Minister: BUN verantwoordelijk voor voorkomen seksueel misbruik

Butterlamp
Rob Hogendoorn
Written by Rob Hogendoorn

8 minuten

‘Het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) om te voorkomen dat boeddhistische monniken en/of leraren zich schuldig maken aan (seksueel) misbruik.’ Dit schrijft minister van veiligheid en justitie Ard van der Steur (VVD) in antwoord op vragen van Magda Berndsen-Jansen en Vera Bergkamp, beiden lid van de Tweede Kamerfractie van D66. Zij stelden Kamervragen naar aanleiding van de reportage ‘Seksueel misbruik bij boeddhisten in Nederland’ van het NOS Achtuurjournaal. BUN-voorzitter Michael Ritman zei eerder in Dagblad Trouw (26 mei 2015) dat de koepelorganisatie geen zeggenschap over de bijna 40 leden heeft: ‘Wij vragen van de bij ons aangesloten boeddhistische centra alleen dat ze de Nederlandse rechtsorde respecteren’. Omdat het boeddhisme geen centraal leergezag kent, kan de ‘vriendschapsvereniging’ in zedenzaken volgens Ritman weinig betekenen. Hij denkt dat seksueel misbruik niet veel voorkomt: ‘Nederland is ook maar een klein land. Ons heeft sinds 2008 in elk geval geen vraag op hulp meer bereikt.’ Dat laatste kan ook andere redenen hebben. Eén daarvan is dat de unie eerdere, expliciete waarschuwingen over seksueel misbruik negeerde en daaraan, ook achteraf, geen ruchtbaarheid gaf. Daardoor ging van eerdere ervaringen van boeddhisten met langdurig seksueel misbruik geen preventieve werking uit. Om die reden stelden de D66-fractieleden specifieke vragen over de BUN. Desgevraagd stelt Kamerlid Bergkamp dat onduidelijk is op welke wijze BUN de preventieve taak heeft opgepakt en zal oppakken. Ze zal minister Van der Steur tijdens het eerstvolgende Kamerdebat over misbruik om opheldering vragen.

Niet vrijblijvend

Onderzoeksredacteur Bas de Vries (NOS Net) en onderzoeksjournalist Rob Hogendoorn verrichten sinds februari 2015 samen diepgaand onderzoek naar seksueel misbruik door boeddhistische leraren. Dit voorjaar publiceerden zij, onafhankelijk van elkaar, meerdere keren over de boeddhistische leraar Mettavihari († 2007). Meer dan twintig voormalige leerlingen beschuldigen deze Thaise vipassana-leraar van seksueel misbruik dat plaats had in de jaren 70, 80 en 90. De meeste slachtoffers waren toen jongvolwassen mannen, enkelen waren volgens de wet minderjarig. Eén man zegt dat hij als 12-jarige jongen door Mettavihari werd misbruikt. Het misbruik werd door 14 door Mettavihari benoemde leraren decennialang verzwegen. Het NOS Achtuurjournaal wijdde hieraan twee uitzendingen: op 24 mei en 28 mei 2015. De Tweede Kamerleden Magda Berndsen en Vera Bergkamp (beiden D66) stelden naar aanleiding hiervan op 27 mei 2015 Kamervragen aan minister van veiligheid en justitie Ard van der Steur (VVD). De minister beantwoordde de vragen op 28 augustus 2015.

Van der Steurs oordeel over de BUN is niet vrijblijvend: de BUN is het formele contactorgaan van boeddhisten met de Nederlandse overheid. Staatssecretaris Fred Teeven (VVD) erkende de unie in 2012 namens het ministerie van veiligheid en justitie voor onbepaalde tijd als zendende instantie voor de geestelijke verzorging van boeddhistische gedetineerden.

Verder is de boeddhistische koepel direct betrokken bij de postdoctorale ambtsopleiding tot ‘boeddhistisch chaplain‘ aan de Vrije Universiteit (Amsterdam). De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) neemt alleen geestelijke verzorgers aan die de VU-opleiding voltooien én formeel door de BUN worden ‘gezonden’.

