Moraliteit als mijn manager

Devil's Hands
Guus Went
Written by Guus Went

12 minuten

Veel volgelingen van Mettavihari houden tot op de dag van vandaag vol dat hij een kundig meditatieleraar was in de traditie van de Birmese leraar Mahasi Sayadaw. Mettavihari’s eigen leven, echter, en bronnenonderzoek en uitspraken van Mahasi’s opvolgers, leiden tot de conclusie dat op deze kwalificatie veel valt af te dingen. Zowel Mettavihari als zijn volgelingen waren beter af geweest met sila, boeddhistische moraliteit of deugdzaamheid, dan met karma als ‘hun manager’, zoals een kenmerkende uitspraak van hem luidt. Het is voor Mettavihari’s volgelingen nog niet te laat om het tij te keren, maar dat vraagt wel om een diepgaande zelfreflectie.

Auteur Guus Went beoefent de leer van de Boeddha in de traditie van de Birmaanse meditatieleraar Mahasi Sayadaw (1904-1982). In de Mahasi Sayadaw-traditie beschouwt men iemand pas als leraar zodra deze persoon sotāpanna, de eerste graad van heiligheid, dat wil zeggen een eerste ervaring van nibbāna, heeft bereikt. Twijfel is dan geëlimineerd. Pas dat geeft volgens U Pandita de veiligheid, de basis die vereist is om verantwoord les te kunnen geven. Mahasi zelf was volgens velen een arahant: iemand die de vierde en hoogste gradatie van heiligheid heeft bereikt.

Na de dood van Mahasi Sayadaw in 1982 verzocht de Mahasi Sasana Nuggaha-organisatie twee monniken de leiding over te nemen: Sayadaw U Sujata en de jongere Sayadaw U Pandita, die op dat moment 60 jaar oud was. Sayadaw U Pandita was verplicht het verzoek te accepteren, zo vertelde hij jaren later.

Sayadaw U Sujata had een hartkwaal en uitgerekend de nacht nadat hem was gevraagd de positie van Mahasi Sayadaw over te nemen, overleed hij. Vanaf dat moment moest Sayadaw U Pandita alle verantwoordelijkheid alleen dragen.

Mahasi Sayadaw

Mahasi Sayadaw

Dit betekent dat Mahasi Sayadaw anno 2015 dus één opvolger heeft, U Pandita, en vele navolgers of ‘directe volgelingen’ zoals U Kundala, U Janaka en Achahn Asabha. Ter vergelijking: een hoogleraar heeft in het algemeen één opvolger, daarnaast tientallen medewerkers en honderden of duizenden studenten.

Sayadaw U Pandita

In 1987 leidde Sayadaw U Pandita zijn tweede lange retraite in de Verenigde Staten. De eerste retraite in 1984 duurde drie maanden, en had plaats bij de Insight Meditation Society in Barre, Massachusetts. De tweede was een retraite van zes weken in Arizona.

Een deelneemster aan deze retraite vertelde mij jaren later dat veel ‘onderhuidse’ onrust ontstond toen U Pandita zijn toehoorders voorhield dat een sotapanna, iemand die de eerste gradatie van heiligheid heeft bereikt, de vijf leefregels niet meer overtreedt: ‘Dat kan toch niet waar zijn?,’ was de stemming toen.

De opmerking verontrustte vooral personen die al lesgaven of dat ambieerden, vertelde de vrouw mij. Voor haar persoonlijk speelden noch de verontrusting, noch de ambitie.

Bedreigend

U Pandita´s leringen, ook zijn vermaningen, zijn altijd bedoeld als ondersteuning en bemoediging. Maar: toehoorders beschouwen deze in eerste instantie vaak als bedreigend. Ik heb dat zelf zo ervaren en ook Joseph Goldstein weet erover mee te praten:

Sayadaw U Pandita

Sayadaw U Pandita

‘Er was een tijd dat ik bij Sayadaw U Pandita in Birma oefende en ik een periode van droogte in mijn oefening had die weken duurde. Iedere dag was hetzelfde. Dagen, weken gebeurde er niets. Hoeveel druk ik ook uitoefende, er gebeurde niets dat de moeite van het onderscheiden waard was.’

