Olande Ananda vaag over medeweten misbruik Mettavihari

Boeddhabeelden Sri Lanka
Rob Hogendoorn
Written by Rob Hogendoorn

8 minuten

Maart 1993 had in de residentie van de dalai lama in Dharamsala (India) een baanbrekende bijeenkomst plaats: voor het eerst kwamen 22 leraren uit alle boeddhistische tradities bijeen om maatregelen tegen seksueel misbruik en ander wangedrag door leraren in het Westen te bespreken. Monnik Olande Ananda was de enige Nederlander in het gezelschap dat de kwestie met de dalai lama besprak. Hij ondertekende na afloop een open brief die boeddhisten oproept plegers van seksueel misbruik met hun gedrag te confronteren: ’Komt zo’n leraar niet tot inkeer, dan moeten leerlingen er niet voor terugschrikken onethisch gedrag waarvoor onweerlegbaar bewijs bestaat wereldkundig te maken,’ luidde het. Toen de Nederlandse monnik de oproep tekende wist hij volgens Patrick Franssen al jaren dat de Thaise vipassana-leraar Mettavihari beschuldigd werd van seksuele contacten met volgelingen. Franssen zegt dat hij Ananda eind jaren 80 vergeefs vroeg zich van Mettavihari te distantiëren. Hij verweet hem dat hij diens ‘monnikschap’ legitimeerde—ten onrechte, omdat de Thaise leraar jarenlang geregeld seks had. Ananda noemt dit een ‘verdraaiing van de feiten’, maar wil zijn eigen versie van de gebeurtenissen niet geven. Ook wil Ananda niet zeggen wanneer hij wel van het seksueel misbruik door Mettavihari op de hoogte raakte.

Buddhavihara

Nadat hij zijn studie aan de Universiteit van Amsterdam had afgebroken, werd Olande Ananda in 1975 boeddhistisch monnik. Ananda (geb. Ruud Hammelbrug, 1948), volgde in Sri Lanka bijna vijf jaar een kloosteropleiding. Vervolgens sloot hij zich aan bij de Taiwanese organisatie Buddha’s Light International. Later werd hij lid van het International Network of Engaged Buddhists (opgericht: 1989)  en het Network of Western Buddhist Teachers (opgericht: 1993). Samen met 21 boeddhistische leraren uit dat laatste netwerk nam Ananda in 1993 deel aan een bijeenkomst met de dalai lama over seksueel misbruik en ander wangedrag. Ook tekende hij de slotverklaring. Olande Ananda woont in Sri Lanka, waar hij in de omgeving van Colombo sinds 1997 zijn eigen tempel leidt. Hij geeft geregeld les in Nederland. Eind jaren 80 was hij betrokken bij de Buddhavihara tempel van de Thaise vipassana-leraar Mettavihari in Amsterdam. Tegenwoordig is hij verbonden aan de Vietnamese Vạn Hạnh Pagode in Almere Buiten.

Mettavihari werd in 1981 en 1983 wegens seksueel wangedrag uit de Buddharama tempel in Waalwijk gezet, maar hij bleef zich tot zijn dood in 2007 als monnik voordoen. In 1985 richtte hij met steun van enkele Nederlandse volgelingen de Stichting Buddhavihara op. Januari 1986 opende Mettavihari de deuren van zijn eerste eigen tempel: Buddhavihara Buddhavihara aan de Sint Pieterspoortsteeg in Amsterdam.

In 1990 presenteerde de tempel zich uitgebreid in de gids Boeddhisme in Nederland van Victor van Gemert. Buddhavihara telde volgens deze tekst toen drie monniken: ‘Naast bhikkhu Kirano (inwonend): P.M.T. Mettaviharee (geestelijk leider, inwonend), Bhikkhu Olande Ananda (enkele maanden per jaar).’

Dat laatste wordt ook toegelicht: ‘Bhikkhu Olande Ananda verdeelt zijn werkzaamheden, en dus zijn verblijf, over centra in Sri Lanka (drie maanden per twee jaar), West-Duitsland, Buddhavihara en andere landen.

Aanwezigheid minimaal

In een reactie zegt Ananda dat hij zich afvraagt hoe de schrijver van deze tekst erbij kwam dat hij tot ‘de monnikengemeenschap van Mettavihari’ behoorde: ‘Ik ben in 1975 monnik geworden in Sri Lanka en heb daar het grootste deel van mijn tijd doorgebracht. In Duitsland heb ik vanaf 1997 jaarlijks kursussen gegeven aan het Waldhaus en het Buddha Haus.’