Varamitra, het hoofd van de dienst Boeddhistische Geestelijke Verzorging (BGV) op het ministerie van justitie, is oud-voorzitter van de BUN. Aspirant geestelijke verzorgers moeten zich via zijn privé e-mailadres tot hem wenden voor een ‘valideringsgesprek’.

Omvang

De omvang van het seksueel misbruik in het Nederlands boeddhisme wordt langzaam duidelijk. De afgelopen 25 jaar werden minstens zes in Nederland actieve boeddhistische leraren openlijk van seks met leerlingen beschuldigd: de Engelsman Sangharakshita (Dennis Lingwood), de Nederlander Dhammawiranatha (Pierre Krul), de Amerikaan Dennis Merzel (voorheen: Genpo Roshi), de Tibetaan Sogyal Rinpoche (ook wel: Sogyal Lakar), de Oostenrijker Gerhard Mattioli (voorheen: Lama Kelsang Chöpel), en, laatstelijk, de Thai Mettavihari († 2007).

Van de huidige BUN-leden heeft bijna 40 procent een geestelijk leider die—meest in buitenlandse media—in opspraak kwam wegens beschuldigingen van seksueel wangedrag.

In de eerste NOS-reportage over Mettavihari zei boeddhistisch leraar Frank Uyttebroeck dat hij de afgelopen vijf jaar vijf personen begeleidde die allen door verschillende leraren zijn misbruikt. Kort voor de uitzending had zich nog iemand gemeld, voegde hij daaraan toe. Omdat hij deze slachtoffers vertrouwelijkheid beloofde, weigert Uyttebroeck de namen van deze boeddhistische leraren bekend te maken.

Openbaar ministerie en politie

In antwoord op de Kamervragen van Berndsen en Bergkamp schrijft minister Van der Steur dat hij op basis van de informatie van het Openbaar Ministerie (OM) en de politie niet kan vaststellen ‘of boeddhistische monniken en/of leraren zich schuldig hebben gemaakt aan seksueel misbruik.’ Hij vervolgt:

Ik kan het echter ook niet uitsluiten. Het is immers mogelijk dat zich feiten hebben voorgedaan waar de politie en het OM geen kennis van hebben.

Leerlingen meldden het seksueel misbruik in de sangha’s van Mettavihari (Waalwijk), Dhammawiranatha (Makkinga) en Gerhard Mattioli (Middelburg) wel bij de politie, maar deden uiteindelijk geen aangifte. Van der Steur schrijft de Kamerleden: ‘Er zijn enkele meldingen en aangiftes bekend, maar die hebben tot op heden niet geleid tot een strafrechtelijke veroordeling.’

Behalve de politie, waarschuwden leerlingen van de leraren Dhammawiranatha en Gerhard Mattioli begin jaren 00 ook de BUN. Zij beschuldigden Dhammawiranatha onder meer van seks met een bij hem inwonend, minderjarig meisje. Mattioli werd beschuldigd van seksueel misbruik en geestelijke intimidatie.

De unie greep echter niet in en gaf aan de meldingen over misbruik geen bekendheid. In het geval van Mattioli ging het seksueel misbruik daarna nog jarenlang door. Uiteindelijk dwongen deze leerlingen hun leraren zelf het leraarschap op te geven en hielden hun sangha’s op te bestaan.

Doofpot

De BUN maakte ook achteraf niet bekend wat in Makkinga en Middelburg is voorgevallen: het bestuur van toenmalig voorzitter Varamitra, bijvoorbeeld, stopte de zaak Mattioli in 2008 in de doofpot. Kort daarop trad Varamitra in dienst bij het ministerie van justitie en veiligheid.

Onlangs toonde Varamitra zich als ambtelijk diensthoofd kritisch over de recente berichtgeving over seksueel misbruik:

Ik wil het niet goedpraten, maar dit is een onvolkomenheid van het menselijk bestaan. Niemand is perfect.