‘Op een dag zei de Sayadaw tijdens een interview tegen mij’, vervolgde Goldstein, ‘”Joseph, sta toch eens stil bij je deugdzaamheid.” Hij deed me die suggestie als een manier om energie en vreugde in mij op te wekken. Maar de eerste gedachte die in me opkwam was: “Wat heb ik verkeerd gedaan?” Dat was de eerste impuls in mijn geest. Wij moeten die gewoonte van zelfveroordeling dus achter ons laten en ons realiseren dat dit echt een krachtige overdenking is.’

Mettavihari

Mettavihari’s volgelingen hebben in de jaren 80 onder zijn naam vier boekjes uitgegeven: Buddhism in Brief (1981) en de Nederlandse vertaling Boeddhisme in het kort (1983), Vipassana Meditation and its Knowledge (1983), gebaseerd op leringen uit 1982, en een heruitgave van Mahasi Sayadaw’s Satipatthana Vipassana dat in 1954 verscheen. Omstreeks 1990 verscheen Mettavihari’s Introduction to Buddhism and Buddhist Meditation.

Daarin valt niet te lezen dat Mettavihari zichzelf tot de Mahasi-richting rekent. De naam Mahasi Sayadaw komt in zijn boekjes nergens voor. Wel staat vast dat één van zijn leraren U Asabha was, een Birmese leerling van Mahasi die vanaf 1952 tot zijn dood in 2010 in Thailand heeft lesgegeven.

Geen monnik

Nu bestuurders en oud-bestuurders van onder meer de Buddharama tempel in Waalwijk openheid van zaken hebben gegeven over het gedrag van Mettavihari, is duidelijk dat hij vanaf zijn eerste seksuele handelingen in Nederland in 1974 geen monnik meer was. Tot zijn dood in 2007 pleegde hij niet alleen seksueel misbruik, maar ook diefstal: omdat Mettavihari loog over zijn monnikschap werd dana door hem oneigenlijk verkregen en uitgegeven.

Seksueel misbruik, stelen en liegen: Mettavihari overtrad voortdurend drie van de vijf leefregels die Sayadaw U Pandita in 1987 noemde. Wat betekende dit in de praktijk voor degenen aan wie Mettavihari les gaf? Zijn volgeling Henk Barendregt verklaarde in 2007 immers dat Mettavihari in ons land meer dan duizend mensen heeft geïnstrueerd. Hebben zij pech gehad?

De oefening volgens Mettavihari

Dat hangt natuurlijk af van de inhoud van zijn instructies.

De kern van de oefening luidde volgens Mettavihari onder meer: ‘De Boeddha heeft de ontdekking gedaan, door het benoemen van het kontakt met de dingen die zich aan ons voordoen, dat, door dit te doen, het voelen van de vijf aggregaten niet meer bestaat.’

Verder schreef hij: ‘Now act as an observer and be aware of the sense-contact and immediately name it, so as not to give the feelings a chance to arise. If you go on naming anything that arises from your senses, there will not be anything but contact, there will not be feelings like good or bad, pleasant or unpleasant.’

Deze teksten roepen bij mij de vraag op of Mettavihari’s lezing wel in overeenstemming is met de fundamentele leerstelling van het afhankelijk ontstaan. Betreft het niet een eigen versie van de leer?

Contact en voelen

Voordat ik daarop verder in ga, geef ik een voorbeeld van wat met contact en voelen wordt bedoeld.

Aan een vijfdaagse retraite die ik begeleidde, werd deelgenomen door een jonge man. Hij was al eens eerder geweest. Na een dag of drie hoorde ik tijdens zitsessies uit zijn richting geregeld zuchtende geluiden komen.

Dit riep de gedachte in mij op: ‘Hij zal het moeilijk hebben.’ Maar daarbij bleef het niet. ‘Heb ik het wel goed uitgelegd?’, was de volgende. En ‘Ben ik wel geschikt voor het begeleiden van retraites?’ werd gevolgd door: ‘Hebben retraites eigenlijk zin?’

