Rigpa-directeur weg wegens ‘seksueel, financieel en machtsmisbruik’ Sogyal Rinpoche

Tibetaanse gebedsvlaggen
Rob Hogendoorn
Written by Rob Hogendoorn

8 minuten

‘Net zoals dzogchen drie woorden kent—”zienswijze, meditatie en handelwijze”—kent Sogyal Rinpoche drie woorden: “seksueel misbruik, financieel misbruik en machtsmisbruik”‘: met deze woorden nam de Franse auteur Olivier Raurich in augustus 2015 afscheid van zijn boeddhistische leraar Sogyal Rinpoche. De Tibetaan belde Raurich tijdens een retraite in het Franse meditatiecentrum Lerab Ling bij Montpellier op, en vroeg hem waarom hij niet was komen opdagen. Na Raurichs reactie was Sogyal met stomheid geslagen: ‘Toen er geen antwoord kwam, hing ik maar op,’ schreef hij op Facebook. Raurich lichtte de redenen voor zijn vertrek onlangs uitvoerig toe in het Franse tijdschrift Marianne. Aan zijn woorden moet veel gewicht worden toegekend: Raurich fungeerde vanaf eind jaren 80 als Sogyals Franse vertaler en was tot zijn vertrek directeur van het hoofdkwartier van diens internationale organisatie Rigpa in Frankrijk. Het is de eerste keer dat een zo langdurige en hoog geplaatste Rigpa-medewerker uit de school klapt.

Alle lof

Parijzenaar en wiskundige Olivier Raurich (1960) werd in 1984 volgeling van de Tibetaans leraar Sogyal Rinpoche (ook wel: Sogyal Lakar). Vanaf eind jaren 80 was hij diens vaste vertaler in Frankrijk en andere Franstalige landen. Tot Raurichs recente vertrek was hij tevens directeur van het Franse hoofdkwartier van Sogyals internationale organisatie Rigpa. Hij schreef het boek La voie du bouddhisme au fil des jours (2014) en werkte regelmatig mee aan het televisieprogramma ‘Sagesses bouddhistes’ van France 2. Dzogchen-leraar Sogyal verwierf, ook in Nederland, grote bekendheid als c0-auteur van Het Tibetaanse boek van leven en sterven (1992). Hij is sinds begin jaren 90 ernstig in opspraak: voormalige leerlingen en andere getuigen beschuldigen Sogyal van seksueel misbruik en het stelselmatig toepassen van verbaal, psychisch en fysiek geweld tegen zijn leerlingen. De Nederlandse Rigpa-vestiging in Amsterdam kondigt voor 3 tot en met 5 juni een retraite onder leiding van Sogyal aan.

Sogyal zwaaide Raurich in een voorwoord in diens in 2014 verschenen boek La voie du bouddhisme au fil des jours nog alle lof toe: ‘Olivier is al vele jaren mijn leerling en mijn tolk in Frankrijk en daarom voel ik me nauw met hem verbonden. Hij is geboren en opgegroeid in Parijs; deze leringen kwamen op zijn pad toen hij net was afgestudeerd als wetenschapper en hij heeft een manier gevonden de instrumenten van de Boeddhistische wijsheid te gebruiken in zijn dagelijkse professionele leven en gezinsleven.’ Volgens hem is Raurichs werk ‘geen abstracte filosofie, maar een zeer concrete en toegankelijke handleiding voor het leven.’

In een interview voor het tijdschrift Marianne (27 februari – 3 maart 2016) met verslaggeefster Élodie Emery laat Raurich zich heel anders uit over hun relatie. ‘Na enkele jaren merkte hij op dat ik erg nauwgezet ben, en vrij goed Engels spreek. Ik werd zijn vertaler in Frankrijk, zonder ooit een persoonlijke band met hem te hebben gekregen, want Sogyal Rinpoche vestigt in zulke relaties onmiddellijk zijn absolute gezag.’ Raurich:

Hij was de meester, ontoegankelijk en lichtgeraakt—het gaat erom zijn opdrachten uit te voeren, punt.