Hij vervolgt: ‘De hedendaagse drang naar perfectie, naar purisme, maakt dat er een nietsontziende onverdraagzaamheid aan het ontstaan is. Niet alleen in de religies maar ook in de politiek, het bedrijfsleven en de overheid—dat is echt een drama aan het worden zo langzamerhand.’

Tegenover de jongerensite van de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) bagatelliseerde Varamitra het belang van openheid: ‘Als slachtoffer word je in het diepst van je eigenheid aangetast, daar loop je niet mee te koop. Voor veel van de slachtoffers is het ook te pijnlijk om over te praten en dan wordt opeens wordt nu het doek opgetrokken, dat is geen kattenpis. Hebben de slachtoffers hier iets aan? Ik weet het niet, ik denk de meesten niet.’

Confronterend

De huidige berichtgeving over seksueel misbruik en het standpunt van minister Van der Steur over de rol van de BUN zijn zowel voor voormalig voorzitter Varamitra als voor huidige voorzitter Michael Ritman confronterend.

Ze hebben allebei een boeddhistische leraar die, met name in Engelse media, openlijk van seksueel misbruik is beschuldigd.

Varamitra was vanaf eind jaren 80 meer dan twintig jaar volgeling van de Engelse leraar Sangharakshita (Dennis Lingwood), de geestelijk leider van de boeddhistische organisatie Friends of the Western Buddhist Order (FWBO, tegenwoordig: Triratna).

Sangharakshita en de FWBO kwamen in de jaren 90 ernstig in opspraak na beschuldigingen van seksueel misbruik, gedwongen homoseksualiteit en misogynie. Wetenschappelijk onderzoekers en andere boeddhistische organisaties in Engeland rekenden de FWBO daarna tot de sektarische bewegingen (‘cult’).

Varamitra heeft zich nooit inhoudelijk van Sangharakshita en de FWBO gedistantieerd: hij verliet de organisatie pas toen hij in 2009 tot ambtelijk diensthoofd werd benoemd. De opgegeven reden: een verschil van inzicht over het te voeren beleid.

Sogyal en Rigpa

Michael Ritman is leerling van de Tibetaanse leraar Sogyal Rinpoche. Hij was betrokken bij de Nederlandse heruitgave van Sogyals bestseller Het Tibetaanse boek van leven en sterven.

Sogyal wordt sinds de jaren 90 door vrouwelijke leerlingen beschuldigd van seksueel misbruik. Zij uitten deze beschuldigingen onder meer in kranten als The Guardian en The Sunday Times, in de Canadese documentaire ‘In the Name of Enlightenment’ (2011) en in het essay ‘Behind the Thangkha’s’ (2011) van Guardian-journaliste Mary Finnigan.

Sogyals internationale organisatie Rigpa schikte midden jaren 90 een rechtszaak die werd aangespannen door een anonieme Amerikaanse voor een onbekend gebleven bedrag.

Rigpa behoort in Nederland tot de grootste boeddhistische organisaties. Rigpa ontkent niet dat de Tibetaan seksuele contacten met vrouwelijke leerlingen heeft, maar houdt vol dat Sogyal met iedere leerling het beste voor heeft. ‘Niettemin neemt de organisatie elke beschuldiging van ongepast gedrag uiterst serieus’, luidt het in een persverklaring.

In Nederland publiceerde Marije van Beek in Dagblad Trouw een kritisch artikel over Sogyal: ‘De meester staat leerlingen zeer na’ (26 juni 2014).

Op de vraag hoe hij weet dat het seksueel misbruik nooit heeft plaats gehad verklaarde een Nederlandse Rigpa-medewerker tegenover Van Beek: ‘Omdat Sogyal Rinpoche dat zelf zegt. Hij heeft dat meerdere keren herhaald. En ik weet uit eigen ervaring met hem dat hij er niet over zou liegen.’

‘Bespreekbaar’

Na vragen van NOS-onderzoeksredacteur Bas de Vries waarschuwde Ritmans bestuur alle leden van de BUN, waaronder Rigpa, via een e-mail: (7 mei 2015): ‘Het BUN-bestuur is recentelijk benaderd door de NOS. De NOS is een nieuwsitem aan het voorbereiden over seksueel misbruik door boeddhistische leraren.’

