Prominente volgelingen: Sogyal Rinpoche pleegt ‘misdrijven’ tegen eigen leerlingen

Letter to Sogyal Lakar
Rob Hogendoorn
Written by Rob Hogendoorn

13 minuten

Acht prominente volgelingen van Sogyal Lakar stellen diens misdragingen tegenover leerlingen openlijk aan de kaak. Volgens hen pleegde Sogyal daarbij misdrijven tegen henzelf en anderen. Niet duidelijk is of zij ook aangifte tegen hem doen. De Tibetaanse geestelijk leider staat bij het publiek bekend als Sogyal Rinpoche, co-auteur van ‘Het Tibetaanse boek van leven en sterven’. De acht schreven Sogyal op 14 juli 2017 een brief over diens wangedrag. Andere binnen zijn organisatie Rigpa actieve Tibetaanse lama’s en ruim 1.000 leden van de ‘Dzogchen Mandala’, een kring van ‘gevorderde’ leerlingen, ontvingen hetzelfde schrijven. Ook aan het bureau van de veertiende dalai lama in Dharamsala (India) werd een afschrift gestuurd. De acht volgelingen spreken Sogyal rechtstreeks aan op diens fysieke, emotionele, psychische, en seksuele misbruik van leerlingen, en op zijn ‘verkwistende, vraatzuchtige en genotzuchtige levenstijl.’ Zij noemen Sogyals gedrag niet alleen strafbaar, maar stellen tevens dat hun vertrouwen in de ‘dharma’, de boeddhistische leer, door zijn toedoen is aangetast. Onder de ondertekenaars zijn de voormalige directeur van Rigpa in de Verenigde Staten en de Zam webwinkel, de internationale directeur van het on line studie programma, de internationale directeur techniek van Rigpa, persoonlijke bedienden en chauffeurs van Sogyal, en een voormalige monnik en non. Ook de auteur van een biografie van Sogyals veronderstelde voorganger Tertön Sogyal tekende de brief.

De briefschrijvers behoren tot Sogyals trouwste volgelingen: zij vereerden de Tibetaanse lama tussen de 15 en 33 jaar als hun ‘tantrische guru‘. Ze spreken hem niet langer aan met de Tibetaanse titel ‘rinpoche‘, die ‘kostbaar juweel’ betekent, maar gebruiken alleen nog zijn gewone naam. De schrijvers ondertekenden hun brief met de eigen of boeddhistische naam, zodat hun identiteit bekend is.

De brief bevestigt expliciet dat eerdere in media gepubliceerde beschuldigingen aan Sogyals adres juist waren. De schrijvers voegen daaraan echter nieuwe, schokkende beschuldigingen toe. Ook stellen ze het misbruik en de mishandelingen waarvan zij zelf slachtoffer waren of waarbij zij aanwezig zijn geweest aan de orde.

Uitvoerig onderbouwd

Op 13 juni 2017 besteedde onderzoeksjournalist Dirk Mostert in de actualiteitenrubriek Brandpunt (KRO-NCRV) uitvoerig aandacht aan de Tibetaan Sogyal Lakar (ook wel: Sogyal Rinpoche) en diens internationale organisatie Rigpa. Sogyal geniet in Nederland vooral bekendheid als co-auteur van Het Tibetaanse boek van leven en sterven. Hij is geestelijk leider van Rigpa. Deze organisatie heeft in boeddhistisch Nederland veel invloed en levert de voorzitter van koepelorganisatie Boeddhistische Unie Nederland. Sogyal bezoekt ons land geregeld. Op 16 november 2016 had voor zijn publieke lezing ‘De natuurlijke vrijheid van de geest’ in de RAI Amsterdam echter een stille manifestatie plaats. Van 25 tot en met 28 mei 2017 leidde Sogyal nog een retraite in Conferentieoord Amstelborgh in Amsterdam.
Sinds de jaren 90 komt Sogyal steeds opnieuw in opspraak wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag en mishandeling van meest jonge vrouwelijke volgelingen. Over Sogyals seksuele escapades is in het buitenland veel gepubliceerd: in bijvoorbeeld The GuardianThe Sunday TimesTelegraph Magazine en in de Franse bladen Le Nouveau Marianne en L’Obs.
The Guardian
-journaliste Mary Finnigan schreef over Sogyal het essay Behind the Thangkas (2011). Ook boeddhistische leraren spreken zich openlijk over hem uit: Stephen en Martine Batchelor bijvoorbeeld, in de documentaire In The Name of Enlightenment: Sex Scandals in Religion (2011) van Debi Goodwin. Onlangs ging Finnigan in een podcast uitgebreid in op haar journalistieke onderzoek naar Sogyal en Rigpa.
Alle negatieve publiciteit ten spijt weigert de veertiende dalai lama (82) tot op heden zich openlijk van Sogyal te distantiëren. In 2008 opende de dalai lama Lerab Ling, de Franse tempel die als hoofdkwartier van Rigpa dient. Enkele jaren later, in 2010, stichtte Sogyal het naar de dalai lama genoemde Tenzin Gyatso Institute. Dit instituut wordt geadviseerd door de dalai lama’s vertrouwelingen Samdhong Rinpoche (oud-premier in ballingschap) en Lodi Gyari (diplomatiek gezant). Gyari is tevens bestuurslid van de Nederlandse stichting International Campaign for Tibet (ICT). Ook Sogyal was ICT-bestuurslid (2005-2011).