Tegenover hem persoonlijk was Sogyal afwisselend warm en koud, zegt hij. Soms prees hij Raurich buitensporig vanwege zijn kwaliteiten als vertaler, dan weer vernederde Sogyal hem in het openbaar. Met één constante: Sogyal was overal en altijd ‘heel autoritair’.

‘Melkkoeien’

Raurich noemt Sogyal ‘charismatisch’, maar merkte tot zijn ontzetting al snel dat tussen zijn woorden en daden een enorme kloof gaapt. ‘Hij houdt van luxe, mode, gewelddadige Amerikaanse films; het milieu en sociale kwesties interesseren hem helemaal niets. Hij heeft er geen enkele moeite mee zichzelf in het bijzijn van iedereen volkomen de hemel in te prijzen. Hij logeert in zeer luxe hotels, omringd zich met de duurste elektronische gadgets’, aldus Raurich. ‘Ik vond het moeilijk zulk gedrag te accepteren omdat tegelijkertijd binnen Rigpa mensen rondlopen die heel arm zijn. Hijzelf predikt tevredenheid, eenvoud en het afstand doen van het wereldse leven, zonder dit zelf in de praktijk te brengen.’

Hoewel Raurich aanvankelijk meende dat Sogyals houding vooral zijn afkomst als lid van de Tibetaanse adel verraadde, stoorde hij zich steeds meer aan diens inhaligheid. Zelf moest hij naast zijn bezigheden voor Rigpa als leraar wiskunde blijven werken, ‘omdat bijna iedereen vrijwilliger bij Rigpa is, en de enkeling die een salaris ontvangt heel weinig betaald krijgt. Het doen van offergaven in geld en in werk is onderdeel van het boeddhisme, en ik vond het aanvankelijk geweldig om gratis diensten te verlenen; later heb ik me er rekenschap van gegeven dat met dit excuus Westerlingen echte melkkoeien werden.’

‘Crazy wisdom’

Behalve artikelen in onder meer gezaghebbende Engelse en Nederlandse dagbladen en het Franse weekblad Marianne verscheen over Sogyal het essay ‘Behind the thangkas’ (2012) van journalist Mary Finnigan (The Guardian). De Canadese regisseuse Debi Goodwin maakte over Sogyal en Rigpa de documentaire ‘Sex Scandals in Religion: In the Name of Enlightenment’ (2011). Daarin komen niet alleen slachtoffers en andere getuigen, maar ook Mary Finnigan en de boeddhistische leraren Stephen en Martine Batchelor aan het woord. Zij gaan onder meer in op de idee dat ‘crazy wisdom‘—een voor niet-verlichte personen moeilijk te doorgronden vorm van maatschappelijke onaangepastheid—Sogyals seksuele contacten met jonge vrouwelijke leerlingen zou kunnen rechtvaardigen.

Volgens Raurich doet Rigpa de beschuldiging dat Sogyal jonge vrouwen op wie hij een enorm psychologisch overwicht heeft, seksueel misbruikt steevast af met het argument ‘crazy wisdom‘. Dat zou een vorm van wijsheid zijn die een ‘grote meester’ zoals Sogyal het recht geeft voor gewone, niet-verlichte personen onbegrijpelijk gedrag te vertonen, omdat hij zijn volgelingen daarmee dichter bij hun verlichting brengt.

Dit argument wordt overal voor gebruikt, aldus Raurich: ‘”Wanneer de meester anderen vernedert, dan is dat om het ego op te lossen, om de leerlingen te zuiveren”; “Er is geen betere handeling dan de wil van de meester uit te voeren, hoe die ook luidt”, enzovoorts. De traditionele Tibetaanse teksten zijn hierover heel duidelijk.’

Tegenover de makers van de documentaire ‘Sex Scandals in Religion: In the Name of Enlightenment’ (2011) bestrijdt Rigpa dan ook niet dat Sogyal seksuele contacten met vrouwelijke leerlingen heeft, maar wel dat hij hen schaadt. In een verklaring schrijft Rigpa iedere melding van wangedrag niettemin ‘zeer serieus’ te nemen.