Volgens Ananda was zijn aanwezigheid in Buddhavihara minimaal: ‘Ik heb ooit rond 1990 circa zes weken op de Buddhavihara in de Sint Pieterspoortsteeg gepast, toen Mettavihari naar Thailand moest voor de crematie van zijn leraar. Verder heb ik nooit meer dan een paar dagen in die tempel gewoond.’

Hij noemt de ‘suggestie’ in het boek van Van Gemert dat hij enkele maanden per jaar in Buddhavihara verbleef ‘volledig onjuist’: ‘Tijdens de korte bezoeken aan Nederland logeerde ik meestal bij mijn ouders en had geen behoefte aan onderdak.’

Op de vraag hoe hij zijn betrokkenheid bij Buddhavihara in die tijd zelf zou omschrijven geeft Ananda geen antwoord.

Doofpot

De opening van Buddhavihara in 1986 volgde op een roerige episode in Mettavihari’s leven. In de zomer 1981 werd Mettavihari door één van zijn slachtoffers, Patrick Franssen, en de hoge Thaise geestelijke Somdej Kiew als toenmalig hoofdmonnik van de Buddharama tempel in Waalwijk de wacht aangezegd wegens seksueel wangedrag.

Een half jaar later herstelden enkele Nederlandse volgelingen hun leraar in ere. Zij stopten het seksueel misbruik—sommige slachtoffers waren minderjarig—in de doofpot.

Na zijn gedwongen vertrek uit de Buddharama tempel in 1983—opnieuw wegens seksueel misbruik—hielpen diezelfde volgelingen Mettavihari met het opbouwen van een nieuw bestaan als vipassana-leraar. Daarna bleef Mettavihari volgelingen seksueel misbruiken: in zijn eigen tempel, in boeddhistische centra en tijdens retraites op gehuurde locaties.

Het seksueel misbruik door Mettavihari had plaats in de jaren 70, 80 en 90. Volgens 13 door Mettavihari benoemde leraren ging het in ieder geval door tot 1995, toen Mettavihari beloofde ermee te stoppen.

Inmiddels zijn zeker 21 gevallen bekend. Een man beschuldigt Mettavihari ervan dat hij hem als 12-jarige buurjongen in Waalwijk de tempel inlokte en dwong hem te bevredigen.

’Ik weet van niets’

Omdat Franssen het onverantwoord vond dat Mettavihari’s volgelingen hun leraar de hand boven het hoofd hielden, verliet hij eind 1981 de Buddharama tempel. In 1985 emigreerde hij naar Thailand.

Tijdens een bezoek aan Buddhavihara in Amsterdam, eind jaren 80, ontmoette hij bij toeval Olande Ananda. Franssen zegt dat hij Ananda bij die gelegenheid op zijn verantwoordelijkheid als monnik wees. Hij verweet hem dat zijn aanwezigheid de schijn hielp hooghouden dat Mettavihari nog steeds een bona fide monnik was.

Franssen: ’Ik ben in 1985 naar Thailand geëmigreerd. Sindsdien kom ik in verband met werk en familiebezoek geregeld naar Nederland. Tijdens een van mijn eerste bezoeken, eind jaren 80, ging ik onaangekondigd langs bij de tempel aan de Sint Pieterspoortsteeg. Ik hoopte Mettavihari aan te treffen, maar hij was die dag niet aanwezig. Wel zag ik Olande Ananda.’

Franssen sprak Ananda aan op het gedrag van Mettavihari. Hij confronteerde hem ermee dat Mettavihari nog steeds een pij droeg terwijl hij vanwege zijn veelvuldige seksuele contacten geen monnik meer kon zijn:

Ik vond dat Olande Ananda, die zelf monnik is, niet de suggestie mocht wekken dat Mettavihari nog steeds monnik was.

’Ananda moest er niets van hebben. Hij werd boos: ’Hij zei: ”Ik weet van niets, en ik wil het ook niet weten”,’ aldus Franssen.