De acht voormalige volgelingen voorzien hun aanklacht tegen Sogyal in twaalf pagina’s van een uitvoerige onderbouwing: ‘Uw publieke gezicht is dat van wijsheid, vriendelijkheid, humor, warmte en mededogen. Maar privé is uw handelwijze, de wijze waarop u zich achter de schermen gedraagt, uiterst zorgwekkend en verontrustend. Enkelen van ons hebben de afgelopen jaren hun zorg over dit gedrag tegenover u uitgesproken, maar u heeft daarin geen verandering gebracht.’

Degenen die u vandaag schrijven hebben uw foute gedrag zelf ondervonden, en waren getuige van de enorme inspanning die ervoor moest zorgen dat anderen daarover niets te weten zouden komen.

De schrijvers vervolgen: ‘Onze zorgen verdiepten zich verder door de organisatiecultuur die u om zichzelf heen heeft gecreëerd, die neerkomt op het volstrekt geheim houden van uw gedrag, in schril contrast met de door u verordonneerde openheid en transparantie binnen de sangha. Wij willen deze sluier van stilzwijgen, misleiding en bedrog nu wegtrekken. Wij kunnen niet langer zwijgen.’

Mishandeling

De ondertekenaars geven concrete, schokkende voorbeelden van Sogyals gedrag: ‘U heeft ons gestompt en geschopt, aan onze haren getrokken, onze oren gescheurd en u heeft ons met allerlei voorwerpen geslagen, zoals bijvoorbeeld een ruggekrabber, kleerhangers, telefoons, mokken, en andere voorwerpen die toevallig voor het grijpen lagen.’

Ze stellen vast dat de honderden, volstrekt willekeurige mishandelingen waaraan Sogyal zich schuldig maakt, in alle landen waar deze zich voordoen tot de misdrijven gerekend worden. Sogyal bezorgde zijn volgelingen—monniken, nonnen en leken—daarmee dan ook bloedige verwondingen en blijvende littekens. De briefschrijvers stellen verder dat hiervoor geen enkele rechtvaardiging bestaat:

Jarenlang vertrouwden we erop dat zulke fysieke en emotionele behandeling van leerlingen—die volgens u vormen van ‘vaardig handelen’ of ‘toornig mededogen’ zijn—voor ons bestwil waren, opdat wij van onze ‘dwangmatige patronen’ zouden worden bevrijd. Dit geloven we niet meer.

‘Bloed spugend doodgaan’

Volgens de briefschrijvers brengt het emotionele en psychische misbruik door Sogyal nog grotere schade toe dan de lijfelijke mishandelingen: ‘Naaste volgelingen en bedienden die door u te schande zijn gemaakt en werden bedreigd, zijn daardoor emotioneel ingestort. U hield ons altijd voor dat we zulke persoonlijke aandacht moesten waarderen, omdat u ons daarmee “op de verborgen gebreken” in onze persoonlijkheid wees en ons bevrijdde van “ons zelfzuchtige ego”. Dit geloven we niet meer.’