Onhandelbaar

Raurich verklaart zijn lange aanblijven als vertaler en directeur vanuit de persoonlijke belangstelling die hij voor de boeddhistische leer zelf had: ‘Ik bracht leven en vrolijkheid in de stages, en van die kant bezien, hebben we, met het hele team van instructeurs, goed werk verricht door het boeddhisme te verspreiden. Dit heeft me daar zo lang gehouden.’

De populariteit van Het Tibetaanse boek van leven en sterven gaf Raurich lang het gevoel dat hij de boeddhistische wijsheid in de Franse samenleving hielp verspreiden, maar uiteindelijk bracht Sogyals onhandelbaarheid hem aan het twijfelen: ‘Het werd steeds moeilijker onze naaste omgeving, onze contacten, uit te nodigen bij zijn onderrichtingen, omdat zijn gedrag onmogelijk werd, pretentieus, zelfs en plein public.

‘Vreemde praktijken’

Naar Sogyal en Rigpa wordt niet alleen journalistiek, maar ook wetenschappelijk onderzoek verricht. Antropologe Marion Dapsance (Columbia University, New York) promoveerde in 2013 aan de Sorbonne op de dissertatie Ceci n’est pas une religion: Le bouddhisme moderne selon Sogyal Rinpoché. Verder verscheen van Dapsance in de bundel Minority Religions and Fraud: In Good Faith (2014) het artikel ‘When Fraud is Part of a Spiritual Path: A Tibetan Lama’s Plays on Reality and Illusion.’ Het tijdschrift Marianne kondigt aan dat binnenkort het boek Les dévots du bouddhisme verschijnt, waarin Dapsance opnieuw aandacht aan Sogyal zal besteden.

Ook de negatieve publiciteit mist zijn uitwerking niet: een eerder artikel over Sogyal van Élodie Emery in MarianneLe Lama Rinpoché à Paris: Pas si zen, ces bouddhistes’ (2011)—deed de spanning binnen de leiding van Rigpa sterk toenemen. In deze reportage stond Emery stil bij de beschuldigingen over seksueel misbruik, en stelde in Lerab Ling met eigen ogen ‘vreemde praktijken’ vast.

Marianne vat die praktijken in het nu verschenen artikel kort samen: ‘De publieke vernederingen van zijn medewerkers, soms opgeluisterd met een paar uitgedeelde oorvijgen of rake klappen met behulp van zijn rugkrabber, zijn schering en inslag. Sogyal Rinpoche is ook een liefhebber van racistische grappen en scandeert graag: “Heil Hitler!” wanneer hij zich tot een Duitse leerling richt. Hij moedigt zijn gehoor aan om hem te bewieroken als een god en om het kritisch denken te vermijden’:

Denk niet teveel na. Ik ben jullie baas, ik ben jullie meester, jullie rol is mij te volgen.

Volgens Raurich had Emery’s artikel grote gevolgen: veel mensen vertrokken en Sogyal besloot tijdens retraites in Lerab Ling niet langer voor nieuwkomers te verschijnen.

Professioneel advies

Raurich: ‘Er zijn meerdere crises geweest. Eerst in 1993 een gerechtelijke procedure in de Verenigde Staten vanwege seksuele intimidatie. Toen verschillende vrouwelijke leerlingen daarna hun verhaal vertelden, hebben behoorlijk veel mensen Rigpa de rug toegekeerd—met name in 2000 en 2007.’

Toen Emery’s eerste artikel in Marianne verscheen, schakelde Rigpa volgens Raurich voor veel geld een professioneel communicatiebureau op het gebied van crisismanagement in Parijs in. Enkele woordvoerders, waaronder hijzelf, werd geleerd om te gaan met de beschuldigingen van seksuele intimidatie en financieel misbruik. Raurich:

Men raadde ons aan geen vragen te beantwoorden; het ging erom voortdurend bepaalde kernzinnen te herhalen; we moesten zoveel mogelijk de dalai lama citeren, als moreel baken.

Alle geheimzinnigheid en manipulatie van informatie vielen hem zwaar: ‘Ik was gekomen voor lessen die spraken van nederigheid, liefde, waarheid en vertrouwen en ik was terecht gekomen in een sfeer die zo ongeveer stalinistisch was, en waarin continu met twee monden gesproken werd.’

