Minderjarigen door boeddhisten niet beschermd

Foto2
Rob Hogendoorn
Written by Rob Hogendoorn

7 minuten

Twee gemeenschappen waarin boeddhistische ‘monniken’ hun leerlingen seksueel misbruikten namen minderjarigen daartegen niet in bescherming. Het gaat om de boeddhistische gemeenschappen van de Nederlandse monnik Dhammawiranatha (Pierre Krul) en de Thaise monnik Mettavihari. Toen enkele leerlingen deze monniken met het misbruik confronteerden en hen dwongen op te stappen zagen deze sangha’s in de beschuldigingen over seksuele contacten met minderjarigen geen aanleiding hulpverleners of justitie in te schakelen. Sterker: zowel in Waalwijk als in Makkinga verdwenen beschuldigingen over seks met minderjarigen in de doofpot, precies op het moment dat ze een groot verschil zouden hebben gemaakt.

De NOS bericht vandaag dat Mettavihari behalve Patrick Franssen (1955) twee andere minderjarige jongens misbruikte, één van hen was twaalf jaar oud. Franssen was zelf 19 (tot 1986 gold dat als minderjarig) toen hij in 1974 voor het eerst door Mettavihari († 2007) werd misbruikt. Dit misbruik had plaats in de Buddharama tempel in Waalwijk en ging jaren door.

Tegenover de NOS zegt een man dat hij eind jaren 70 op 12-jarige leeftijd door Mettavihari is misbruikt. Hij woonde destijds in de straat in Waalwijk waar de boeddhistische tempel in die tijd was gevestigd. Mettavihari lokte hem de tempel in.

Politie Waalwijk

Franssen greep in na een telefoongesprek met de Waalwijkse politie over Mettavihari’s seksuele contacten met een andere minderjarige. Ook deze man heeft de NOS gesproken. Franssen dwong Mettavihari op 29 juni 1981 tot aftreden als voorzitter van de stichting The Buddharama Temple. Dit vertrek werd teruggedraaid onder de nieuwe voorzitter Henk Barendregt.

Wiskundige en KNAW-lid Barendregt is een van de meest gelauwerde wetenschappers van ons land. Toen hij leerling werd van Mettavihari stond Barendregt als medewerker van de Rijksuniversiteit Utrecht aan het begin van een wetenschappelijk carrière die in 2002 werd bekroond met de prestigieuze Spinozaprijs. Barendregt werd als enig oprichter van de stichting The Buddharama Temple in 1975 tot secretaris benoemd. Na Mettavihari’s gedwongen vertrek uit het bestuur in 1981 volgde Barendregt hem op als voorzitter. Onder zijn voorzitterschap keerde Mettavihari terug in het bestuur. Barendregt bleef tot 1988 in functie.

Mettavihari keerde na enkele maanden terug in het Buddhararama-bestuur. Hij werd daarin ’als privé persoon’ gesteund door zijn leerling Aad Verboom (1956), penningmeester van de Stichting Jonge Boeddhisten Nederland (SJBN). Verboom werkte met Franssen samen in de Buddharama tempel. Franssen verwijt hem en Barendregt dat zij de traditionele vinaya in 1981 feitelijk buiten werking stelden. Deze verbiedt monniken iedere vorm van seksueel contact: monniken die zich daaraan niet houden zijn monnik-af en moeten daarom hun pij afleggen.

’Te vaag’

Verboom noemt Franssens beweringen over seksueel misbruik nu ’te vaag’ om te kunnen reageren: ’Wat ik kan zeggen is dat ik het niet wist. Ik weet het pas zeker sinds oktober vorig jaar. Toen heb ik het van iemand persoonlijk gehoord en hem daarbij in de ogen gekeken. Dat was voor mij het kantelpunt. Voor die tijd waren er geruchten, dat weet ik ook wel, maar hoe moet je dat op waarheid schatten?’

Verboom geeft toe dat hij Mettavihari in 1981 wel steunde: ’Maar dat was niet formeel, ik zat niet in het bestuur. Het kwam omdat ik dacht dat het verhaal een gerucht was. Ik heb toen geen invloed gehad, maar ik heb wel mijn persoonlijke mening gegeven.

Het verhaal van Patrick leek mij meer een power struggle dan iets dat met seksueel misbruik te maken had.

De kwestie leidde in 1980 en 1981 tot een leegloop van het Buddharama-bestuur: behalve Franssen vertrokken nog vier bestuursleden. Vanaf december 1981 bestuurden Barendregt en Mettavihari de tempel samen—tót de Thaise monnik juni 1983 voorgoed uit de Buddharama tempel werd verbannen. Hoewel de SJBN in 1978 werd opgericht om het werk van monniken in de Buddharama tempel te steunen, richtten Verboom en de stichting zich daarna uitsluitend op hulp aan Mettavihari.