In een eindnoot bij de brief wordt uitgelegd dat Sogyal zijn volgeling Ian Maxwell tijdens onderricht in Rigpa’s hoofdkwartier Lerab Ling in Zuid-Frankrijk een ‘klootzak’ noemde. Maxwell was op dat moment terminaal ziek, en lag in een ziekenhuis in Parijs. Nadat hij was overleden, zei Sogyal dat hij ‘bloed spugend doodging’ omdat Maxwell tegen hem als leraar was opgestaan:

Sogyal verwees geregeld naar dit voorval en zei dan: “Wil je net zo doodgaan als Ian, bloed spugend omdat je me tart?” Zo stelde hij hem tot voorbeeld aan andere leerlingen die hij met kwalijke gevolgen dreigde zodra ze zijn bevelen niet opvolgden.

Een andere leerling en een van de ondertekenaars, Graham Price, kreeg te horen dat de ziekte waaraan zijn partner Elena na een jaar overleed aan hem te wijten was omdat Price naar Sogyal zou hebben uitgevallen: ‘Graham heeft in werkelijkheid niet eens zijn stem verheven.’

‘Rigpa Therapie’

Uit de brief wordt duidelijk dat naaste volgelingen die niet langer waren opgewassen tegen Sogyals ‘training’, een speciale ‘Rigpa Therapie’ werd aangeboden.

In een-op-een sessies vernam de therapeut eerst door met welke crazy wisdom methode’ de leerling door Sogyal werd geconfronteerd, en ging na welk trauma daardoor was ontstaan.

De briefschrijvers: ‘Een van de manieren waarop “Rigpa Therapie” zulke trauma’s hielp verwerken, kwam hierop neer dat werd weersproken dat u, als leraar en veroorzaker van het trauma, de werkelijke bron daarvan zou zijn. In plaats daarvan werd ons gezegd dat het probleem tijdens onze eigen, lange familiegeschiedenis was ontstaan. Op deze wijze werd ons onze heel tastbare en helder onderscheidende kijk op u als misbruiker ontnomen, zodat wij ons schuldig en onbekwaam voelden. De keren dat de “therapie” bij de leerling niet voldoende aansloeg om dat beeld van u bij te stellen, maakte u de therapeut te schande, omdat deze dit werk niet goed gedaan had en niet vaardig genoeg was.’

Non en monnik

Tegelijk confronteerde Sogyal twee bedienden, de non Ani Damcho Drolma en de monnik Ngawang Sangye, in Lerab Ling met steeds hogere eisen, terwijl hij hen zelf fysiek en emotioneel ernstig mishandelde.

In een eindnoot schrijven de opstellers: ‘Ze vroegen de gemeenschap om hulp, maar kregen als slachtoffer de schuld, omdat zij onvoldoende waardering toonden voor de zegening dat zij zo dicht bij de lama mochten werken. Op hen werd extreem veel druk uitgeoefend om te blijven en zich aan te passen. Beiden hadden echter het gevoel dat zij aan dat lot moesten “ontsnappen” omdat er geen ruimte was om hun rol opnieuw te bepalen, en uit te vinden hoe zij het werk met Sogyal Lakar zouden kunnen verdragen.’

Seksueel misbruik

De acht ondertekenaars van de brief aan Sogyal Lakar zijn achtereenvolgens Mark Standlee (33 jaar volgeling en deelnemer aan de driejarige Rigpa-retraite (2008-2011), voorheen directeur van ‘International Rigpa Online Courses’ en ‘Rigpa US Teaching Services’, tevens ‘International Senior Instructor’); Sangye (16 jaar volgeling en deelnemer aan de driejarige Rigpa-retraite (2008-2011), 14 jaar boeddhistische monnik, voorheen co-directeur technologie van ‘Rigpa International’); Damcho (15 jaar volgeling en deelnemer aan de driejarige Rigpa-retraite (2008-2011), 10 jaar boeddhistische non, voorheen persoonlijke assistent van Sogyal Lakar); Matteo Pistono (19 jaar volgeling, voorheen bestuurslid van ‘Rigpa US’, auteur van ‘Fearless In Tibet: The Life of the Mystic of Tertön Sogyal’); Joanne Standlee (18 jaar volgeling, voorheen hoofd van Sogyal Lakars huishouding in de Verenigde Staten, directeur ‘Rigpa US’ en ‘Zam America’, tevens ‘Rigpa Instructor’); Graham Price, 20 jaar volgeling, Sogyal Lakars persoonlijke bediende en chauffeur); Michael Condon (21 jaar volgeling, ‘Rigpa Instructor’, Sogyal Lakars persoonlijke bediende en chauffeur in de Verenigde Staten); Gary Goldman (23 jaar volgeling).

