

Onnodig en/of niet van toepassing: zo beoordeelden veel Nederlands boeddhistische organisaties in 2012 het nut van een gedragscode en een vertrouwenspersoon. Zij deden mee aan het onderzoek Vertrouwenspersoon: zó is het geregeld. Van de 178 aangeschreven boeddhistische instellingen reageerden slechts 19 op de vragen. Drie instellingen overwogen toen het instellen van een gedragscode en vertrouwenspersoon. Twee organisaties meldden dat ze bezig waren met een regeling. De huidige media-aandacht voor seksueel misbruik overvalt de meeste boeddhistische instellingen dan ook. Het onderzoek dat het NOS Journaal daarnaar instelt deed enkele organisaties wakker schrikken: ze kondigden ijlings aan dat zij hun leven zullen beteren.

Eén instelling bepleitte in 2012 de oprichting van een onafhankelijke ’Stichting Boeddhistische Vertrouwenspersonen’ en een adequate functieformulering voor vertrouwenspersonen. Zo zouden incidenten rondom kwesties als machts- en seksueel misbruik kunnen worden voorkomen.

Een andere boeddhistische organisatie liet weten hierover na te denken ondanks het feit dat zij ‘geen alpha-mannetje/vrouwtje kent’.

Sinds de jaren ’80 worden in de boeddhistische gemeenschap in het Westen steeds opnieuw gevallen van onethisch gedrag bekend. Niet alleen nonnen, monniken en leraren, maar ook vrijwilligers of organisatoren van retraites gaan over de schreef. Veel van deze gevallen betreffen seksueel wangedrag. Hierover is volop pgepubliceerd: door boeddhisten en wetenschappers in tijdschriften, boeken en op het internet, maar ook door journalisten van reguliere media zoals de New York Times, The Guardian, The Telegraph of The Sunday Times.

Het onderzoek Vertrouwenspersoon: zó is het geregeld (2012) moest duidelijk maken hoe boeddhistische instellingen de relatie tussen boeddhistische leraren en leerlingen regelen—of zij nu non, monnik of leek zijn. De redactie van • open boeddhisme • stelde verschillende vragen aan de orde. Deze betroffen met name het wel of niet hebben van een vertrouwenspersoon en een gedragsprotocol of ethische code. Ook werd gevraagd naar de argumenten om zo’n protocol of code al dan niet op te stellen. Andere vragen gingen over de inhoud van de functie vertrouwenspersoon. Tot slot nam het onderzoek de wijze waarop meldingen van wangedrag of bevindingen van een vertrouwenspersoon worden behandeld onder de loep.

Op enkele gevallen na—de Nederlander Dhammawiranatha (2002), de Oostenrijker Gerhard Mattioli (2013) en de Tibetaan Sogyal Rinpoche (2014)—is over seksueel wangedrag van boeddhistische leraren in Nederlandse media tot op heden nauwelijks gepubliceerd. Mogelijk verklaart dit het kennelijke gebrek aan belangstelling van boeddhistische instellingen voor het onderwerp gedragscodes en vertrouwenspersonen in 2012.

Door toedoen van het NOS Journaal komt daarin nu snel verandering. Onderzoeksredacteur Bas de Vries (NOS Net) en verslaggever Michael de Smit maakten voor het Achtuurjournaal een reportage over seksueel misbruik door boeddhistische leraren in Nederland. Zij werkten daarbij samen met onderzoeksjournalist Rob Hogendoorn. Uit de verslaggeving van de NOS wordt duidelijk dat in Nederland actieve boeddhistische leraren sinds de jaren ’70 vele tientallen leerlingen seksueel hebben misbruikt.

Net als in de rooms-katholieke kerk voor 2010 heerst in het Nederlands boeddhisme een zwijgcultuur: de omgeving van boeddhistische leraren die zich misdragen geeft daaraan meestal geen ruchtbaarheid. Daardoor kunnen steeds opnieuw slachtoffers worden gemaakt. Soms werden pogingen van boeddhisten om in te grijpen of openheid van zaken te geven door boeddhistische bestuurders en media genegeerd en zelfs gefrustreerd.

Na vragen van de NOS waarschuwde het bestuur van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) allerijl de leden. Het bestuur schreef op 7 mei 2015 dat de NOS een nieuwsitem voorbereidde over seksueel misbruik door boeddhistische leraren:

Het bestuur brengt dit graag onder uw aandacht omdat er vragen naar individuele sangha’s kunnen komen en om er nog eens op te wijzen dat dit onderwerp binnen de BUN bespreekbaar is.

