Diepgaand onderzoek seksueel misbruik Nederlands boeddhisme

Foto1
Rob Hogendoorn
Written by Rob Hogendoorn

2 minuten

Onderzoeksjournalist Rob Hogendoorn stelt sinds november 2014 diepgaand onderzoek in naar seksueel misbruik in het Nederlands boeddhisme. Aanleiding waren verschillende meldingen over seksueel wangedrag van boeddhistische leraren na de publicatie van een reeks artikelen over het Boeddhistisch Mahayana-Centrum in Middelburg. Als nieuwspartner van NOS Net werkte Hogendoorn de afgelopen maanden nauw samen met onderzoeksredacteur Bas de Vries van de NOS.

Dit gezamenlijke onderzoek mondde uit in een reportage voor het Achtuurjournaal op zondag 24 mei 2015. Daarin spreekt NOS-verslaggever Michael de Smit met de Rotterdamse meditatieleraar Frank Uyttebroeck die de afgelopen jaren meerdere slachtoffers van seksueel misbruik begeleidde. Ook spreekt De Smit met hoogleraar praktische theologie Ruard Ganzevoort (Vrije Universiteit) en met voorzitter Toine van Beek van de Buddharama tempel in Waalwijk. Eén slachtoffer doet anoniem zijn verhaal over de Thaise monnik Mettavihari († 2007).

De NOS-verslaggeving richt zich specifiek op drie grote schandalen rondom in Nederland actieve boeddhistische leraren: de Nederlander Dhammawiranatha (Pierre Krul) van het Boeddhayana centrum in het Friese Makkinga, de Oostenrijker Lama Kelsang Chöpel (Gerhard Mattioli) van het Boeddhistisch Mahayana-Centrum in Middelburg en Mettavihari van het centrum Buddhavihara in Purmerend.

Deze leraren hebben met elkaar gemeen dat zij als monnik jarenlang seksuele contacten met leerlingen hadden. Ze schonden daarmee het belangrijkste voorschrift dat boeddhistische kloosterlingen en leken van elkaar onderscheidt: het celibaat.

De boeddhistische kloosterregels zijn duidelijk: volledige seksuele onthouding is in het monastieke leven de norm. Maurice O’Connell Walshe schrijft hierover in Buddhism & Sex (1986):

Men aanvaardt die regels uit vrije wil. Voelt een monnik zich niet in staat daarnaar te leven, dan kan hij de orde verlaten. Dat wordt als eerzamer gezien dan hypocriet de pij te blijven dragen terwijl men de regels willens en wetens overtreedt.

In Makkinga en Middelburg grepen de volgelingen uiteindelijk zelf in: zij dwongen hun geestelijk leider het leraarschap op te geven. Dhammawiranatha en Kelsang Chöpel legden hun pij af en staakten daarna—zover bekend—hun bezigheden als boeddhistisch leraar.

Mettavihari overleed in 2007, kort nadat hij 14 Nederlandse volgelingen tot boeddhistisch leraar had benoemd. Deze leraren stellen nu dat Mettavihar’s seksuele contacten met mannelijke leerlingen pas in de jaren ’80 zijn begonnen en dat hij midden jaren ’90 daarop voor het eerst is aangesproken.

Die lezing is twijfelachtig: Hogendoorn en De Vries stelden op basis van eigen onderzoek vast dat het seksueel misbruik in 1974 begon en dat Mettavihari al in 1981 door één van zijn slachtoffers, Patrick Franssen, openlijk de wacht werd aangezegd. Franssen (1955) deed bij hen voor het eerst zijn verhaal over het misbruik door Mettavihari dat in 1974 begon en over zijn interventie in 1981.

Franssens ingrijpen sorteerde niet het beoogde effect: Mettavihari werd door andere Nederlandse leerlingen binnen enkele maanden in ere hersteld en maakte daarna jarenlang ongehinderd nieuwe slachtoffers. Hij droeg tot zijn dood de boeddhistische pij.

De huidige media-aandacht voor seksueel misbruik overvalt de meeste boeddhistische instellingen volledig. Het onderzoek van de NOS deed enkele organisaties wakker schrikken: ze kondigden ijlings aan dat zij hun leven zullen beteren.

Rob Hogendoorns onderzoek strekt zich verder uit dan de gevallen die nu in de verslaggeving van de NOS aan bod komen. Hij gaat dieper in op de steeds terugkerende patronen, risicofactoren en afweermechanismen die seksueel misbruik in het boeddhisme mogelijk maken en in stand houden. Vanaf vandaag brengt hij geregeld verslag uit van zijn bevindingen.

Wilt u reageren? E-mail dan naar misbruik@openboeddhisme.nl.

About the author

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn (1964) is onderzoeksjournalist en wetenschapper. Hij richt zich onder meer op de receptie van boeddhisme, boeddhisme en wetenschap, en onderzoek naar meditatie.