Volgens de ondertekenaars misbruikt Sogyal zijn rol als leraar al decennialang om aan de jonge vrouwen te komen die hij met dwang, dreigementen en manipulatie tot het verlenen van seksuele gunsten beweegt.

Daarbij blijft het niet, zo wordt duidelijk: ‘Enkelen van ons zijn seksueel geïntimideerd doordat zij zich naakt moesten uitkleden, hun geslachtsdelen moesten tonen (zowel mannen als vrouwen), u oraal moesten bevredigen, betast werden, door u om foto’s van hun geslachtsdelen werden gevraagd, voor u geslachtsgemeenschap te hebben in uw bed, en het seksleven met hun partners aan u te beschrijven.’

Ook hiermee houdt de reeks beschuldigingen niet op. Volgens de schrijvers dwong Sogyal diens naaste volgelingen andere leerlingen en bedienden naakt te fotograferen om daarvan collages te maken die hij aan anderen liet zien. Verder bood hij vrouwelijke bediendes als sekspartner aan andere Tibetaanse lama’s aan.

De ondertekenaars bevestigen dat Sogyal nog steeds seksuele relaties met vrouwelijke bediendes begint, zelfs indien zij getrouwd zijn. Hij draagt getuigen op hierover te liegen, ook tegenover de andere vrouwen met wie hij seks heeft:

U en anderen binnen uw organisatie beweren dat boeddhistische meesters hun “gekke wijsheid” op zulke wijze uitdragen, nét als de tantrische adepten uit het verleden. Dit geloven we niet meer. We zien die bewering als een poging schandelijk gedrag weg te redeneren.

‘Vraatzuchtige levensstijl’

Volgens de briefschrijvers houdt Sogyal ook zijn luxueuze levensstijl voor duizenden leerlingen geheim. Hij neemt gulle gaven niet alleen aan, maar hij eist ze op: ‘Veel geld waarmee uw verkwistende smaak wordt bekostigd, is afkomstig van leerlingen die geloven dat hun gift wordt ingezet om wereldwijd wijsheid en mededogen te bevorderen.’

Volgens hen wordt met dat geld eindeloos tegemoet gekomen aan Sogyals ‘decadente’ zinnelijke behoeften—in het bijzonder dure restaurants en sigaren, televisie en film, en massage:

Zodra deze niet na één vingerknip meteen beschikbaar waren, of niet exact aan uw wensen voldeden, werden we beledigd, vernederd, het gevoel gegeven waardeloos te zijn, dom en onbekwaam, en kregen we slaag en klappen.

Ze vervolgen: ‘Uw gedrag bevorderde onze aandachtigheid of ons gewaarzijn niet, maar maakte ons doodsbang om fouten te maken. U vertelt uw leerlingen dat u uw tijd vooral doorbrengt met het boeddhistische studie en beoefening, maar degenen die jarenlang uw persoonlijke bediende waren, weten dat dit in werkelijkheid niet zo is.’

De ondertekenaars noemen het ‘onethisch’ dat hun eigen financiële bijdragen en die van anderen niet, zoals gesuggereerd wordt, zijn ingezet voor het verspreiden van de ‘dharma‘, maar voor het in stand houden van Sogyals luxueuze levensstijl: ‘Houd alstublieft op met dit valse bestaan. Schaamt u zich niet voor uw gedrag, breng het dan zelf aan het licht. Laat ook andere leerlingen zien wie u werkelijk bent, zodat zij geïnformeerd genoeg zijn om zelf te bepalen of u in hun ogen de juiste leraar bent.’