Zo plaatste mijn geest eerst een handeling van een ander in een negatief daglicht, vervolgens een handeling van mijzelf, daarna een deel van mij als persoon, en uiteindelijk zelfs de dhamma. Zo ontstonden dus gedachten van twijfel, waarmee ik mijn oefening vervolgde.

Verrassing!

Een dag later, opnieuw tijdens een zitsessie, kwamen vergelijkbare geluiden uit zijn richting. Maar nu merkte ik op: ‘onaangenaam gevoel’. En: ‘Verrassing! Waar zijn die gedachten van gisteren?’ Als test probeerde ik ze op te roepen, maar er was geen draagvlak voor. Bij het horen van de geluiden, kwam een onaangenaam gevoel op. Dat was alles. Dat maakt verschil!

Contact is hier het horen van geluiden. Gevoel is het onaangename gevoel dat opkwam. Het kan ook aangenaam of noch-aangenaam-noch-onaangenaam zijn. Welke van deze drie gevoelens ook opkomt, het komt geconditioneerd op, afhankelijk van meerdere voorwaarden, en is niet tegen te houden. Pas zodra we echt kalm zijn, kunnen we dit gevoel (vedana) opmerken.

Indien we op gevoel geen acht slaan—wat het geval was toen ik de geluiden voor het eerst hoorde—begint een proces dat in het leerstuk afhankelijk ontstaan wordt beschreven als: contact > gevoel > begeerte of boosheid > hechten > wording > ‘geboorte’.

Niet voelen

Nu kom ik terug op de teksten van Mettavihari. Ik kan daarin niets anders lezen dan dat hij zijn leerlingen voorhoudt dat het mogelijk is om gevoel niet langer te ervaren. Het gaat wat ver op basis van deze teksten alleen conclusies te trekken. Na een eerste retraite in 1980 ben ik zelf nooit meer naar Mettavihari teruggegaan, dus ik kan niet uit eigen ervaring spreken.

Een yogi die geen contact kan krijgen—of geen contact meer kan hebben—met zijn of haar primaire, basale gevoel, verandert in een intellectuele zombie. Doen zij alsof, dan worden het struisvogel-yogi’s: ze merken gevoel niet op omdat zij een leraar geloven die vertelt dat gevoel er niet meer zal zijn—mits zij hun best doen. Dat kan ernstige psychische schade opleveren.

Sayadaw U Vivekananda merkte tijdens een recente lering op: ‘Arahants ervaren nog steeds gevoel. Andere opvattingen hierover zijn onjuist.’ De toevoeging suggereert dat die opvattingen er dus inderdaad zijn. De Duitser U Vivekananda is sinds 1988 een directe leerling van U Pandita. Sinds 1999—vanaf 2007 bijgestaan door de Birmese non Sayalay Bhadda Manika—staat hij aan het hoofd van het meditatiecentrum Panditarama in Lumbini, Nepal.

In de jaren 80 ving ik op dat sommige leraren beweren dat een arahant tijdens zijn resterende leven geen gevoel meer heeft. Wie weet gold dat voor Mettavihari, en dan was hij dus niet de enige. Hoe dat ook zij: volgens Mahasi Sayadaw is deze opvatting apert onjuist. Ook een arahant heeft bij ieder contact een aangenaam, onaangenaam of neutraal gevoel, alleen heeft hij of zij het vermogen ontwikkeld om dat gevoel nooit meer te laten uitgroeien tot boosheid of verlangen, onjuiste opvattingen over anderen, beschuldigingen, enzovoorts. Een arahant hecht niet meer aan gevoel en blijft steeds bij zichzelf, zogezegd.

Moraliteit

Mettavihari onderscheidde wat hij ‘echte moraliteit’ noemde—het beheersen van de zintuigen zoals hierboven beschreven—van moraliteit die gebaseerd is op voornemens of het in acht nemen van leefregels.

Mettavihari: ‘All meditators will have to concern themselves with morality, the real morality. (…) If you remain alert and notice the exact moment of sense-contact, then true morality has arisen. (…) There is also a morality which depends on the taking of a vow or on observing certain precepts. But this is not the real morality for those who meditate.’