Franssens interventie in 1981 én de onmiddellijke aanleiding daartoe verdwenen in de doofpot tot de NOS en • open boeddhisme • daarover op 24 mei 2015 publiceerden. Mettavihari bleef zijn boeddhistische pij tot zijn dood in 2007 dragen.

’Leeuw heeft welpje’

Op 30 december 2001 dwongen de leerlingen van de Nederlandse monnik Dhammawiranatha hun leraar wel zijn boeddhistische pij af te leggen. Enkele vrouwelijke leerlingen beschuldigen hem sindsdien herhaaldelijk van seksuele contacten met een Havo-scholiere. Het meisje kwam eind 1998 als veertienjarige in Dhammawiranatha’s centrum Boeddhayana in het Friese Makkinga wonen. Zonder ouderlijk toezicht: haar moeder verhuisde vanuit Zutphen naar een woning ergens in de buurt.

Het Boeddhayana Nieuwsblad (Januari 1999) schrijft hierover: ’Zoals wij weten werd een krachtige uitspraak van de Boeddha vaak vergeleken met de brul van een leeuw. Degenen die Bhante wat beter kennen, herkennen ook de leeuw in hem. In het hol van deze leeuw nu in Makkinga loopt sinds kort een welpje rond.’ Volgens het bericht ’Leeuw heeft welpje’ kwam het meisje van jongs af aan bij Dhammawiranatha’s centra over de vloer, en kwam ze nu bij ‘Dhamma-vader’ wonen.

Boeddhistische Unie Nederland

Op 21 december 2001 maakte een bestuurslid van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) nadat hij ’drie afvalligen’ van Boeddhayana op bezoek kreeg een korte aantekening: ’De verhalen over Dhammawiranatha waren echt onthutsend: hersenspoeling, kleinering, ophitsen, financieel kaalplukken (zoals laten verhuizen naar het klooster in Friesland en de opbrengst van de verkoop van de eigen woning laten doneren), valse handtekeningen, seksuele relaties met (doorgaans mentaal afhankelijke) vrouwen, maar ook met heel jonge minderjarige meisjes (zoals een al vier jaar lopende seksuele relatie met een meisje vanaf haar 14de), angst voor de opdringerigheid bij eigen jonge kinderen (dochters), abortus laten plegen en dergelijke.’

De inschatting van het bestuurslid toen: ’Maar behalve de handtekeningen en het klooien met kleine meisjes is eigenlijk niets strafbaar, want alles ging ”vrijwillig”.’ Hij raadde zijn bezoekers daarom aan een dossier te vormen, de verhalen van betrokken zwart op wit vast te leggen en geen ’onbesuisde acties’ te ondernemen. Hoewel Boeddhayana geen lid was verwees het bestuurslid hen naar de toenmalige voorzitter van de BUN, Johan Niezing.

Niezing merkt daarover op: ’Als BUN-voorzitter werd ik benaderd door een of andere man van een club die zich met sektes bezighield. Hij vertelde mij dat hij de zaak rondom Dhammawiranatha aan de grote klok zou hangen. Toen heb ik de zaak als BUN-voorzitter op me genomen. Ik heb met een aantal slachtoffers gesproken in een café in Zuidhorn. Later heb ik hen meegenomen naar een bevriende advocaat, Dirk Boon. Ik had destijds een grote auto, met twee van die banken waar drie mensen op kunnen. Deze heeft met de slachtoffers gepraat en kwam tot de slotsom dat zij in juridische zin weinig mogelijkheden hadden.’

Stichting Studie- en Hulpgroep Sekten

Met ‘deze club’ doelt Niezing op de betrokkenheid van Wilm Edelbroek, voorzitter van de stichting Studie- en Hulpgroep Sekten in Swifterbant (ontbonden in 2010). Eén dag na het bezoek aan het BUN-bestuurslid vroeg een ’ex-sympathisante’ van Boeddhayana deze stichting om hulp.  Edelbroek werd vanaf dat moment intensief bij de zaak betrokken. Toen Dhammawiranatha zijn pij aflegde was hij daarbij aanwezig. Edelbroek schreef over de kwestie een rapport van 22 pagina’s.

In Edelbroeks  Rapportage Betreffende problemen Nederlandse Buddha-Dhamma Stichting (1 maart 2002) komen de beschuldigingen over het 14-jarige meisje echter niet voor.

Desgevraagd licht Edelbroek toe: ’Mij is destijds alleen gevraagd te onderzoeken of Dhammawiranatha zich schuldig had gemaakt aan seksueel misbruik van volwassen vrouwen. Het ging om een algemeen onderzoek, en de vrouwen die de klacht indienden waren allemaal volwassen.’ Het meisje in kwestie was op het moment dat zijn rapport verscheen net twee weken 18. Het leeftijdsverschil met Dhammawiranatha: 31 jaar.