De voortdurende verwijzingen naar de dalai lama hebben volgens Raurich een strategische reden: ‘Mijn hypothese is dat hij Sogyal Rinpoche niet publiekelijk kan afvallen, omdat dit het Tibetaans Boeddhisme zou ondermijnen. Sogyal Rinpoche is erin geslaagd zich onmisbaar te maken binnen de Tibetaanse gemeenschap.’

 Laatste grens

Sogyals ‘dictatoriale neigingen’ en ‘cholerische humeur’ werden volgens Raurich ook steeds erger: ‘Hij deinsde er niet voor terug om mensen hardhandig het zwijgen op te leggen en hen belachelijk te maken tijdens vergaderingen. In zijn omgeving is kritiek uiten onmogelijk—alle lippen zijn verzegeld. Negatieve feedback komt niet door. Hem worden alleen loftuitingen verteld, omdat de mensen binnen de kring van intimi bang voor hem zijn. Hij kan woedeaanvallen krijgen waarbij hij de mensen die het dichtst bij hem staan vernedert; verloopt alles naar wens, dan kan hij zich ook begripvol en humorvol tonen.’

Zomer 2014 overschreed Sogyal tijdens een retraite voor ervaren volgelingen in Raurichs ogen een laatste grens en werd zijn vertrek onvermijdelijk: ‘Ik zag duidelijk zijn valsheid. Hij vroeg om overdadige offergaven, vooral in contant geld, aan 800 leerlingen. Iedereen moest zijn naam op de envelop schrijven, zodat hij het bedrag kon nagaan. Ook werd de controle op de reguliere leerlingen verhoogd.’

Volgens Raurich wordt hen een schuldgevoel aangepraat wanneer ze bij retraites wegblijven. Volgelingen worden onder druk met informatie uit een interne Rigpa-database waarin hun deelname aan retraites, beoefening van diverse praktijken, vergaderingen die zij bijwonen, worden bijgehouden: ‘Komt een leerling niet opdagen, dan moet zij verantwoording afleggen. Vertrekt iemand in het midden van een les, dan moet iemand hem volgen en vragen waarom hij is weggegaan. Ook dit heeft ook veel mensen weggejaagd.’

Seculiere wijsheid

Sogyal heeft Het Tibetaanse boek van leven en sterven niet zelf geschreven, zegt Raurich, maar gaf daar wel de aanzet toe: ‘Het is een heel goed boek, dat duizenden mensen heeft geholpen, ook al bevat ook de nodige Tibetaanse bijgelovigheid.’ Hij heeft daarom geen behoefte de voorbije decennia te verloochenen, omdat ze hem kennis lieten maken met meditatie, het belang van mededogen, en met de boeddhistische filosofie van vergankelijkheid en onderlinge afhankelijkheid. ‘Dat is de reden waarom ik Sogyal Rinpoche vroeg een voorwoord voor mijn eerste boek te schrijven.’

Volgens hem legt Sogyal zelf de laatste jaren steeds meer de nadruk op religiositeit en absolute toewijding aan hem als meester, ‘terwijl authentiek boeddhisme wijsheid is, die berust op op ervaring en reflectie, zoals de dalai lama vaak zegt.’

Raurich zegt in Marianne dat hij het misbruik en traditionele zienswijzen die niet in onze tijd passen nu achter zich heeft gelaten: ‘Ik wil bijdragen aan het verspreiden van een seculiere wijsheid in het westen, samenwerkend op voet van gelijkheid, zonder goeroes of magische attributen, waarbij iedereen zijn best doet om leer en praktijk in zichzelf te verenigen. Ik heb me eindelijk met mijzelf verzoend.’

De Engelse vertaling van het interview van Élodie Emery met Olivier Raurich in Marianne is  hier na te lezen.

About the author

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn

Rob Hogendoorn (1964) is onderzoeksjournalist en wetenschapper. Hij richt zich onder meer op de receptie van boeddhisme, boeddhisme en wetenschap, en onderzoek naar meditatie.