Sayadaw U Pandita & Joseph Goldstein

U Pandita & Joseph Goldstein

Daarover denkt Joseph Goldstein, bijvoorbeeld, heel anders. Toen Frits Koster tijdens een interview in 2007 deze opvatting ter sprake bracht, reageerde Goldstein als volgt: ‘Jammer genoeg zijn we niet altijd aan het oefenen. Midden in ons drukke dagelijkse leven gaan we gemakkelijk voorbij aan ons onzorgvuldig moreel handelen.’

Hij vervolgde: ‘Wanneer je je verbonden hebt met de voorschriften, kan het zijn dat als je nét op het punt staat iets te doen dat moreel onvaardig is, het betreffende voorschrift in je geest opkomt bij wijze van waarschuwing. Sila houdt je alert en helpt je om met milde open aandacht moreel zorgvuldig te zijn.’

Fundament

Tijdens een vijfdaagse retraite die ik enkele jaren geleden begeleidde, meldde een man tijdens een van de dagelijkse interviews enorme schuldgevoelens over iets dat hij in zijn jeugd gedaan had. Hij vertelde dat hij als 13, 14-jarige jongen altijd met een mes op zak liep. Bij een uit de hand gelopen vechtpartij had hij een leeftijdgenoot doodgestoken. Hij was bestraft, had zijn straf uitgezeten, en nu, zo’n twintig jaar later, leidde hij een oppassend leven. Maar tijdens deze retraite speelde het op.

Ik herinnerde hem aan de leefregels die wij tijdens de retraite iedere dag namen, als moreel fundament voor onze mentale oefening: ‘Houd jezelf voor: Inderdaad, twintig jaar geleden heb ik dat gedaan. Nu zie ik het als een fout. Met de kennis van nu zeg ik iedere dag: “Ik neem mij voor me te onthouden van het nemen van leven.” Ook als je na de retraite weer thuis bent. Daarom loop je toch niet meer met een mes op zak? Daarom vermijd je toch bepaalde plaatsen op bepaalde tijden, en ook bepaald gezelschap?’ De volgende dag meldde deze man gevoelens van opluchting en verlichting.

Deugdzaam gedrag

Joseph Goldstein drukt dit als volgt uit in een lering over vier functies van mindfulness: ‘Maar als we de tijd nemen om werkelijk te erkennen hoezeer wij ons wel degelijk gecommitteerd hebben aan deugdzaam gedrag—omdat wij dat allemaal op een heel diepe en wezenlijke manier ondernomen hebben—dan versterkt dat ons zelfvertrouwen, versterkt dat ons zelfrespect. Het is met dat begrip van ‘Yes, I can train the mind’ dat ik mijn handelingen kan bewaken. Dit is iets wat ik kan en wat ik doe.’

Hij vervolgt: ‘In de tijd van de Boeddha was het heel gewoon dat mensen naar hem toekwamen en toegaven dat zij iets verkeerds gedaan hadden, een verkeerde handeling. De Boeddha zei dan: “Het dient als groei te worden gezien, wanneer iemand een overtreding als zodanig ziet, zichzelf corrigeert en zich voorneemt zichzelf in het vervolg te beheersen.” Dat is een heel liberale opvatting over training in deugdzaamheid. Dat geeft ons een enorme kracht, waarmee onze oefening zich kan blijven ontplooien.’

Weerstand

Twijfel en weerstand tegen ethiek zijn diep geworteld, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de vraag van een lezer in BoeddhaMagazine: ‘Welke rol kan ethiek spelen in mijn dagelijks leven? Ik ervaar het soms meer als een keurslijf dan als iets dat me helpt.’

Sayadaw U Pandita & Sayadaw U Vivekananda

U Pandita & U Vivekananda

Tijdens een retraite die hij in 2011 in Nederland leidde, zette U Vivekananda uiteen dat overspel, waarop de leefregel over seksueel wangedrag onder meer betrekking heeft, leidt tot leed voor tenminste drie volwassenen. Ook de eventuele kinderen worden de dupe. Waarschijnlijk ontwaarde hij onder zijn toehoorders vraagtekens of zelfs aversie, want hij sloot het onderwerp af met de woorden: ‘En wie denkt dat dit niet zo is, zal het dan wel ondervinden.’