‘Verdraaiing van de feiten’

Olanda Ananda ontkent dit: ‘Ik kan me wel herinneren dat Patrick Franssen op bezoek kwam. Echter, dat hij mij geconfronteerd zou hebben over Mettavihari’s (wan)gedrag en dat ik daar kwaad over zou zijn geworden, en dat ik er niks over wilde horen, is volgens mij een volkomen verdraaiing van de feiten.’

De vraag wat hij dan wel met Franssen besprak wil Ananda niet beantwoorden. Ook zwijgt hij op de vraag of hij destijds wist waarom Mettavihari uit de Buddharama tempel was vertrokken.

Op de vraag of hij voor de bijeenkomst met de dalai lama in 1993 nu wel of geen weet had van de beschuldigingen over seksueel misbruik door Mettavihari geeft Ananda evenmin antwoord. Hij wil niet zeggen wanneer hij hiervan voor het eerst op de hoogte raakte.

Franssen volhardt in zijn lezing van het gesprek en verklaart zich bereid Olande Ananda persoonlijk op de juistheid daarvan aan te spreken.

Niet vrijblijvend

Phra Thep Buddhimonkun

Phra Thep Buddhimonkun

De discussie over Mettavihari’s monnikschap is niet vrijblijvend. De boeddhistische kloosterregels zijn duidelijk: volledige seksuele onthouding is de norm. Een monnik die niet bereid is deze eis te handhaven, stelt de vinaya op dit punt feitelijk buiten werking.

Maurice O’Connell Walshe schrijft hierover in Buddhism & Sex (1986): ‘Men aanvaardt die regels uit vrije wil. Voelt een monnik zich niet in staat daarnaar te leven, dan kan hij de orde verlaten. Dat wordt als eerzamer gezien dan hypocriet de pij te blijven dragen terwijl men de regels willens en wetens overtreedt.’

Phra Thep Buddhimonkun, de huidige hoofdmonnik van de Buddharama tempel, stelt dan ook dat Mettavihari de vinaya overtrad en vanaf zijn eerste seksuele contact geen monnik meer was: ’Zo luidt de vinaya—ook als niet bekend is dat een monnik zo’n grote fout heeft begaan. Naar mijn mening was hij geen monnik meer en dus ook geen lid van de Sangha.’

Eerlijke leek, schijnheilige monnik

In een interview met Hans Gijsen voor Simsara in 2011 was Ananda uitgesproken over de eisen die aan monniken moeten worden gesteld: ’Voor veel monniken is het bijna onmogelijk om volgens de vinaya te leven in het Westen. Sommigen gaan als leek verder. Beter een eerlijke leek dan een schijnheilige monnik.’

Ananda merkte tegenover Gijsen op dat hij begin jaren 80 werkzaam was in een meditatiecentrum in Sri Lanka. Hij organiseerde daar 10-daagse retraites voor met name buitenlanders: ’Na een tijd ben ik daar weggegaan vanwege onethisch gedrag van de hoofdmonnik’.

Haaks

De ‘Conference of Western Buddhist Teachers’ in de residentie van de dalai lama in Dharamsala (India) had plaats in maart 1993. Aan deze bijeenkomst namen onder meer de volgende leden van het Network of Western Buddhist Teachers deel: Ajahn Amaro, Martine Batchelor, Stephen Batchelor, Alex Berzin, Thubten Chödron, Bodhin Kjolhede Sensei, Jack Kornfield, Jakusho Bill Kwong Roshi, Tenzin Palmo, Lama Surya Das, Robert Thurman, Sylvia Wetzel en Olande Ananda. Op de dalai lama na ondertekenden zij allen een slotverklaring die via de media en het internet als open brief aan de boeddhistische gemeenschap in het Westen werd verspreid. De bijeenkomst werd gefilmd en is deels op DVD uitgebracht.

Weigerde Olande Ananda zoals Franssen zegt eind jaren 80 inderdaad naar hem te luisteren, dan staat dit haaks op de houding die hij tijdens de bijeenkomst in Dharamsala innam. In maart 1993 kwamen daar 22 boeddhistische leraren, onder wie Ananda, bijeen in de residentie van de dalai lama voor een ’Conference of Western Buddhist Teachers’.

De bijeenkomst werd gehouden naar aanleiding van de vele seksschandalen rond boeddhistische leraren in het Westen die vanaf de jaren 70 en 80 bekend werden. Een van de uitkomsten van het dagenlange overleg met de dalai lama was een open brief aan westerse boeddhisten die ook Ananda ondertekende.