In deze interne e-mail noemt het bestuur de BUN een ’vriendschapsvereniging’ die geen zeggenschap over de leden heeft. Verder schrijft het bestuur: ’De BUN moedigt haar leden aan zich op dit punt te organiseren, bijvoorbeeld door middel van vertrouwenspersonen, gedragscodes of anderszins, zodat mensen met vragen of problemen ergens terecht kunnen. Indien dit onvoldoende blijkt te zijn voor een hulpzoekende moedigt de BUN de betreffende persoon aan hulp te zoeken in zijn of haar eigen omgeving of bij officiële instanties.’

De NOS-verslaggeving maakt duidelijk dat de BUN zich al in 2001 en 2008 met misbruikzaken in Makkinga en Middelburg bezighield. Hoewel het om niet-leden ging voelde het BUN-bestuur zich geroepen over deze kwesties mee te praten toen leerlingen van deze sangha’s besloten zelf in te grijpen. Doordat de BUN die zaken binnenskamers hield ging van dit medeweten voor het publiek geen enkele waarschuwing of bescherming uit.

Dat het BUN-bestuur het thema seksueel misbruik nu ‘bespreekbaar’ noemt kan intern makkelijk tot spanningen leiden. Van de huidige 40 leden hebben minstens 16 organisaties een geestelijk leider die—met name in buitenlandse media—in opspraak kwam wegens beschuldigingen van seksueel wangedrag. Dat is 40 procent.

De discussie over misbruik roept ook nieuwe vragen op over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de BUN. De unie is zendmachtigingshouder van de Boeddhistische Omroep Stichting. Deze publieke omroep negeerde vroegtijdige waarschuwingen over ontsporingen in het Boeddhistisch Mahayana-Centrum in Middelburg. Verder is de BUN het enige aanspreekpunt van de Nederlandse overheid voor de ruwweg 55.000 boeddhisten die Nederland volgens de laatste schattingen telt.

Als formeel contactorgaan is de BUN direct betrokken bij de opleiding tot ‘boeddhistisch chaplain’ aan de Vrije Universiteit (Amsterdam) en de selectie van geestelijke verzorgers bij de Dienst Justitiële Inrichtingen. De seksuele moraal die de BUN als ‘zendende instantie’ uitdraagt kan bij het beoordelen van haar inbreng in de geestelijke verzorging van boeddhistische delinquenten moeilijk buiten beschouwing blijven.

Behalve het BUN-bestuur zetten ook andere boeddhisten het thema seksueel misbruik plotsklaps hoog op de agenda. Twee groepen leraren maakten zo’n twee weken voor de uitzending van het Achtuurjournaal bekend dat hun Thaise leraar Mettavihari (1944-2007) als monnik jarenlang seksuele handelingen met mannelijke leerlingen verrichtte. Een aantal van hen hebben het seksuele leven van Mettavihari minstens 35 jaar verzwegen: zij waren in 1981 persoonlijk getuige van Patrick Franssens vergeefse poging het seksueel misbruik door Mettavihari een halt toe te roepen.

Beide groepen kondigden aan nu echt haast te zullen maken met het instellen van vertrouwenspersonen, gedragscodes, ethische commissies en dergelijke. Bewustmaking, preventie, tijdige signalering en dergelijke hebben volgens hen de komende maanden prioriteit.

Omdat zij het niet eens konden worden over het openlijk verbinden van Mettavihari’s naam met seksueel wangedrag leidde de huidige publiciteit al tot een scheuring in de groep die tot voor kort nog als één geheel werd aangeduid: ‘de Veertien’, de ‘Mettavihari Heritage Sangha’ of ‘Vipassana Nederland’. Leraren uit beide kampen zijn nauw verbonden met andere instellingen zoals de Stichting Inzichts Meditatie en Vipassana Centrum Nederland kan het doorbreken van de zwijgcultuur rondom seksueel misbruik onvoorziene repercussies hebben voor deze boeddhistische organisaties en voor de gemeenschap van vipassana-beoefenaren als geheel.

Wilt u reageren? E-mail dan naar misbruik@openboeddhisme.nl.

About the author

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn (1964) is onderzoeksjournalist en wetenschapper. Hij richt zich onder meer op de receptie van boeddhisme, boeddhisme en wetenschap, en onderzoek naar meditatie.