Bezoedeld

De opstellers van de brief citeren een opmerking van de dalai lama tijdens een conferentie met westers boeddhistische leraren in 1993: ‘If one presents the teachings clearly, others benefit. But if someone is supposed to propagate the Dharma and their behavior is harmful, it is our responsibility to criticize this with a good motivation. This is constructive criticism, and you do not need to feel uncomfortable doing it. In “The Twenty Verses on the Bodhisattvas’ Vows,” it says that there is no fault in whatever action you engage in with pure motivation. Buddhist teachers who abuse sex, power, money, alcohol, or drugs, and who, when faced with legitimate complaints from their own students, do not correct their behavior, should be criticized openly and by name. This may embarrass them and cause them to regret and stop their abusive behavior. Exposing the negative allows space for the positive side to increase. When publicizing such misconduct, it should be made clear that such teachers have disregarded the Buddha’s advice. However, when making public the ethical misconduct of a Buddhist teacher, it is only fair to mention their good qualities as well.

Sogyals voormalige volgelingen staan uitgebreid stil bij de wijze waarop diens gedrag het aanzien van de boeddhistische leer en leefwijze, ofwel dharma, in hun ogen heeft geschaad: ‘De tientallen jaren dat we het Tibetaans boeddhisme bij u bestudeerden en beoefenden, werd ons bijgebracht dat we u als ‘vleesgeworden juweel’ moesten beschouwen, en als de ‘bron van alle leringen en zegeningen’ van de buddhadharma. We vertrouwden u volledig. Maar toch worstelden we jarenlang met het feit dat uw handelwijze niet strookt met het onderricht.’

Enkele ondertekenaars hebben Sogyal en Rigpa—soms wanhopig, van het ene op het andere moment, met achterlating van al hun bezittingen—voorgoed verlaten. Hun vertrouwen in boeddhistische dharma is ernstig beschadigd: ‘Zodra we onze beoefening of meditatie beginnen, voelen we ons bevuild door onze traumatische ervaringen met u; enkelen van ons beschouwen de ‘vajrayana‘ [RH: tantrische beoefening] met diep wantrouwen; sommigen bouwen met veel moeite hun studie en beoefening vanaf de grond opnieuw op, in het besef dat wat wij geleerd hebben, doordrenkt was van uw manipulatie. Anderen verwerken hun ervaringen via een gewone therapie.’

Hoewel u beweert de ware dharma te verkondigen, heeft uw methode onze relatie tot de dharma alleen maar bezoedeld. Inmiddels zijn ons de talloze manieren waarop u ons vertrouwen hebt beschaamd, en uw dharma broeders en zusters hebt gemanipuleerd en misbruikt, volkomen duidelijk.

Geen pad van ‘dharma’

De schrijvers steken de hand ook in eigen boezem. Zij zeggen Sogyal te lang te hebben vertrouwd, door hem keer op keer het voordeel van de twijfel gunnen: ‘Toen wij onze zorgen met u deelden, maakte u ons te schande, en dreigde u dat onze “twijfel” u ertoe zou bewegen dat alle andere leerlingen uw onderricht te onthouden. U heeft ons ertoe aangezet degenen die zich tegen u hebben uitgesproken, in het bijzonder in Frankrijk, te belasteren. We hebben gezien hoe u de leringen “gijzelde” en van leerlingen eiste dat zij devotie zouden tonen door voortdurende “offerandes” in de vorm van geld en vrijwilligerswerk.’

Ons vertelde u dat je op deze manier een authentieke dharma beoefenaar wordt. We geloven niet langer dat dit het pad van dharma is.

Vastgesteld wordt dat Sogyals gedrag aan geen enkele norm of waarde wordt getoetst, omdat hij aan niemand verantwoordelijkheid verschuldigd is: ‘We hopen dat het verzenden van deze brief, ook aan uw gelijken, en de leerlingen uit de Dzogchen Mandala, dat vacuüm zal wegnemen.’