Confronteren en publiceren

dalai lama

dalai lama

In de open brief worden boeddhisten in het Westen aangemoedigd bij seksueel wangedrag van boeddhistische leraren in te grijpen.

De ondertekenaars vragen hen boeddhistische leraren die over de schreef gaan met hun gedrag te confronteren. Volhardt de leraar in zijn of haar wangedrag, dan moet hieraan ruchtbaarheid worden gegeven—zonodig via publiciteit in de media.

De dalai lama merkte daarover tijdens de bijeenkomst op: ’Noem hun naam. Een algemene term als ’zenmeester’ is niet voldoende. Noem de naam van de persoon in kwestie. Het is nuttig om deze zaken te publiceren, zodat andere mensen ervan weten. Iets anders zit er niet op’, aldus de dalai lama.

Volgens de dalai lama zijn de goede werken die zo’n leraar verricht, of de geestelijke band die volgelingen met hem of haar hebben, geen reden zijn om te zwijgen.

Zwijgcultuur

De dalai lama meent dat de heersende zwijgcultuuur moet worden doorbroken omdat openheid het boeddhisme beschermt.

’Publiciteit moet duidelijk maken dat zulk gedrag niet strookt met de boeddhistische leer. Welk niveau van geestelijke ontwikkeling een leraar ook heeft bereikt—of zegt te hebben bereikt—niemand is boven de ethische gedragsnormen verheven’, aldus de dalai lama.

Dit komt overeen met het standpunt van Phra Thep Buddhimonkun: ‘Je kunt niet zeggen: hij is mijn leraar en dus laat ik toe dat hij dingen fout doet. Fout is fout: of je nu leraar bent of niet. En dus moest Mettavihari daarop worden aangesproken.’

Slechte naam

De dalai lama benadrukte in 1993 verder dat om te voorkomen dat de buddhadharma een slechte naam krijgt boeddhistische leraren in ieder geval de vijf lekengeloften moeten naleven: niet doden, niet stelen, niet liegen, geen seksueel wangedrag en geen bedwelmende middelen.

Tijdens de bijeenkomst in 1993 en in de slotverklaring werden geen namen van boeddhistische misbruikplegers genoemd. Doordat de schandalen alleen in abstracto werden behandeld, hoefden de aanwezigen zich daarvoor niet persoonlijk verantwoordelijk te voelen.

Spijt

Verschillende, in 2006 door Mettavihari tot vipassana-leraar benoemde Nederlandse volgelingen wisten begin jaren 80 dat hun leraar seksuele contacten met volgelingen had. Naar buiten toe bewaarden zij daarover het stilzwijgen: ze bespraken de kwestie onderling, maar grepen niet in en stapten niet op.

Volgens Patrick Franssen droeg Olande Ananda’s weigering zich op zijn aandringen eind jaren 80 met de zaak Mettavihari bezig te houden bij aan het instandhouden van die zwijgcultuur. Franssens lezing wordt door Ananda dus ontkend, zonder nadere onderbouwing.

Vaststaat dat tijdig, adequaat ingrijpen in de geest van de lerarenbijeenkomst in Dharamsala verschillende Nederlandse volgelingen veel leed zou hebben bespaard—ook ná 1993 vielen slachtoffers.

Eén van Mettavihari’s volgelingen, Henk Barendregt betuigde daarover onlangs zijn spijt: ‘Wat ik na juni 1983 verzuimd heb te doen, was het meer bekendheid geven aan het wangedrag van Mettavihari, bijvoorbeeld binnen de vipassana-beweging of misschien wel ruimer, te zeer opgelucht was ik dat de kous af was. Als ik dat wel had gedaan, dan zou er mogelijk veel leed bespaard zijn gebleven. Ik trek me dat zeer aan.’

Klik op de onderstaande afbeelding voor een uitgebreide, interactieve tijdlijn over Mettavihari.

De tijdlijn wordt regelmatig bijgewerkt. Stuur correcties of aanvullingen naar: rob.hogendoorn@openboeddhisme.nl

 

Tijdlijn Mettavihari (1944-2015)

About the author

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn (1964) is onderzoeksjournalist en wetenschapper. Hij richt zich onder meer op de receptie van boeddhisme, boeddhisme en wetenschap, en onderzoek naar meditatie.