Net als Mettavihari’s sangha in Waalwijk in 1981 doet Dhammawiranatha’s sangha in Makkinga bij deze interventie kennelijk niets met de beschuldiging over seksuele contacten met een minderjarige.

’Een monnik met een hobby’

Het is daarom opvallend dat vijf maanden na het verschijnen van Edelbroeks rapport een landelijk dagblad wél naar die beschuldiging verwijst. Toen sprak Lodewijk Dros voor het artikel ’Een monnik met een hobby’ in Dagblad Trouw (16 augustus 2002) met enkele vrouwelijke leerlingen van Dhammawiranatha: Anjali Osseman, Marianne van Lobberegt en ’Lisa’ (pseudoniem).

Dros: ’In elke handeling zit een leerpunt, vertelt Van Lobberegt, en dat kon de monnik confronterend duidelijk maken, in het openbaar. Vernederend ook, vertellen ex-sympathisanten. Maar je vertelde elkaar ”dat je er iets van moest leren’, hoe vreemd de aanwijzing ook was.” Tot op het moment ,,dat we dat níet meer tegen elkaar zeiden,” vertelt Osseman.’

Over het keerpunt schrijft Dros: ’Kwam het door de ‘krenkende’ schrobbering van de leraar, die het zijn mensen verweet dat zijn moeder, uit Den Haag verhuisd, niet kon aarden in Makkinga?

Of was het toen Van Lobberegt de deur op slot zag gaan achter de monnik en een “meiske van 15″—en zij zich herinnerde dat hij haar zelf eens onzedelijk had betast?

En verder: ‘En dan was er het gefrunnik en gemasseer, en het Bengalese leerlingmonnikje in bed bij Dhammawiranatha, allemaal ongepast voor een boeddhistische, celibataire monnik.’

’Zie het maar als een oefening’

Jaren later, in het boek Ik was gek van geluk: Verhalen uit sektarische bewegingen (2013) van Carine Damen, wordt dezelfde beschuldiging opnieuw herhaald. Het hoofdstuk ’Zie het maar als oefening’ is helemaal aan de Boeddhayana-affaire uit 2001 gewijd. Ook Damen sprak met oud-volgelingen van Dhammawiranatha, zij worden alle met een pseudoniem aangeduid. Het 14-jarige meisje dat in 1998 in Makkinga kwam wonen heet in Damens boek ’Anna’.

Over haar citeert Damen uit de mond van ’Barbara’:

Krul had een neus voor vrouwen met een misbruikverleden. Het is dan ook geen toeval dat Anna aan hem is blijven hangen. Zij was vijf toen ze Krul ontmoette, via haar moeder.

Sangha-lid ’Barbara’ vervolgt: ’Nadat haar vader naar het buitenland was gevlucht vanwege een zedenzaak waarvoor hij gezocht werd, raakten Anna en haar moeder steeds meer bij de Stichting betrokken. Toen ze in de puberteit kwam, kon Anna niet meer met haar moeder opschieten. “Ga eens met Bhante praten, daar kun je altijd terecht,” was het toen. Zo kwam Anna bij Krul op de boerderij in Makkinga wonen. Van het een kwam het ander. Twee jaar nadat de groep uit elkaar was gevallen werd Anna zwanger, op haar twintigste. Ze wilde het kind houden. Toen is Krul maar met haar getrouwd.’

Een andere voormalige leerling van Dhammawiranatha, ’Ellie’, vult aan: ‘Anna moet vanaf haar zestiende seksueel door Krul zijn benaderd. Dat vond ze zelf overigens geweldig, die man was alles voor haar. Toen ik nog in Oosterwolde woonde, voelde ik gewoon wat er aan de hand was. Ik kan niet zeggen waarom. Anna’s moeder was aan het begin niet blij met de relatie. Krul mocht daar niet over de vloer komen, ook niet toen de baby er al was.’

Het is onduidelijk waarom de beschuldigingen over Dhammawiranatha’s seksuele contacten met deze minderjarige wél nadrukkelijk naar voren werden gebracht tegenover de BUN, Lodewijk Dros en Carine Damen, maar níet tegenover voorzitter Edelbroek van de stichting Studie- en Hulpgroep, de politie in Friesland of hulpverleners zoals het Meldpunt Kindermishandeling (tegenwoordig: ‘Veilig thuis’).

Feitelijk hebben de gebeurtenissen in Waalwijk en Makkinga één ding met elkaar gemeen: toen volwassen leerlingen voor zichzelf opkwamen, ingrepen en hun leraar confronteerden, genoten minderjarige kinderen in deze sangha’s nog steeds geen bescherming.

Wilt u reageren? E-mail dan naar misbruik@openboeddhisme.nl.

About the author

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn (1964) is onderzoeksjournalist en wetenschapper. Hij richt zich onder meer op de receptie van boeddhisme, boeddhisme en wetenschap, en onderzoek naar meditatie.