Een ander voorbeeld van wat ik een verval in moraliteit noem. In Nederland is televisie- en radioreclame voor alcohol in prime time verboden, maar voor overspel niet.

Zo kun je als kind via de televisie op het idee worden gebracht dat je vader of moeder nog wel eens een andere partner zou kunnen hebben. Hoe veilig zal dat voelen! Wie meent dat dit een verderfelijke ontwikkeling is, vindt zichzelf in het Nederlandse politieke spectrum inmiddels terug bij de orthodox-christelijke SGP. Dat is de enige politieke partij die zich hiertegen vergeefs verzette.

Niet typisch westers

Zulk verval is geen typisch westers verschijnsel. Volgens Sayadaw U Pandita leeft in zijn vaderland Birma—grotendeels als gevolg van 50 jaar wangedrag door de overheid, zegt hij erbij—van alle boeddhisten nog maar 25 procent met de vijf leefregels: ‘Weten wij dit niet om te draaien, dan zal over 50 tot 100 jaar de leer van de Boeddha volledig uit Birma verdwenen zijn.’ Zo essentieel acht hij het belang van deugdzaamheid dus.

U Pandita vergelijkt het belang van sila met een zweer in de mond: ‘Als je een zweer in je mond hebt, kun je dan goed eten? Evenmin is het mogelijk om zonder een morele basis in ons spreken en handelen mentale vooruitgang te boeken. De meeste mensen in de wereld hebben hun innerlijke wereld verwoest door immoraliteit.’

Op welke manier vormt moraliteit de basis? ‘Hiri en ottappa zijn ‘de twee grote beschermers van de wereld’ en maken ons fundamenteel menselijk.

Daarnaast zal het vermogen om ons in te leven in andermans geest of situatie ons gedrag beschermen en ons weerhouden van slechte daden.’ Dit laatste principe kennen wij als: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat zelf een ander niet.

‘Karma is mijn manager’

Tot jaren na zijn dood slaagde Mettavihari erin volgelingen te imponeren met de uitspraak: Karma is mijn manager’. Maar wat was zijn karma eigenlijk?

Zoals Phra Thep Buddhimonkun zegt: ‘Volgens de vinaya was Mettavihari geen monnik meer vanaf het eerste moment van seksueel contact. Dàt was zijn karma.’ In de woorden van Sayadaw U Vivekananda: ‘Door zijn daden heeft Mettavihari een aantal van zijn leerlingen geschaad. Hij heeft het theravada-boeddhisme in Nederland een slechte dienst bewezen. En hij is er zelfs in geslaagd de reputatie van Mahasi’s wijze van mediteren te bezoedelen.’

Volgens de wet van oorzaak en gevolg heeft Mettavihari de gevolgen te ondergaan van deze daden. ‘Karma is mijn manager’ is niet meer dan een bedrieglijke, quasi-diepzinnige oneliner. Het behoeft voor mij geen betoog dat sila voor hem een veel betere manager geweest zou zijn.

Zijn volgelingen kunnen het tij van hún karma nog keren. Maar dat vereist wel een diepgaande zelfreflectie—dieper dan de 14 door Mettavihari benoemde leraren tot dusverre hebben laten zien. Niet voor niets riep ook yogi Jan de Ridder vipassana leraren recentelijk in een open brief nadrukkelijk op daarmee een begin te maken.

Verschil karma en sila

Sayadaw U Pandita

Sayadaw U Pandita

Voor Sayadaw U Pandita is het verschil tussen karma en sila duidelijk.

Hij werd begin jaren 90 zwaar belaagd in de Birmese media, nadat hij wegens onoverkomelijke verschillen van opvatting met het bestuur van de Mahasi Sasana Nuggaha organisatie zijn Dhamma-werk in een eigen centrum was gaan voortzetten.

De enige reactie die hij daarop ooit gaf was: ‘Mijn sila is in orde. Dat ik nu deze kritiek krijg, is een resultaat van vroeger karma. Maar mijn sila nu is geheel in orde.’

About the author

Guus Went

Guus Went

Guus Went (1952) is een leerling van Sayadaw U Pandita en Sayadaw U Vivekananda. Hij begeleidt sinds 2011 vijfdaagse vipassana-retraites in de Mahasi-traditie.