‘Corrigeer ons’

Sogyal Lakar is onder de auteursnaam Sogyal Rinpoche vooral bekend vanwege Het Tibetaanse boek van leven en sterven (1992). Andrew Harvey (64) is oprichter en directeur van het Institute of Sacred Activism. Hij wordt samen met diens rechterhand Patrick Gaffney aangemerkt als ghost-writer van Sogyals boek. Harvey spande zich naar eigen zeggen ‘anderhalf jaar in om de wereld kennis te laten maken met de grootsheid van de Tibetaanse traditie.’ Behalve dit boek schreef Harvey onder meer de boeken The Way of Passion: A Celebration of Rumi (1994) en The Direct Path (2001).
In The Direct Path blikt Andrew Harvey terug op de rechtszaak die een Amerikaanse ex-leerlinge tegen Sogyal begon. Midden 1994 hoorde hij dat elf vrouwelijke leerlingen een rechtszaak wegens seksueel misbruik en mishandeling tegen Sogyal aanspanden. Harvey raakte erdoor gedesillusioneerd: ‘Het nieuws over de beschuldigingen jegens Sogyal en de manier waarop toonaangevende Amerikaans boeddhistische leraren probeerden deze weg te redeneren of toe te dekken, riepen bij mij weerzin en angst op en verwoestten mijn vertrouwen in het traditionele ‘meester-systeem’ en New Age.’

Volgens de acht opstellers heeft Sogyals onderricht, in het bijzonder Het Tibetaanse boek van leven en
sterven
veel mensen, onder wie henzelf, goed gedaan.

Zij roepen Sogyal op hen duidelijk te maken waarom ze het bij het verkeerde eind hebben: ‘Als wat wij schrijven onjuist is, corrigeer onze zienswijze dan. Als het slaan en stompen van ons en anderen, het hebben van seks met leerlingen en getrouwde vrouwen, en het financieren van uw genotzuchtige levensstijl met donaties van leerlingen, eigenlijk het morele meedogende handelen van een boeddhistisch leraar zijn, leg ons dan uit hoe dit mogelijk is. Maar, is ons oordeel juist, staak dan het gedrag dat volgens ons anderen schaadt.’

‘Guru devotie’

De briefschrijvers erkenen dat de meeste publieke kritiek op Sogyal feitelijk juist is en geven zelf toe dat enkelen van hen, in het bijzonder degenen die bestuurlijke verantwoordelijkheid droegen, worstelen met hun eigen aandeel in de zwijgcultuur en het wegredeneren van Sogyals gedrag, terwijl ze slachtoffers aan hun lot overlieten.

Ze betuigen spijt over hun eigen ‘guru devotie’:

Onze vaste gewoonte al het handelen van onze tantrische leraar als zuiver te beschouwen, benam ons het zicht op de ernstige schade die u anderen toebrengt.

De schrijvers besluiten: ‘We verdiepen ons lang en grondig in ons eigen gedrag van toen. We proberen daarvan te leren, en steunen elkaar op onze reis. We zien niet langer stilzwijgend toe terwijl u anderen uit naam van het boeddhisme schaadt. Het is onze vurige wens het boeddhisme in het Westen te zien bloeien. We geven niet langer toe aan de idiotie van het koste wat kost als volmaakt beschouwen van de guru. Het pad verlangt niet van ons dat we de wijsheid van het onderscheid, onze ethiek en moraal, onze integriteit, op het altaar van de ‘Guru Yoga’ [RH: eenwording met de guru] offeren.’

Website en blog

De ondertekenaars lanceerden tevens een website en blog, uitsluitend gericht op (voormalige) Rigpa leden.

Het blog What Now? For present en past students of SR [RH: Sogyal Rinpoche] is voorzien van de volgende waarschuwing: ‘Dit blog wordt aan het zicht van zoekmachines onttrokken, in een poging de deelnemers aan discussies tot de sangha te beperken. Denk goed na voordat je iemand de link doorgeeft. Trollen zijn hier niet welkom. Noem onze organisatie en leraar alsjeblieft niet bij naam, maar gebruik alleen initialen. Deel berichten of reacties alsjeblieft niet met anderen.’

De website Sangha Care Resources verwijst naar een document dat op de mogelijkheid wijst het gedrag van SL (RH: Sogyal Lakar] onder de aandacht van verschillende instanties die zich bezighouden met sektarische bewegingen te brengen. Tot de genoemde instellingen behoort ook de Nederlandse, door het ministerie van veiligheid en justitie gefinancierde website Sektesignaal.nl.

About the author

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn (1964) is onderzoeksjournalist en wetenschapper. Hij richt zich onder meer op de receptie van boeddhisme, boeddhisme en wetenschap, en onderzoek naar meditatie.