Het bestuur brengt dit graag onder uw aandacht omdat er vragen naar individuele sangha’s kunnen komen en om er nog eens op te wijzen dat dit onderwerp binnen de BUN bespreekbaar is.

Het bestuur benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van de leden voor het instellen van ‘vertrouwenspersonen, gedragscodes of anderszins, zodat mensen met vragen of problemen ergens terecht kunnen. Indien dit onvoldoende blijkt te zijn voor een hulpzoekende moedigt de BUN de betreffende persoon aan hulp te zoeken in zijn of haar eigen omgeving of bij officiële instanties.’

Tot slot drukt het BUN-bestuur de hoop uit ‘dat er met de openheid over dit onderwerp meer duidelijkheid komt en dat misstanden voorkomen dan wel adequaat aangepakt kunnen worden.’

Hoewel zijn bestuur Rigpa als ‘individuele sangha‘ wel over het onderzoek van de NOS naar seksueel misbruik waarschuwde, wilde Ritman tegenover verslaggeefster Leonie Breebaart van Dagblad Trouw (26 mei 2015) niet op vragen over Sogyal reageren: ‘Als voorzitter van een vriendschapsvereniging zal ik nooit met de vinger wijzen naar een van haar leden. En omdat Sogyals internationale organisatie Rigpa tot onze leden behoort kan ik daar niet op ingaan.’

Opvallend klein

Ook in de ledenmail over seksueel misbruik noemt het bestuur de unie een ‘vriendschapsvereniging’ zonder zeggenschap over de individuele organisaties die lid zijn.

In weerwil van haar dominante rol als formeel contactorgaan van de Nederlandse overheid, zendende instantie voor de geestelijke zorg aan boeddhistische delinquenten, zendmachtigingshouder van de BOS, en vertegenwoordiger van de gehele boeddhistische gemeenschap maakt de BUN zich in de publiciteit over seksueel misbruik opvallend klein.

De ledenmail, Van der Steurs antwoord op de Kamervragen van D66 en sterke aanwijzingen dat seksueel misbruik in het boeddhisme meer dan incidenteel voorkomt, werpen de vraag op hoe het bestuur de rol die minister nu voor de BUN ziet weggelegd zal opvatten.

Op de specifieke vraag daarover van Berndsen en Bergkamp wijst Van der Steur de BUN uitdrukkelijk op haar verantwoordelijkheid voor het voorkomen van misbruik: ‘Dit geldt evenzeer voor vergelijkbare organisaties bij andere religies’.

Uit het antwoord wordt echter niet duidelijk hoe hij daarop als minister van veiligheid en justitie zal toezien: ‘Ik ben over dit onderwerp niet in gesprek met de BUN.’

‘Onduidelijk’

In een reactie op dit bericht noemt D66-kamerlid Vera Bergkamp de rol die de BUN speelt in het voorkomen van seksueel misbruik door boeddhistische leraren ‘onduidelijk’.

Desgevraagd kondigt Bergkamp aan dat zij de minister om opheldering zal vragen: ‘Elke vorm van misbruik verdient serieuze aandacht, ook als de gemeenschap waarin het misbruik plaats heeft klein is. Er moet meer duidelijkheid komen over de rol van BUN. Ik zal minister Van der Steur daarom tijdens het eerstvolgende kamerdebat over misbruik vragen hierover meer helderheid te scheppen. Dat is voor alle betrokkenen van belang. Daarnaast is het natuurlijk van belang dat mensen aangifte doen.’

Update 2 september 2015, 17.44 u.:

In een reactie laat het BUN-bestuur weten de geboden mogelijkheid om inhoudelijk op het nieuwsbericht te reageren op prijs te stellen, maar daarvan op dit moment geen gebruik te willen maken.

 

About the author

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn (1964) is onderzoeksjournalist en wetenschapper. Hij richt zich onder meer op de receptie van boeddhisme, boeddhisme en wetenschap, en onderzoek naar meditatie.